Waterland 2017

Wilma op de Schellingwouderbrug. Een beeld uit de film van Frans.
Wilma op de Schellingwouderbrug. Een beeld uit de film van Frans.

Eersteling

 

Zullen we zoenen? Jazeker, smak… smak. Het gesmak om me heen is niet van de lucht. Ik zoen niet, wordt ook niet gevraagd om te zoenen. Ik schud wel veel handen en hoor veel verwelkomende woorden. Ik ben een eersteling.

 

Zondag 12 maart, de dag van de eerstelingen. Onmiskenbaar dringt de vergelijking met ‘meldingen van eerstelingen’ van het radioprogramma Vroege Vogels zich aan me op. De eerste toertocht van het seizoen, het eerste weerzien van oude fietsvrienden, de eerstelingen die FC Trappist komen uitproberen, de eerste volmaakte lentedag.

 

Ik ben ook de eerste die bij het Flevoparkbad aankomt. Ervaren fietser als ik ben en de hele winter gespind, hoef ik me natuurlijk nergens zorgen over te maken. Dus ben ik een half uur te vroeg. Voor het eerst is toch voor het eerst. Dan maar even het park verkennen. Tien minuutjes later zie ik een aantal fietsers zich verzamelen. Jullie zijn van de Trappist? Jazeker, jij ook? Nee, maar vandaag even wel. Blijmoedig en enthousiast word ik ontvangen. In rap tempo vult het plein zich met fietsers, velen in zwartwit geblokt Trappist- tenue, maar ook de bekende felle kleuren fleuren boven zwarte armen en benen. Iemand heeft de korte broek al aan. Dapper.

 

Er hangt bepaald een gretige sfeer in de lucht.

 

Klik, klik, klik

 

Ben neemt het woord. Welkom, fantastische dag, 2 groepen, langzaamaan dan breekt het lijntje niet, tijdig waarschuwen, wachten op elkaar, denk aan andere weggebruikers, veel plezier.

 

Klik, klik, klik, nog wat stoere wensen en we zijn weg. Ik kleef me aan Ben zijn wiel vast. Mij raakt ie niet meer kwijt. Het fietspad op de brug is smal en er zijn veel wandelaars en gewone fietsers. Het zet de toon qua oplettendheid. De mensen zijn massaal uit hun holen gekropen voor deze stralende dag.

 

Ben slingert ons door Waterland, van noord naar zuid naar west, stukkie Twiske, oh wat is dat toch mooi, en weer naar noord naar Purmerend. In het begin kijk ik niet veel om me heen. Ik ben een ietsiepietsie nerveus dat ik het tempo misschien niet bij kan houden. Dat kan natuurlijk niet. Dus, in het wiel voor me blijven is mijn adagio. Verder houd ik  me vooral bezig met hoe mijn ploeggenoten in peleton fietsen.  Dit peleton heeft een geheel eigen dynamiek. De geordende twee-aan-twee lijn zwalkt een beetje en dijt  geregeld uit op plekken waar ruimte is, om weer in te krimpen bij obstakels. Net een school vissen. Het doet wat rommelig aan, maar iedereen is oplettend en houdt rekening met andere weggebruikers (veeeeeel). Het went en ik pas mijn fietsstijl erop aan.

 

Onderweg herken ik veel schaatsroutes, delen we het fietspad met een hardloopwedstrijd inclusief motoren en natuurlijk schreeuwen en horen we de nodige PAALTJE! ’s, TEGEN! ’s , AUTO! ’s , HOND! ‘en, VOOR! ’s, en wat je nog meer kunt verzinnen. 

 

Trappisters zijn  niet eenkennig. Geregeld komt er een andere Trappister naast me fietsen. Heel gezellig en het geeft me een welkom gevoel. Voor me hoor ik geklets, achter me hoor ik geklets en evengoed lekker tempo. De eerstelingzenuwen verdwijnen, ik ontspan. De wind suist, strijkt over mijn gezicht, de hemel straalt, mijn benen malen en houden maat met de snelle cadans van de voorrijders. Midden op mijn rug voel ik zweetdruppels. Binnen in enkele seconden is het een straaltje dat ik langzaam naar beneden voel glijden, recht mijn bilnaad in. Blijft toch altijd een aparte gewaarwording. Oeps, mijn broek wordt nat, voelt toch vaag genant.

 

Hoe fijn kan een tocht zijn.

 

Koffie bij De drie zwanen, Purmerend. Het telefoontje van Ben heeft wonderen gedaan. Voordat we goed en wel zitten wordt de koffie al ingetapt. De appeltaart staat te lonken. Een tafelgenoot gaat voor een echtere lunchhap, een broodje kaas. Het broodje kaas is precies wat het is,  een degelijke dikke snee brood met 2 plakken kaas, zonder boter. Op een kaal wit bordje, werkelijk geen enkele opsmuk. Sober, degelijk en net genoeg. Het heeft wat weg van militaire kost of gevangenisvoedsel. Zie je het voor je? Het leidt tot veel hilariteit en sterke verhalen aan onze tafel.

 

Een uitermate ontspannen intermezzo, de koffiestop, ook voor deze eersteling.

 

Kop eraf

 

Met de koffie is de kop eraf, van mijn eerste tocht met FC Trappist en van het seizoen. Nu terug. Ben fietst ons retour  van noord naar zuid naar zuidoost naar zuidwest. Het gaat heerlijk. Geen centje pijn. Dat is toch het mooie van in peleton fietsen. Je peddelt het zo makkelijk weg. Of heb ik gewoon goede benen? Dat zal nu moeten blijken, want Ben heeft terugweg-tegen-wind-in beloofd. Bueno, tijd voor tactiekbepaling. Ik besluit om weer in het wiel van Ben te hangen of me in de voorhoede van het peleton te verstoppen. ‘Wat zoeven we lekker hè’ zeg ik tegen mijn buurman. Het geluid van die zoevende banden vind ik magisch. Ik laat me dragen door de groep. ‘Of is de wind gaan liggen?’ vraag ik mijn buurman. ‘Mmm, daar lijkt het wel op’. Nog beter. Vandaag is het ultieme fietsweer. Gelukzalig glij ik door de dag.

 

Gedaan

 

De laatste 10 km zetten de mannen en een enkele vrouw een demarrage in. ’Zo gaat het altijd’ zegt Ben. Voor de Schellingwoudebrug gaan ze los. Ik laat me lossen, maar kom toch ook lekker de brug op. Rond 15.15 zijn we allemaal weer aan de voet van de Schellingwoudebrug in Oost.

 

Done! High five! Licht euforisch ben ik. Het was de ultieme fietsdag, geen vuiltje aan de lucht, figuurlijk en letterlijk, geen lek, geen valpartijen. Een toptour in topgezelschap. Ik wil nog niet dat het ophoudt. Een extra lusje makend terug naar huis door met Maaike op te fietsen, geef ik de dag nog een gouden randje.

 

Loes Zwart: ‘Wilma, hoe is het bevallen?’

 

‘Ja goed, heel goed’

 

‘Dus ik stuur je het aanmeldingsformulier? En o ja, Ben heeft je gevraagd een stukje te schrijven? Is de gewoonte dat eerstelingen dat gevraagd wordt.’

 

En zo geschiedde.

 

Wilma Wassenaar