Nic aangekomen op einddoel

Op 7 november is Nic aangekomen bij zijn einddoel Kanifing, een kilometer of tien van de Gambiaanse hoofdstad Banjul. Nic werd begeleid door auto's en een pelotonnetje fietsers van de lokale fietsclub, velen van hen in Trappisten-trui gestoken. Het was een feestelijke intocht. In Kanifing staat het GTTI, de technische school van de leerlingen waar Nic het allemaal voor doet. Met het ingezamelde geld, nu 8.430 euro, worden de studiekosten voor veertig studenten gefinancierd.
In de school waren hoogwaardigheidsbekleders en klonken lovende woorden voor Nics prestatie, naast de hartelijke aanbeveling van zijn kant aan de leerlingen om toch vooral hun opleiding vol te houden en iets te maken van hun leven.
In de dagen daarop was het 'business as usual': een rondleiding en bezoeken aan diverse projecten op het gebied van landbouw, infrastructuur (een brug!) en onderlinge samenwerking, alles gericht op de ontwikkeling van de streek en de zelfstandige verwerving van inkomen door de lokale bevolking.

Nic blijft tot eind november in Gambia om het zelf geld verdienen te stimuleren. Hij heeft bij een grote boerenorganisatie aangeklopt om de gewassen moringha, baobab, jatropha, wonjo en andere op grote schaal aan te planten en de opbrengst in de vorm van olie en gezondheidsproducten te exporteren. Het idee is dat de lokale bevolking dan werk en inkomen krijgt en het schoolgeld zelf kan betalen in de toekomst. Nic en zijn collega Ger, die nu ook in Gambia is, halen de Universiteit van Wageningen erbij en zijn nu een grote investeerder in Nederland aan het zoeken om een Maatschappelijk Verantwoorde Investering (MVO) te doen. De Nederlandse overheid geeft dan een bijdrage uit het programma DRIVE. Er is een proefboerderij en een onderzoekscentrum nodig. Dus Nic kan even nog niet weg...

Nic gaat deze week het schoolgeld van 44 jongeren aan de Technische school GTTI betalen, zoals beloofd. Het precieze bedrag moet eerst worden berekend. Op de school in MansaKonko, de dependance van het GTTI in het midden van Gambia waar de actie voor bedoeld is, bleek deze week dat er voor 28 eerstejaars nog helemaal geen schoolgeld is betaald. De directie vroeg Nic of hij het even kon betalen. Maar die antwoordde beslist: nee, dat hoort niet bij de afspraak. Probeer zelf oplossing te vinden, maar stuur de leerlingen niet van school. Een paar dagen later kwam de oplossing: de hoofdvestiging van het GTTI in Kanifing neemt de kosten voor zijn rekening. Zo kan het daar werken...

 

Op 19 september begon Nic in Pamplona aan zijn fietstocht. Het ging niet van een leien dakje. Niet overal was er een hostal of hotel te vinden. In Spanje heeft de crisis behoorlijk toegeslagen. Veel hotels waren gesloten of opgeheven. Bijvoorbeeld in Lezuza. Spanjaarden zijn vriendelijke mensen, merkte Nic, maar hem onderdak bieden, zelfs tegen betaling, dat doen ze niet zomaar. Hulp is er wel: ene Francisco bracht Nic weg in zijn bestelauto en wilde per sé geen benzinevergoeding. Of zoals in Valdehermoso. Het casa rural bleek veel te duur, maar Nic hoefde alleen het eten te betalen nadat hij vertelde dat hij voor een goed doel fietste.

Op 1 oktober, na 12 dagen en duizend kilometer fietsen, bereikte Nic de historische stad Granada. Het viel allemaal niet mee: "Met de voorbereiding dacht ik: ik doe Spanje wel even in tien dagen. Dat viel vies tegen, voortdurend bergen met hellingen tussen 6 en 13 %. Het is wel een hele belevenis, dat afwisselende landschap. 's Morgens heb je meer energie en is de temperatuur nog laag, dan gaat het klimmen wel. Maar je kunt het niet altijd zo plannen.”

Onderweg van Granada via La Palma kwam Nic op 4 oktober aan in Benalmádena, vlak bij Malaga. In Zuid-Spanje bleef het af en toe zwaar klimmen. “Aan het eind van de dag valt dat niet mee, vooral als het onverwacht is. Maar als het hotel bovenop een berg ligt moet je wel.”

