Verslag Gouden Schemering 2017

Winnaar bij de B, Theo van der Neut, met naast hem Joop Vangangel. FOTO HANS MEERMAN (helaas geen tijd om ook de A te fotograferen...)

Meer foto's in de stream, helaas alleen van de B.

 

 

PUNTEN SPROKKELEN, DE TEL BEN IK ALLANG KWIJT

 

Verslag Gouden Schemering A, 28 juni 2017

 

Het regent. Aan de start zes mannen, echte mannen. Bewezen winnaars en vechters. 40 km, 29 ronden, 14 sprints, 2 bonussprints en een eindsprint, in totaal 111 punten te verdelen, wind tegen tijdens de sprint. Dit verslag heeft geen pornografische guitigheden nodig om opgefleurd te worden.

De wapens en de tactiek verschillen. JM en Bert zullen voor de lange ontsnapping gaan. Rinus heeft een korte felle acceleratie. Mike, Marlin en ikzelf zijn meer allround en ik heb van deze drie de beste sprint.

Maandag bij WVA drukte Leendert me op het hart om bij de sprints niet voor de winst te gaan maar telkens punten te pakken. En zo heb ik het gedaan. De eerste sprint had ik te pakken door vroeg aan te gaan. De volgende sprint gaat Marlin een halve ronde voor het einde weg. Ik duik in zijn wiel. Gaan. Ik roep hem toe dat hij de hoofdprijs mag hebben als we doorrijden. Marlin drie punten en ik twee. We worden teruggepakt. De volgende sprint pak ik één punt. Ook de eerste bonussprint weet ik te winnen, zes punten.

JM dendert bijna iedere ronde direct na de sprint over de nahijgende sprinters heen. Voorspelbaar, en vermoeiend. Tussen de sprints door proberen JM, Marlin en Mike weg te springen. Ik controleer de wedstrijd door in hun wiel te duiken en eventueel met hen te ontsnappen, maar ze willen niet met me rijden.

In de eerste zes sprints pak ik 16 punten. Het gaat goed, maar de benen worden zwaar. Gelukkig worden de demarrages ook steeds minder venijnig. Ik probeer me te verbergen. De anderen dwingen me telkens weer op kop. Ik merk dat een sprint van kop af ondanks de tegenwind toch tot winst kan leiden. Tempo richting bocht, als eerste de bocht insturen, terugschakelen, beentempo omhoog, in drie stappen opschakelen naar de meet, telkens harder. Zo moet het.

Benen en borst worden zwaar. De sprints vloeien in elkaar over. Ik herinner me dat ik mijn wiel net voor dat van Marlin over de finish duw. Ik herinner me dat drie man over me heen denderen tijdens de sprint. Ik herinner me dat ik een sprint laat gaan omdat ik te moe ben. Ik herinner me dat ik sprint in de verkeerde ronde. Ik herinner me dat Rinus en ik geen werk voor elkaar willen opknappen. Rinus speelt het spel het hardst en ik rijd hem terug, maar niet op tijd voor de sprint, dan maar alle twee geen punten.

Ik mis drie keer punten. Telkens als ik een sprint mis zakt het winnaarsgevoel verder weg in een waas van pijn en vermoeidheid, maar ik blijf punten sprokkelen. De tel ben ik allang kwijt.

Vlak voor de laatste bonussprint is JM weggesprongen. Hij blijft weg en pakt vijf keer de hoofdprijs. Daarachter blijven we vechten voor de tweede en derde plek. Rinus doet het goed in de tweede helft van de wedstrijd. Hij en JM zijn mijn grootste concurrenten. De één na laatste sprint is voor mij. De eindsprint is voor Rinus die zijn wiel net voor dat van mij over de streep duwt. JM en Rinus denken dat ze gewonnen hebben en ik denk dat ook. De jury telt. Ik heb in 11 sprints punten gepakt en ben met 26 punten winnaar. JM en Rinus hebben alle twee 24 punten. In de huiskamer staan nu twee bossen bloemen. Daar moet een derde bij.

Jan Repko

 

Hoe de wedstrijd in elkaar zit.