In memoriam Jan Schipper (1932-2017)

Een piepjongen Knetemann op kop in de ploegentijdrit bij Dronten (1970). Jan Schipper in het laatste wiel.
Een piepjongen Knetemann op kop in de ploegentijdrit bij Dronten (1970). Jan Schipper in het laatste wiel.

 

Jan Schipper, 'de Amsterdamse Zoetemelk'

Op 12 januari 2017 is Jan Schipper overleden, 84 jaar oud. Jan werd lid van de Trappist in het begin van de jaren tachtig, maar reed niet veel wedstrijden bij onze club. Hij won in 2006 de Sportiviteitsbeker. Hij was ook lid van WVA, had ruim 50 jaar lang een licentie en is daarom in 2013 door de KNWU erelid gemaakt. 

Eduard Baddee herinnert zich Jan als een rustig, eerlijk en sociaal renner zonder grootspraak, en als een coureur die mooi op de fiets zat. Uit een artikel in het WVA-clubblad, hieronder, blijkt dat Jan met grote klasbakken uit de Nederlandse wielerwereld reed. Knetemann, Post, Janssen. Dat Jan geen sprint had, maar wel vaak op het podium eindigde, zal tot zijn bijnaam 'de Amsterdamse Zoetemelk' geleid hebben. 

In de digitaal beschikbare uitslagen is niet veel van Jan te vinden: in 1998 werd hij 84ste in de Superprestige met 25 punten, en in 2006 stapte hij af tijdens de GP Zandvoort. Hij was toen wel 74 jaar. Hij won zoals gezegd in 2006 de Sportiviteitsbeker.

 

Jan is op 20 januari begraven op Begraafplaats Vredenhof aan de Haarlemmerweg.

= = = = = =

 

Uit het WVA-clubblad van 2004:

Al woont Jan in Diemen, van origine is hij een rasechte Amsterdammer. Hij is inmiddels 72, kerngezond, uiteraard met pensioen, maar nog zo'n acht uur per week actief met allerlei werkzaamheden. Hij heeft 2 kinderen, een zoon en dochter, van 39. Zijn dochter, die het liefst bij het toneel terecht was gekomen, studeerde op aanraden van haar vader toch rechten en doet nu met veel plezier aan amateurtoneel Haar vader is haar grootste supporter en vergezelt haar vaak. Zijn zoon studeerde economie en heeft zelf 2 kinderen. Een zoon, fietsertje in de dop, en een dochter die urenlang op skeelers doorbrengt.

Vakanties worden, hoe kan het anders, doorgebracht in Frankrijk en dan in de periode dat de Tour de France wordt gereden. Met de caravan de toer volgen, fietsen mee en met zoon een aantal van de beklimmingen 'nemen’. Jan is er niet rouwig om dat zijn zoon niet is doorgegaan met fietsen, want al die valpartijen… 

Als jongetje van elf werd Jan voor altijd besmet met het wielerbacil. Hij racete toen vaak op een oude fiets naar de wielerbaan, glipte naar binnen en dan maar kijken naar mannen als Gerrit Schulte, Jan Derksen, en je verdienstelijk maken door wielen te dragen. Het kon dus niet uitblijven, Jan ging zelf wedstrijden rijden. 

Hij begon zijn wielercarrière op zijn veertiende als aspirant bij De Germaan in een tijd dat je nog met een zwembroek en overhemd op een oude fiets aan de start verscheen, want geld voor goede spullen was er niet. Het heeft hem er nooit van weerhouden te stoppen. Hij reed na zijn periode bij de jeugd en nieuwelingen vanaf zijn 17de (hij kon niet wachten tot zijn 18de) tot zijn 30ste als amateur. Hij won niet veel omdat hij geen rappe sprinter was en ook nooit is geworden, maar werd des te vaker 2de! (of 3de of 4de of 5de). Vandaar zijn bijnaam 'de Amsterdamse Zoetemelk'. In ieder geval reed hij bijna altijd bij de eerste 10 en zat hij bijna altijd in de kopgroep. Hij hoorde bij de betere Amsterdamse amateurs. Hij won wel in 1955 de 2de Jan Sijbrandsbeker! (“Jan Schipper van de organiserende vereniging de Germaan wint de wedstrijd voor De Boer en Klebach”). Ook was hij elk jaar van de partij in de NK ploegentijdrit voor clubs, en zelfs op zijn 38ste reed hij nog in 1970 in Dronten met een piepjonge Gerrie Knetemann. 