Een week later kwam Afrika in zicht, aan de overkant van de Straat van Gibraltar. Na een moeizame, fietsonvriendelijke laatste etappe naar Algeciras in Spanje bracht de boot hem naar Tanger. Afrika, eindelijk! 

Op 11 okt belandde Nic, rijdend tussen de ezelkarren, in Kenitra, in de buurt van Rabat. Het was heet, heet, heet en de wegen waren natuurlijk een uitdaging. Maar overal aardige mensen. Daarna pauzeerde Nic drie dagen in Casablanca. Een buikprobleempje dwong daar een extra rustdag af. Had hij iets verkeerds gegeten, of misschien iets te lang gedanst op een bruiloft? 

Op 18 okt berikte Nic El-Oualidia. Die dag begon voor de verandering met regen. De weg bleef slecht met veel verkeer en harde tegenwind.

Daarna volgde Agadir, op 23 oktober. Daar pauseerde Nic een paar dagen. Hij had er een fijne tijd en ontmoette oude vrienden. Hij nam volgens plan het vliegtuig naar Dakar, omdat het over de weg (zo'n 2.000 km) te heet en te dunbevolkt is. Het moet wel leuk blijven.

Vrijdag 27 oktober landde Nic volgens plan met het vliegtuig in Dakar. Hij werd meteen geïnterviewd door een Senegalees YouTube-kanaal. Nic huurde een kamertje, hotels zijn erg duur. De mensen waren heel gastvrij en nodigden hem steeds uit mee te eten. Dakar is een rijke stad, maar de armoede is schrijnend. 

Op zaterdag 28 oktober begon Nic aan de laatste etappes. Op 1 november, logeert Nic in het dorpje Mbour, vijftig kilometer voorbij Dakar. Hij was vroeg opgestaan, want 's middags zou het weer 45 graden worden. Het plan was om naar Kaolack te fietsen, 110 km verderop. Maar nog in Mbour maakte een lekke band (de eerste van deze reis!) dat plan onmogelijk. Ondanks alle hulp kostte de reparatie twee uren en was het voordeel van vroeg opstaan verdwenen, zodat de etappe ingekort moest worden. Nu ja, er was nog tijd genoeg. 

Toubakouta was de laatste stop in Senegal, op 4 november, na een rit van 70km. Iedereen was bezig het dorp schoon te maken. De avond ervoor was vol familiale gezelligheid, eten en dansen. De kinderen zijn overal heel enthousiast. Daarna is de grensovergang en de veerboot naar Gambia.

Op 5 november maakt Nic zijn entree in de Gambiaanse hoofdstad Banjul, na een kort ritje vanuit Toubakouta. Vrienden wachtten hem op na de oversteek met de veerboot. Gelukkig was er daarna een dagje om wat uit te rusten.

Hier de laatste nieuwsbrief.

Volg Nic op FaceBook.

Volg Nic op zijn blog.

 

Als voorbereiding reed Nic in juni van dit jaar op Curaçao, waar het ook heet en droog is.

In juni bezocht Nic het Weekendcollege van het ROCvA in ZuidOost en sprak hij met de leerlingen over de Gambia-actie. Hij gaf ook een les over vluchtelingen. De 120 leerlingen begonnen geld op te halen voor de leerlingen in Gambia, wat 100 euro opleverde. Dat bedrag werd later aangevuld met nog eens 100 euro. Zie de onderste foto.

We berichtten al eerder over Nic's plannen. Dat verhaal staat hier.


