Zege in La Bérarde maakt slechte tijdrit goed

Foto: het peloton rust uit na aankomst op La Bérarde. FOTO MARIEKE KLOMP


ZEGE IN LA BÉRARDE MAAKT SLECHTE TIJDRIT GOED

 

Verslag van Trappist Trippel, dag 2

Door Bas Klein


Eind 2016 wordt het idee gelanceerd om weer eens een driedaagse te rijden in het buitenland. De Cevennen en Spanje waren destijds niet in onze vakantieplannen te passen. Dit keer zag het er beter uit. We besloten om onze vakantie dit jaar in Bourg-d'Oisans te beginnen en daarna verder te trekken. Ik schreef me in voor de Trippel.

Een driedaagse in de Alpen zou een flinke uitdaging zijn. Ik had überhaupt nog nooit drie dagen achtereen gefietst en de vorm is niet meer zoals deze een paar jaar terug was. Het zou aanpoten worden om de A's bij te kunnen houden. Misschien was dat wel niet helemaal realistisch. Tijd voor een plan dus.

De eerste etappe van de Trappist Trippel betrof de klim naar Villard Reculas. Een alternatieve route naar Huez, dat gelegen is op de klim naar Alpe d'Huez. Deze beklimming is iets vriendelijker dan de Alpe zelf. Ik startte in de A groep. Het pelotonnetje vloog met 40km/u naar de voet van de klim. Op de klim bleef het tempo hoog. Dit had tot gevolg dat ik na een kilometer klimmen al moest lossen. Crisis, wat reden deze gasten hard omhoog!

Ik besloot om mijn eigen tempo te pakken en me niet uit elkaar te trekken voor een paar minuten tijdwinst. Er zouden immers nog twee zware dagen volgen. Op de top lag ik een kwartier achter op de winnaar. Willard klopte Djoen op de meet in een millimeter-sprint.


Het gevolg van m'n slechte tijd in de openingsrit is dat ik een dag later van start mag in de tweede startgroep, met een fikse voorsprong op de snelsten van de eerste dag. De tweede etappe kent twee beklimmingen. Te beginnen met de Montée de Bons, een alternatieve route naar Les Deux Alpes, en vervolgens de klim naar La Bérarde.

Mijn verwachting dat mijn startgroep op de eerste steile stroken van de Montée de Bons uit elkaar zou spatten komt uit. Ik rijd van kop af weg uit de groep en zit alleen. Ik ga op zoek naar de drie renners die voor ons gestart zijn in de eerste startgroep. Als eerste haal ik John bij, die op de kilometers van 10% zijn eigen tempo rijdt. Heel verstandig.

De zondag na aankomst had ik deze beklimming verkend. De steile kilometers waren zwaar tegengevallen. Door gebrek aan klimkilometers in de benen reed ik een beschamend tempo. Gelukkig kom ik vandaag wat beter vooruit. Dit geeft een mentale boost en vertrouwen voor de rest van de rit.

Bij het passeren van de streep van de bergprijs heb ik Jeroen en Arent nog niet bijgehaald, maar na een vlakkere passage, nog onder de top, krijg ik ze in beeld. Direct na het opdraaien van de afdaling schiet ik Jeroen voorbij. Arent gaat met me mee. Ik heb de kop van de koers bereikt. Het lijkt me wel wat om de vlakkere kilometers tot het betere klimwerk van La Bérarde samen met Arent af te leggen, maar bij een knikje omhoog in de afdaling van Les Deux Alpes raak ik Arent kwijt. Alleen doorrijden lijkt me beter dan wachten.

Daardoor heb ik een solo van zo'n 28 kilometer voor de boeg en geen idee van mijn voorsprong. Ik krijg pas een indicatie op de dubbel af te leggen route naar de verzorgingspost. Over dit stuk doe ik 7 minuten. Ik kom onderweg alleen Arent en Diek tegen. Diek was ook in mijn groep gestart. De rest rijdt dus op minimaal 7 minuten met op dat moment nog 19 kilometer te gaan. Daarin zitten nog twee stukken van 3 kilometer van 9 à 10%. Hier moet ik nog wel fatsoenlijk omhoog rijden, anders smelt m'n voorsprong op rasklimmers zoals Djoen als sneeuw voor de zon.

De golvende aanloop naar Venosc rijd ik gedoseerd, wetend wat me nog te wachten staat. Ik kom voorbij een houten bord met een bollentrui. Dat herken ik van de presentatie op de avond ervoor: hier ligt een premiesprint. Zo, die worst zit in de tas.

Na Venosc is het direct feest. Smerige steile kilometers zuigen de energie uit m'n benen. M'n onderrug staat op knappen. Ik rijd voorbij een vermoedelijk Belgisch stelletje in Lotto-Soudal outfit. Ze rijden nog langzamer dan ik. Dat geeft weer wat moed. Ook zie ik dat ik nog hetzelfde vermogen weet te trappen als op de klim naar Bons. Het gaat niet van harte, maar nog wel vooruit. Ik zwoeg mijn weg naar boven.

Het vlakt gelukkig weer af en ik kom langs de gîte waar we later zullen lunchen. Ik kan de benen even wat losrijden, denkend aan het slotstuk dat nog komen gaat. De klim naar St. Christoph begint en is onverbiddelijk. Ik pak de haarspelden buitenom om heel even de druk van de benen te halen. Ik kan een flink stuk naar beneden kijken en zie nog niemand aankomen. M'n voorsprong lijkt geruststellend. Ik moet natuurlijk nog wel naar boven. De kilometers beginnen hun tol te eisen. Ik gebruik m'n hele lijf om de palen naar beneden te duwen. Mijn benen deden al zeer, maar nu begonnen ook m'n armen te verkrampen van het trekken aan het stuur. Het stuk naar de kerk van St. Christoph lijkt eindeloos.

Maar aan alles komt een einde en in het dorp vlakt het af. Na percentages van boven de 10% lijkt 5% ineens wel vlak. Nog een paar glooiende kilometers naar de streep. Ik ga deze bergetappe winnen! Wat nou Spaarnwoude of een klimkoers op een afvalbult! Ik win op La Bérarde!

Djoen komt achter me als tweede boven, voor Willard. Tijdens het half uur na mijn finish druppelen de renners binnen. De één nog meer gesloopt en oververhit dan de ander. Koersen in de bergen is niet voor watjes, dat is wel duidelijk. En dan moet de zwaarste etappe nog komen. Maar dat is de dag van morgen. Op deze dag is mijn missie geslaagd. Tijd voor een welverdiende lunch.