Verslag 3e voorjaarswedstrijd A

Het was droog weer en dat was wel fijn na de vorige wedstrijd. Heroďsch, maar ik vond er geen reet aan. Zwaar gefrustreerd werd ik 11e. Ik was nog dagen chagerijnig.
Deze wedstrijd stonden er zo’n 16 man aan de start. Ik miste enkele rijders waaronder Rinus en dan denk je toch al snel, zal ik het eens op een sprint wagen. Gerard Ypenga is ondergedoken in Friesland en druk bezig met een brouwerij. Dat klinkt gunstig, maar ik heb liever dat hij er gewoon bij is.
Er waren wel weer een paar andere vertrouwde gezichten; Jan Paul was (voorlopig?) terug uit Nieuw-Zeeland en dan wordt het toch weer link, net als de aanwezigheid van Ivo, die de vorige wedstrijd Teun nog bijna verraste. En daar waren ook Joop en David. David is onze enige junior (dat ben je bij de trappist als je jonger dan 35 bent) en hij was veranderd. Zijn aerodynamische paardenstaart was verdwenen, zijn kleding zat wat strakker en de omvang van zijn dijen was toegenomen. Zijn pedaaltred was soepel en nadat hij het A-peloton de eerste 2 ronden op sleeptouw had genomen, en toen nog alle gaten dicht reed kon Teun  angstig vaststellen: “best een talent”.
De wedstrijd verliep volgens het vaste stramien: er waren enkele uitvalspogingen van Mart D., Hans L., Peter G., Bas K. en vast van nog iemand. De pogingen werden goed gecontroleerd en de alarmbellen gingen pas af als er een groepje van 4 man of meer elkaar vond. Dan werd er voluit gejaagd en moesten er  1 of 2 de rol lossen. Teun hield zich wat gedeisd, dus ik concludeerde dat hij voor de sprint ging. De koers was stevig, maar ik merkte dat ik nog wel wat over had. Zou ik een ultieme jump doen, of toch wachten op de sprint ondanks de aanwezigheid van Jan Paul, Teun, Peter en Ivo? De jump moet precies goed uitkomen en je moet precies goed zitten en dan geeft je intuďtie een signaal dat je moet gaan, maar meestal gaat Mart al weg, nu ook. Hij had een griepje achter de rug, maar hij blijft proberen. Hij kreeg hulp van Bas, die binnenkort eens beloont zal worden voor zijn pogingen, en dan wordt het link. Gelukkig was daar Ricardo die het getwijfel niet kon aanzien en de boel op gang trok en de twee binnen schot hield. De plaatsen werden ingenomen en dan volgt er toch weer bewustzijnsvernauwing en hoop je op de goede plek te zitten. De benen wachten op de explosie en je weet waar die ongeveer ingezet gaat worden en je luistert naar de anderen. De snelheid ligt zo hoog dat de twee koplopers worden ingehaald en wie gaat dan als eerste aan, nu Rinus niet aanwezig is. Hans probeerde het met een flinke versnelling, Teun sprong naar zijn wiel en ik dook achter ze aan; de explosie was begonnen. Hans ging al voor de bocht opzij, Teun ging als eerste de bocht in en ik voelde al dat ik de juiste snelheid had. Daar waar Rinus altijd de bocht uitversneld en een onoverbrugbaar gat slaat, kon ik nu in Teuns wiel blijven en in mijn kop schreeuwen dat ik hem voorbij moest. Dat ging gebeuren en ik hoorde een zucht (verbeelding?) van Teun (hij stond iets te licht geschakeld).  Ik lag op kop en hoorde een renner dichterbij komen. Peter dacht dat hij het wiel van Ivo te pakken had, maar hij was verbaasd dat hij mij mocht feliciteren na de streep, die net op tijd kwam.

Marthijn Licher