Van 3 tot 10 april was Nic opnieuw in Gambia om voorbereidingen te treffen. Dit is zijn verslag: “Het bezoek stond vooral in teken van de voorbereiding van de fundraising (zie nieuwsbrief) en het fietsen door de Sahara. We hebben duidelijke afspraken gemaakt met GTTI, de beroepsonderwijs-instelling. Het schoolgeld is 160 euro per persoon per jaar voor level 3. Dus voor 44 leerlingen is dat 7.000 euro. Ik heb gezegd dat dat toch ook voor ons Europeanen veel geld is en of er niet wat van de rekening afkan. Ze kunnen nog niet precies zeggen hoeveel het bij elkaar wordt, ook niet of alle 44 studenten doorgaan naar level 3. Verder heb ik m’n aankomst in november doorgesproken, met een auto-escorte van Banjul naar Kanifing en geregeld dat er veel studenten aanwezig zullen zijn, onder andere een delegatie van Mansa Konko, waar de studenten nu les krijgen. Met een journalist van tv en radio heb ik afgesproken dat hij mijn intocht zal verslaan. Het bleek dat ik al op tv en radio was geweest: "Dutch cyclist biking through Sahara to The Gambia". Mijn fietsvriend Salieu heeft de hele fietsfederatie van Gambia opgetrommeld om mij op het laatste stuk te begeleiden. Dat is meteen mooie reclame voor hen. En als ze nou allemaal hun Trappist shirt aantrekken. Ik zal ze er nog om vragen.
Verder heb ik een aardig gesprek gehad met Honorair Consul mevrouw Henriëtte Sonko. Een spontane en leuke vrouw die onder andere bezig is om "Jeugd en ondernemersschap" te stimuleren. Precies wat ik ook wil. Hiervoor kan op scholen namelijk veel meer gedaan worden. Verder heeft zij naar eigen zeggen miljoenen te verdelen vanuit Nederland en/of EU. Dat is mooi, zei ik, zit daar iets voor mij bij? Maar nee, dat dan weer niet. Toevallig kwam Amadou Gigo, de voorzitter van het bestuur van GGTI, bij haar binnen toen ik met haar sprak. Ik had hem nog nooit ontmoet en vroeg hem meteen hoe het zat met de 70% van de begroting, die zij zelf moeten opbrengen. Toch een school van 2.500 studenten en 100 docenten/medewerkers. Hoe krijgen jullie dat voor elkaar? Hij legde mij uit dat dat wordt betaald van het schoolgeld van de studenten. Toen werd het mij meteen duidelijk dat de bijdrage van de studenten van groot belang is voor de financiering.
Ik vroeg ook of hij een onderhoud met de president voor mij kon regelen. Dat zou ie doen.
Het bleek dat ik deze keer te kort in Gambia was, maar wellicht lukt het een volgende keer. Wel heeft hij een afspraak met Badara Joof, de minister van Hoger Onderwijs, voor mij geregeld. Middelbaar beroepsonderwijs hoort tot het tertiaire onderwijs en valt dus onder deze minister.
Ik mocht een kwartier met de minister spreken op de dag van mijn vertrek. Ik was even in verwarring toen ik zijn kamer binnenkwam. Wie is de minister? Iedereen die in- en uitliep was keurig in strak pak. De minister was een jongeman van een jaar of 40 en de enige die, net als ik, gekleed was in een nette blouse. Ik mocht geen foto maken, vanwege sociale media, zei hij. Hij had van mij gehoord van mijn voorgenomen fietstocht. Na wat uitleg over zijn belang bij goed vakonderwijs voor jonge mensen in Gambia vroeg ik of hij 1.000 of 1.500 euro zou kunnen bijdragen voor mijn/zijn studenten. Hij zou er over nadenken en in ieder geval over spreken met directie van GTTI. Direct na mij had hij een afspraak met mw Jahou Faal en mr Edward Mansal, directeur en adjunct van GTTI. 

Later sprak ik met Francis Mendy, de Marketing docent van mijn fietsvriend Salieu Jammeh. Mendy werkt bij het ITTOG (Institute of Travel and Tourisme of the Gambia). Het ging over het belang van het voorbereiden naar het ondernemersschap en het maken van businessplannen voor zijn studenten. Hij begeleidt Salieu nu, na afronden van zijn opleiding, nog steeds. Hij memoreerde nog dat veel van zijn studenten, en ook Salieu, meer verdienen dan hij na hun opleiding. Hij verdient 4.000 dalasi per maand (80 euro). Salieu verdient vaak 1.500 dalasi per dag. Maar het toeristenseizoen is maar kort, van oktober tot mei.
Verder heb ik mijn contacten en enkele jonge mensen gesproken die ik privé sponsor bij hun studie. We hebben hun resultaten doorgesproken en het belang om mij goed op de hoogte te houden. ‘No communication, no sponsoring’.

Toen had ik nog een half uur om aan het strand te liggen en om vijf minuten in zee te zwemmen. Alle fruitladies kwamen meteen op mij af. Het was het tijd om naar huis te gaan, en een beetje uit te rusten van deze mooie en intensieve week.”

 

De stichting DOHANTU.

Boven: Nic deelt de maaltijd met zijn Gambiaanse vrienden. Onder: een groep Gambiaanse studenten.