Nic in de startblokken voor Gambia-tocht

Nic staat in de startblokken, hij zal op 19 september in Pamplona beginnen aan zijn fietstocht naar Gambia. Het streefbedrag voor de fondswerving heeft hij ruimschoots gehaald, de teller staat op 7.814 euro. Hier de laatste nieuwsbrief.

Volg Nic op FaceBook.

Volg Nic op zijn blog.

 

De fietsplannen hebben een 'veiligheidscheck' ondergaan: van Pamplona fietst Nic naar Agadir, zo'n 2500 km. Dan vliegt hij naar Dakar en pakt dan de fiets weer voor de laatste 500 km. In totaal zo'n 3.000 km fietsen. De reden om deels te vliegen is de hitte in de woestijn en de afstanden tussen de dorpen en stadjes, die soms meer dan 150 km vanaf elkaar liggen. Het moet wel leuk blijven. 

Nic laat weten: "Alle Trappisters die hebben bijgedragen in welke vorm dan ook, met name Erik d'Ailly en Perry van Dijk, heel hartelijk bedankt." Als voorbereiding reed in juni Nic op Curaçao, waar het ook heet en droog is. Donaties zijn nog steeds van harte welkom. De fundraiser-fietstocht heeft als doel schoolgeld in te zamelen voor 44 beroepsonderwijs-leerlingen in Gambia.

In juni bezocht Nic het Weekendcollege van het ROCvA in ZuidOost en sprak hij met de leerlingen over de Gambia-actie. Hij gaf ook een les over vluchtelingen. De 120 leerlingen begonnen geld op te halen voor de leerlingen in Gambia, wat 100 euro opleverde. Dat bedrag werd later aangevuld met nog eens 100 euro. Zie de onderste foto.
We berichtten al eerder over Nic's plannen. Dat verhaal staat hier.
Van 3 tot 10 april was Nic opnieuw in Gambia om voorbereidingen te treffen. Dit is zijn verslag: “Het bezoek stond vooral in teken van de voorbereiding van de fundraising (zie nieuwsbrief) en het fietsen door de Sahara. We hebben duidelijke afspraken gemaakt met GTTI, de beroepsonderwijs-instelling. Het schoolgeld is 160 euro per persoon per jaar voor level 3. Dus voor 44 leerlingen is dat 7.000 euro. Ik heb gezegd dat dat toch ook voor ons Europeanen veel geld is en of er niet wat van de rekening afkan. Ze kunnen nog niet precies zeggen hoeveel het bij elkaar wordt, ook niet of alle 44 studenten doorgaan naar level 3. Verder heb ik m’n aankomst in november doorgesproken, met een auto-escorte van Banjul naar Kanifing en geregeld dat er veel studenten aanwezig zullen zijn, onder andere een delegatie van Mansa Konko, waar de studenten nu les krijgen. Met een journalist van tv en radio heb ik afgesproken dat hij mijn intocht zal verslaan. Het bleek dat ik al op tv en radio was geweest: "Dutch cyclist biking through Sahara to The Gambia". Mijn fietsvriend Salieu heeft de hele fietsfederatie van Gambia opgetrommeld om mij op het laatste stuk te begeleiden. Dat is meteen mooie reclame voor hen. En als ze nou allemaal hun Trappist shirt aantrekken. Ik zal ze er nog om vragen.
Verder heb ik een aardig gesprek gehad met Honorair Consul mevrouw Henriëtte Sonko. Een spontane en leuke vrouw die onder andere bezig is om "Jeugd en ondernemersschap" te stimuleren. Precies wat ik ook wil. Hiervoor kan op scholen namelijk veel meer gedaan worden. Verder heeft zij naar eigen zeggen miljoenen te verdelen vanuit Nederland en/of EU. Dat is mooi, zei ik, zit daar iets voor mij bij? Maar nee, dat dan weer niet. Toevallig kwam Amadou Gigo, de voorzitter van het bestuur van GGTI, bij haar binnen toen ik met haar sprak. Ik had hem nog nooit ontmoet en vroeg hem meteen hoe het zat met de 70% van de begroting, die zij zelf moeten opbrengen. Toch een school van 2.500 studenten en 100 docenten/medewerkers. Hoe krijgen jullie dat voor elkaar? Hij legde mij uit dat dat wordt betaald van het schoolgeld van de studenten. Toen werd het mij meteen duidelijk dat de bijdrage van de studenten van groot belang is voor de financiering.
Ik vroeg ook of hij een onderhoud met de president voor mij kon regelen. Dat zou ie doen.
Het bleek dat ik deze keer te kort in Gambia was, maar wellicht lukt het een volgende keer. Wel heeft hij een afspraak met Badara Joof, de minister van Hoger Onderwijs, voor mij geregeld. Middelbaar beroepsonderwijs hoort tot het tertiaire onderwijs en valt dus onder deze minister.
Ik mocht een kwartier met de minister spreken op de dag van mijn vertrek. Ik was even in verwarring toen ik zijn kamer binnenkwam. Wie is de minister? Iedereen die in- en uitliep was keurig in strak pak. De minister was een jongeman van een jaar of 40 en de enige die, net als ik, gekleed was in een nette blouse. Ik mocht geen foto maken, vanwege sociale media, zei hij. Hij had van mij gehoord van mijn voorgenomen fietstocht. Na wat uitleg over zijn belang bij goed vakonderwijs voor jonge mensen in Gambia vroeg ik of hij 1.000 of 1.500 euro zou kunnen bijdragen voor mijn/zijn studenten. Hij zou er over nadenken en in ieder geval over spreken met directie van GTTI. Direct na mij had hij een afspraak met mw Jahou Faal en mr Edward Mansal, directeur en adjunct van GTTI. 

Later sprak ik met Francis Mendy, de Marketing docent van mijn fietsvriend Salieu Jammeh. Mendy werkt bij het ITTOG (Institute of Travel and Tourisme of the Gambia). Het ging over het belang van het voorbereiden naar het ondernemersschap en het maken van businessplannen voor zijn studenten. Hij begeleidt Salieu nu, na afronden van zijn opleiding, nog steeds. Hij memoreerde nog dat veel van zijn studenten, en ook Salieu, meer verdienen dan hij na hun opleiding. Hij verdient 4.000 dalasi per maand (80 euro). Salieu verdient vaak 1.500 dalasi per dag. Maar het toeristenseizoen is maar kort, van oktober tot mei.
Verder heb ik mijn contacten en enkele jonge mensen gesproken die ik privé sponsor bij hun studie. We hebben hun resultaten doorgesproken en het belang om mij goed op de hoogte te houden. ‘No communication, no sponsoring’.

Toen had ik nog een half uur om aan het strand te liggen en om vijf minuten in zee te zwemmen. Alle fruitladies kwamen meteen op mij af. Het was het tijd om naar huis te gaan, en een beetje uit te rusten van deze mooie en intensieve week.”

 

De stichting DOHANTU.

Boven: Nic deelt de maaltijd met zijn Gambiaanse vrienden. Onder: een groep Gambiaanse studenten.