Dáár heb ik dus het hele jaar voor getraind

Foto: na de aankomst op Villard Reculas. FOTO MARIEKE KLOMP


DÁÁR HEB IK DUS HET HELE JAAR VOOR GETRAIND

 

Verslag Trappist Trippel 2017 (en een beetje 3CV 2009)

Door Gerard Snel

Vrijdag 28 juli 2017, km 61 (86), Col d’ Ornon.

Dit is dus de flow. Goed oppassen voor de gevaarlijke bocht, daar is ie al. Ik rem gedoceerd en rijd soepel de dubbele bocht door. En nu los, trappen, duik in elkaar. Ik kijk half om, alleen Djoen zit in mijn wiel, van Willard of Mart niets te bekennen. Die derde plek is voor mij, dat gaat Mart nooit meer goedmaken! Waarom neemt Djoen niet over? Nou ja, dan niet, doe ik het wel. Soepel vlieg ik in volle vaart de Ornon af, wat een heerlijk gevoel na de lijdensweg die achter me ligt. En even niet denken aan wat voor me ligt. Zoef, zoef, geen auto te bekennen, ik rijd de ideale lijn naar beneden. Dit is dus de flow.


Woensdag 26 juli 2017, km 13, Villard Reculas.

F*ck, waarom lukt het niet, waarom nu, uitgerekend nu niet?! Ontgoocheld en gefrustreerd sta ik bij de finish, eraf gereden vanaf km 4, geen macht, geen adem, veel te hoge hartslag. Het hele seizoen extra getraind op langere afstanden, op tempo, sinds jaren weer cyclosportieven gereden, sterk clubkampioenschap, en dan los ik in een klimmetje van drie kwartier. Djoen, Willard, Bart, Mart – ze zijn los. Ik win nog wel het sprintje van Theo, maar daar kwam ik niet voor.
Ik loop wat ontredderd rond. Willard wijst me op Oulles, de finish van de laatste etappe. Mooi, Willard, heel mooi. Maar ik heb er geen zin in.


***
Vrijdag 17 juli 2009, km 10, ergens in de Cevennen.

Er was al gewaarschuwd: er zijn wegwerkzaamheden, pas op! Maar als we rechtsaf moeten over de onverharde weg en langs een wegafzetting, vergeet ik te schakelen. Op het asfalt moeten we meteen steil omhoog, ik schakel voor en achter en hop, de ketting eraf. Na enig gehannes ligt-ie er weer op, maar ik kom niet goed op gang op de steile helling. De kopgroep is al ver voor me uit, mijn manmoedige pogingen het gat te dichten zijn vergeefs. Shit, amper begonnen en ik lig al in verloren positie! Later, veel later win ik nog wel het eindsprintje van Mart, maar daar kwam ik niet voor.

***

Donderdag 27 juli 2017, km 38, Bourg d’Arud.

Gelukkig, erbij gebleven tot de gevreesde klim. Hé daar gaat Djoen, knap hoor. Ik nestel me in het wiel van Willard maar laat hem al snel gaan. Ook Jan komt voorbij. Eigen tempo, Gerard, laat je niet gek maken. Ik zie dat Jan blijft hangen en haal hem in. Wat gebeurt daar? Ik loop in op Willard, holy Moses! Ik zet nog wat aan en kom in zijn wiel. De hele klim zit vol met Trappisten die op verschillende momenten zijn gestart, ook Willeke. Hé Willeke, zie je dat, ik houd Willard bij! Ik bijt me vast, want ik wil straks de vier vlakke kilometers niet alleen rijden. De laatste klim. Dit gaat best soepel, zal ik eens aanzetten? Ik doe het niet, volg Willard, gelukkig maar, de laatste honderden meters naar St. Christophe moet ik alle zeilen bijzetten. Shit, ik weet niet hoe ver we nog moeten doorrijden. “Willard, hoe ver nog?”. "Nog een kilometer naar het dorp en dan nog één tot de finish, denk ik." Dit hou ik niet vol, morgen moet ik ook nog. Ik haak af. 200m later zijn we op het hoogste punt, maar Willard is al te ver weg. Shit, had ik nu maar even doorgebeten. In eigen tempo finish ik, 25 sec achter Willard, onnodig, maar wat maakt het uit: ik ben ontzettend blij en opgelucht. Derde van de klassementsleiders, achter Djoen en Willard. Een sprong gemaakt naar de derde plek, wat een onverwachte wederopstanding!

