De lege accu en buitenproportionele vreugde

Op het terras kwam ik in juni mijn oude buurjongen tegen. We hadden elkaar jaren niet gezien. We wisten nog van elkaar dat we fietsen leuk vonden. “Fiets je nog een beetje?”, vroeg ik aan Bart. Bart vertelt over wieleravonturen in binnen- en buitenland, maar hij had ook wat moois dichtbij gevonden. “Fietsen bij de Trappist. Om de week echt koers, met alles er op en er aan. Ga jij een keertje mee?”. Dat wilde ik wel.
 
Ik had nog nooit een wielerwedstrijd gereden. De eerste ontvangst op Spaarnwoude was erg vriendelijk. Bob gaf een paar goede tips en met een paar eenvoudige instructies (die eerlijk gezegd pas later goed begreep) ging ik op pad. Natuurlijk liet ik in mijn eerste wedstrijd geweldig het kaas van mijn brood eten en waren mijn nieuwe clubgenoten niet te beroerd deze onverwachte traktatie aan te nemen. Met een grote glimlach en een pak voornemens reed ik de wedstrijd uit. Vriendelijke Trappisten geven ondertussen aanwijzingen om het iedere keer weer een stukje beter te doen.
 
Enigszins getergd verscheen ik aan de start van vierde nazomerwedstrijd. Ik was veel te vroeg op Spaarnwoude en maakte van de gelegenheid gebruikt om nog een paar mensen te bellen. Na het laatste gesprek kreeg ik de ramen van mijn auto niet meer dicht. De tijd dringt. Ik haal mijn zonnebril en TomTom uit de auto en maak mij klaar voor de start. Dit is niet de handigste plek om je auto zo achter te laten, maar die auto komt straks wel. Bij de start wordt gefluisterd dat er vandaag veel snelle renners zijn en dat het hard zal gaan. Deze wielerfluisteraars krijgen direct gelijk. Vanaf de start wordt er stevig aangezet. In het peloton klinkt gemopper over de aanjagers: “ga dan bij de A's rijden”.
 
Het eerste kwartier is erg onrustig. Ik rijd mee, maar houd mijn kaas en brood dit keer beter in de gaten. Speldenprikjes volgen, maar het spel gaat echt op de wagen wanneer Jan Maarten en Eric op avontuur gaan. Ik spring mee met de achtervolgers. Uiteindelijk zijn we met zijn zessen weg. Dit is mijn eerste serieuze ontspanning. Er wordt goed samengewerkt, na wat heldere instructies over en weer. Even lijkt er zelfs iets van een groepsgevoel te ontstaan. Het peloton heeft geen boodschap aan deze sentimenten en haalt ons terug. Ben ik er nu weer in getuind? Er zijn nog drie ronden te gaan. Ik verwacht een massasprint. Jan Maarten weet met een voor mij onbekende medevluchter vooruit te raken. Dat doen ze handig.
 
Het peloton aarzelt. Er wordt wel doorgereden, maar niet vol gejaagd. Het tweetal weet zijn voorsprong te behouden. Het grote “Wie gaat het dichtrijden? Ik niet.” spel is begonnen. Op de lange rechte stukken zijn ze nog net te zien. Het zal toch niet dat zij samen naar de meet rijden? De laatste ronde gaat in. Het peloton rijdt niet hard genoeg. Ik moet iets doen, maar wat? Ik waag het erop. Ik probeer naar het tweetal te springen. Na dertig seconden kijk ik achterom en zie dat niemand mij volgt. Als dit lukt ben ik in ieder geval derde. Ik bereik de kopgroep. En nu? Het achtervolgende peloton en zijn vooruitgeschoven mannen zijn vlakbij. We kijken elkaar aan en besluiten toch samen te werken. De laatste bocht is in zicht. De achtervolgers komen eraan. Wij kijken elkaar weer aan en vallen stil. Ik weet niet of mijn medevluchters goed kunnen sprinten. Ik weet ook niet of ik goed kan sprinten. Ik kies een simpele strategie: vol gas en dan maar zien wat er gebeurd. Vlak voor de laatste bocht hoor ik naast mij het geluid van een aanzettende renner. Dat is mijn startschot. Ik rij zo hard als ik kan en durf niet om te kijken tot voorbij de finish. Ik heb gewonnen!
 
Voor de prijsuitreiking probeer ik snel nog even mijn auto te starten. De accu blijkt echt leeg. Melvin en Eric helpen met startkabels. Deze passen gek genoeg niet goed op mijn oude accu. Een lege accu op een steeds donkerder wordende parkeerplaats van Spaarnwoude hebben geen enkel effect op mijn humeur. Ik heb gewonnen! De monteur van de hulpdienst redt mij uiteindelijk. De prijs die ze hierover in rekening brengen komt mij op dat moment ook heel redelijk voor. Vol trots vertel ik de monteur dat ik de wielerwedstrijd bij de B's van de Trappist heb gewonnen. Hij weet zijn bewondering goed te onderdrukken. Een gave die ook mijn vrouw bij thuiskomst blijkt te bezitten. De volgende dag geven de ochtendkranten voorrang aan ander nieuws. Het heeft allemaal geen effect. Met een grote glimlach en een overvolle accu rijd ik naar mijn werk.
 
Sander Baars