Toen Jan 30 was besloot hij prof te worden en te gaan rijden als zogenaamde ‘onafhankelijke’. Hij reed alleen criteriums en met een zekere nonchalance noemt Jan de namen van de renners met wie hij toen in het peloton vertoefde: Jan Nolte, Peter Post, Van Breenen, Rik van Looy, Jan Janssen enz. Hij kon het goed bijhouden, maar in de finale merkte hij toch dat hij tekort kwam. Vaak koerste hij in België en ging daar op de fiets heen en naargelang de verdienste kwam hij ofwel met de trein ofwel op de fiets ook weer terug. Na zijn (korte) proftijd werd hij weer amateur. Zelfs nadat hij al enkele jaren veteraan was, dat werd je in die tijd op je 35ste, is hij op zijn 38ste weer voor enige jaren amateur geworden, omdat hij nog niet aan de veteranencategorie toe was, terwijl hij toch hele dagen werkte en 2 kinderen had. 

In 1977 werd Jan 10de bij de Europese Kampioenschappen en bij de 55+ werd hij ooit Nederlands kampioen. Natuurlijk door alleen aan te komen. (zie foto van de huldiging) 

Hij reed alle Amsterdamse rondjes: de Ronde van de Elandsgracht (waar Tim Krabbé ooit de sprint won en Jan 2de werd). De Ronde van Betondorp (Ronde van Betondorp 1954: “Op de eindstreep geeft Captein sprintles, want op zes lengten volgt Tienstra, Van Neusden wordt drie en Jan Schipper herstelt zich voldoende om de vierde plaats te grijpen…”). De Ronde van Amsterdam-Zuid (5de in 1954 achter Tonnie van Bock Joop Captein, Jan Pafort en Jan Eelsing). De Hartjesdagronde in de Dapperbuurt in 1954 (“Liefst veertigduizend bezoekers kwamen op deze eerste Hartjesdagronde van Olympia af en er was sprake van een regen van premies, met gulle hand geschonken door de neringdoenden in de buurt. Twaalf man op kop gingen de zij-aan-zij sprint aan. Daan de Groot won met een wieltje voorsprong op Piet Kooijman. Na hen volgden Dirk de Ruiter, Arie van Wetten, Frits Rabe, Tienstra. Jan Schipper, Arie de Hoog, Cees Rabe en Jan van Versseveld”). In de Ronde van Nieuw-West, georganiseerd door de Germaan op 12 september wordt Jan 3de (“Jan Schipper, die geen sprint in de benen heeft, wil de sprinters wel eens te vlug af zijn. Dat vreesden Daan de Groot en Frits Rabe ook en op 10 km voor het einde komen zij bij Jan, die vervolgens 3de werd”). Helaas zijn de Amsterdamse straatronden vanaf 1956 verboden. 

In het Havencriterium van 1955 wordt Jan 6de en tijdens de zesde Ronde van de Markthallen in 1957 11de. Zo kunnen we nog wel enkele bladzijden doorgaan. 

Jan had een heuse supporterclub en ooit, tijdens de Kampioenschappen van Amsterdam op Zandvoort, waar Joop Captein 1ste werd, eindigde hij als 5de voor Peter Post. Hij reed jarenlang bij de prominenten de Sluitingsrit van Olympia en gaat dit jaar weer naar St. Johann in Tirol om een gooi te doen naar de WK-titel en rijdt nog gemakkelijk een paar keer per week op Sloten. “Over tien jaar ga ik nog eens langs, maar ik kan niet beloven dat ik dan nog steeds mijn rondjes op Sloten rij.” 

Hoe blijft Jan zo fit: hij gebruikt weinig vet, eet veel (witte) Zwitserse chocola en hij heeft altijd aan krachtsport gedaan.

Jan bedankt! 

Bron: ‘Amsterdams Wegwielrennen’, deel 4, van Bertus Raats