Vrijdag 28 juli 2017, km 36 (61), Siévoz.

Hé wat is dat, voel ik daar vermoeide benen? Dat is nog veel te vroeg. Negeren. Kilometers lang hebben we achter Djoen en Mart aangejaagd. Mart hebben we, Djoen nog niet. Ik draai af en toe mee op kop, niet laten merken dat het moeizaam gaat. Na Entraigues rijdt Willard alleen het gat naar Djoen dicht. Jan springt. Mart springt. Ik sleep me er naar toe. Dit sloopt.

Ik kijk achterom. Na de derde of vierde demarrage van Mart zijn Jan en Bert verdwenen. Verdomme Mart, hou eens op, ik kan niet meer. We komen bij de steile laatste kilometers. Mart zakt af en zegt: “dit hou ik niet meer vol”. Meent hij dat, of… Mart jumpt naar de koplopers.

(Nu ik dit verslag maak zie ik op een oude website van de 3CV een link staan met de titel “Dominicus, B-acteur! Daar trappen we niet in…”) 

***

Zaterdag 18 juli 2009, km 91, klim naar Camprieu.

Mart demarreert. Prima, laat die zich maar opbranden. Maar dan springt iedereen achter hem aan. Ik ga ook aan. Vlak voordat ik er ben demarreert Mart weer. Langzaam rijdt de kopgroep uit mijn beeld. Ik ben gelost.

Zaterdag 18 juli 2009, km 114, Mont Aigoual.

De klim is voorbij, ik knal de afdaling weer in. Kop erbij houden Gerard, geen onnodige risico’s. Maar ik ben in de flow en rijd de afdaling perfect. Steeds vaker zie ik een glimp van Mart en de volgauto – dit kan niet lang meer duren. Ik draai een bocht om en… vloek. Verderop ligt Mart op het asfalt.

***

Vrijdag 28 juli 2017, km 57 (82), Chantelouve.

De weg wordt steiler. IK HOU VOL zet zich als een mantra in mijn hoofd. Ik laat die Mart niet nog een keer ontsnappen! Mijn benen protesteren. Ik probeer ze te verleiden door te zetten: Kom op jongens, nog even, tot twee kilometer onder de top. Als Mart dan wegrijdt dicht ik het gat wel in de afdaling. Hoeven jullie niets voor te doen. En dan, twee kilometer onder de top, gebeurt waar ik zo lang stiekem op hoopte: ik kom door de vermoeidheid heen! Opeens gaat het makkelijk. We passeren de top, ik schakel bij en demarreer weg.

Vrijdag 28 juli 2017, km 72,5 (97,5), La Paute.

Shit, kramp, ah, niet nu we zo’n gat hebben met Willard en Mart! Ik schakel terug en probeer zo soepel mogelijk te rijden. Vlak voor de bocht naar Oulles schakel ik naar het lichtste verzet. Oei, dit is steil en wat zijn mijn benen leeg. Waarom komt Djoen er niet overheen, hij neemt toch telkens de binnenbocht? Ik zie beneden ons Willard stug doortrappen. Die komt terug, nou ja, kan mij het schelen, gewoon uitrijden en derde worden. Ik heb enorm veel zin even langs de kant te gaan zitten en bij te komen, ik heb genoeg marge. Maar dat doe ik niet, met Djoen in mijn wiel. Huh, waar is Djoen? Ik ben de gele trui aan het lossen! Vol moraal rij ik door, geen steek harder, want de benen zijn leeg. Ik kijk achterom en zie dat Willard een stuk achter Djoen zit. Ik ga ze er allemaal af rijden, OMG! Ik zie opeens Ries in de verte, te ver, en ik rij in een egaal tempo naar de finish. Helemaal kapot en leeg stort ik over de finish, geen dagoverwinning, maar wel de snelste man in de koninginnenrit.

Dáár had ik dus het hele jaar voor getraind. 

-----