Geen fietsende Sinterklaas

Voordat het Nederlands elftal moest aantreden tegen onze vrienden uit het Oosten, werd een al even beladen strijd gestreden: de 2e zomerwedstrijd van de Trappist. Eigenlijk is zo’n voetbalpotje bijna kinderspel in vergelijking met de ernst en overgave waarmee Trappisten elkaar bestrijden. Terwijl later op de avond de duurbetaalde profs zich sjokkend lieten afdrogen, streed een groepje fietsende hobbyisten alsof hun leven er vanaf hing voor kortstondige roem en een schamele ruiker. Ik weet niet hoe het bij de B’s was, maar bij de A’s werd er keihard gereden en gestreden. Alsof de lamlendigheid van de voetballers werd voorvoeld en moest worden gecompenseerd.

Zoals gebruikelijk begin ik eind mei/begin juni weer echt in vorm te komen en met een behoorlijk tijdrit achter de kiezen, achtte ik me deze avond niet kansloos. Bovendien probeerde ik het op een akkoordje te gooien met één van de heersers van dit moment, Peter Giljam. Hij wilde mijn opzetstuurtje lenen voor de ploegentijdrit. ‘Ruilen voor een ritzege?’, stelde ik ietwat gekscherend voor. Peter bleef een antwoord schuldig en lachte mijn voorstel min of meer weg.

Toen hij na een klein uur koers waar de vonken vanaf spatten, demarreerde, rook ik mijn kans. Ik besloot achter hem aan te springen en als het moment daar was nogmaals mijn deal aan hem voor te leggen. We hebben snel een mooi gaatje, maar Peter ramt zo hard door dat van een serieuze onderhandeling nog geen sprake kan zijn. Tegelijkertijd zie ik Willard naderen. Even denken: is het handig als Willard zich bij ons voegt? Als ik Peter zie rijden, krijg ik niet de indruk dat hij in een vrijgevige bui is. Hij is veel te gretig voor elke vorm van handjeklap. Dat siert hem uiteraard; alleen is het nu een tikkie jammer. In de wetenschap dat het bij een eenzijdig ondertekend akkoord zal blijven, laat ik het tempo iets zakken. Laat Willard er dan maar bij komen, met twee sprinters heb ik immers meer kans dan met één. Loepzuivere wielerlogica.

Als even later ook nog Teun aansluit, wordt de stand: drie afmakers tegen één strijkijzer. Ik dicht me nog steeds kansen toe, maar dan moet ik het wel slim aanpakken. Ik neem nog één keer stevig over, maar als we de voorlaatste ronde ingaan en ik zie dat het gat met de rest comfortabel is, sla ik een paar beurten over. Martje is goed, maar niet gek. Nu nog meewerken is de drie heren over een rode loper naar de finish brengen. Dat gaan we natuurlijk niet doen. Daarentegen probeer ik - na even wat op adem te zijn gekomen - te ontsnappen. Als haviken duiken de drie echter op hun prooi. Geen schijn van kans. Gelukkig roeren de anderen zich ook. Zowel Teun, Willard als Peter trachten ook hun metgezellen van zich af te schudden. Dan probeer ik het opnieuw. Ik zie Peter en Teun even twijfelen.

Zou Peter toch nog aan mijn woorden denken en wie weet vindt Teun me wel een toffe peer? Ik richt de blik vooruit en trap de longen uit mijn lijf. Als ik weer even omkijk, zie ik Willard naar mijn wiel rijden. Shit, die gooit roet in een mogelijk smakelijke maaltijd. En net als ik denk dat er deze woensdag niets cadeau wordt gedaan, zie ik Willard met een handgebaar Peter aansporen te demarreren. Dat laat Peter zich geen tweede keer zeggen. Ik kijk naar Teun. Die zal toch wel... Dan realiseer ik me dat Teun en Peter ook twee handen op één buik zijn. Heb al in eerdere koersen gemerkt dat die elkaar meer dan goed verstaan. Als het tot me doordringt dat ik niet alleen met drie sprinters mee ben, maar dat die elkaar eerder helpen dan aankijken, zinkt de moed me in de fietsschoenen.

Wat is het in een wielerleven soms oneerlijk verdeeld. Wat doe ik verkeerd? Ik fiets al jaren met Willard, maar zo’n handreiking is me nog nooit te beurt gevallen. Nu ben ik zelf ook niet bepaald een fietsende Sinterklaas, wellicht is dat het. Maar ik kom niet zo vaak in een situatie dat er gedeeld kan worden. Of is het omdat Peter sinds enige tijd tevens lid van De Amstel is geworden en daarmee ‘one of the boys’? Of is een opzetstuurtje uitlenen een hondenfooi, een aanbod van niks en is grover geschut gewenst? Een vijf-gangendiner in een sterrentent? Een stedentripje? Een strippenkaart voor de Wallen? Zal mijn oren de komende tijd eens goed te luisteren leggen. Want (mijn) benen alleen volstaan niet meer.

 

Mart Dominicus