Verslag Openingswedstrijd 2018

Teun rijdt lachend naar de finish. Foto Klaas Fopma.

TWEE KEER OP DE PIJNBANK, WACHTEN OP HET VONNIS

 

Verslag Openingswedstrijd A, 25 maart 2018

 

Onlangs ontving ik een mailtje uit Rotterdam: Teun meldde zich. Allereerst om me te feliciteren met het behalen van het Kampioenschap van Amsterdam (bij de 60+, maar dat is echt een detail). Heel attent van hem, hij blijft een gentleman, daar heeft een verhuizing naar de havenstad niets aan veranderd.

 

Mijn stemming sloeg echter om toen ik verder las. En passant liet Teun namelijk weten dat hij van plan was om naar de Openingskoers te komen. Ai, dat was andere koek. Dan zou ik wel eens zodanig op de pijnbank kunnen worden gelegd door onze relatief piepjonge fietsvriend dat de glans van mijn Kampioenschap als sneeuw voor de zon zou verdwijnen. Geen lekker vooruitzicht.

 

En ik vermoedde dat ik niet de enige zou zijn die er zo over dacht. Teun is een graag geziene gast, maar vooral als hij in Rotterdam blijft. Daartoe probeerde ik hem in diplomatieke, maar nochtans niet mis te verstane bewoordingen van te overtuigen. Ik had echter niet de indruk dat ze aankwamen. Teun had het verstand al op nul gezet en de blik op Spaarnwoude.

 

Hij was er dus inderdaad, afgelopen zondag en dat hebben we geweten. Het werd een bijna genante vertoning. Het begon al met de kennismaking. Terwijl om hem heen iedereen druk bezig was met opzetstuurtjes, dichte wielen en druppelhelmen, overzag Teun met een stralende glimlach dit nerveuze gedoe.

 

Ik keek via zijn fiets (geen tijdrit-fratsen) naar zijn onderstel en wist genoeg. De superieure jeugdigheid spatte er vanaf. Ik voelde me in één klap 103 worden.

 

Had starten nog wel zin, met een afstraffing in het verschiet? Ik hees me nog op mijn wel enigszins opgetuigde fiets, maar van harte ging het niet meer. De 3,2 kilometer die volgden, leken een eeuwigheid te duren. Er kwam geen eind aan. En telkens flitste het beeld van Teuns glanzende spierbonken me voor de ogen.

 

Niet alleen leed mijn bochtentechniek daar zichtbaar onder, het had ook een dodelijk effect op mijn snelheid. Ik werd warempel nog vijfde, maar bijna een halve minuut achter Teun, die op zijn ‘gewone’ fiets zo’n tien seconden sneller was dan specialist Mike op zijn tijdritmonster.

 

De rit in lijn werd mogelijk nog pijnlijker. Na een paar rondjes ging er een groepje van een man of vier vandoor, waaronder Teun. Vanuit het pelotonnetje dat achterbleef kon ik fraai aanschouwen dat Teun noodgedwongen vooral naar achter moest kijken. Telkens als hij op kop kwam, viel er een gaatje, moest hij inhouden en wachten op aansluiting.

 

Mocht je na de tijdrit nog hopen op een eenmalige oprisping, dan was die hoop nu definitief aan gort gereden. Het was overduidelijk wie zou gaan winnen, het was nog slechts wachten op wanneer het vonnis zou worden voltrokken. Teun vond het nog wat te vroeg om zijn one-man-show door te zetten en de boel kwam weer bij elkaar.

 

Verderop in de koers brak het opnieuw. Acht man vooruit. Ik zat er bij, maar daarmee was alles gezegd. Teun draaide daarentegen soepeltjes mee. Terwijl wij aardse ploeteraars stoempten alsof het een verlate veldrit betrof, trapte onze Godenzoon in de boter. En toen Teun met nog een paar rondjes te gaan uit het zadel kwam, ondernam niemand van ons een poging om hem ook maar enigszins te volgen. Uitgeblust en opgelucht keken we hem na. Het einde van de vernedering was in zicht.

 

Na afloop aanschouwde Teun als een schijnbaar nietsvermoedende generaal het slagveld. Hij zei een aangename middag te hebben gehad en te overwegen om tijdens Zandvoort weer een langs te wippen.

 

Zullen we zeggen dat die wedstrijd van de kalender is?

 

Mart Dominicus

Verslag Openingswedstrijd 2018

Links winnaar Thomas, rechts Theo, samen de tweemans kopgroep. Foto Erik d'Ailly.

VOL VERBAZING ALLEEN NAAR DE STREEP

 

Verslag Openingswedstrijd B, 25 maart 2018

 

Op zondag 25 maart was het dan weer eindelijk zo ver. Het begin van het race seizoen. Na een winter vol intervaltrainingen, lange afstanden, bruggen opsprinten (zoals Dylan schijnt te doen) en een nieuwe fiets die 3 kilo lichter is, was ik wel benieuwd hoe het er voor zou staan.


Met toch lichte zenuwen van opwinding in het lijf ben ik rustig naar de baan gefietst waar het een vrolijk weerzien was van de hardrijdende collega’s-concurrenten. En natuurlijk moest ik even bij iedereen het materiaal inspecteren. Het meest opvallend was de nieuwe fiets van Mick. Een vlammende Giant Propel, als ik het goed heb. Daarbij viel mijn nieuwe machine een stuk minder op. Mooi! Geen hoge verwachtingen dus.

 

We begonnen met de tijdrit over 3.2 km. Ik had voor de start het verzet iets lichter gezet om snel weg te komen. En op het eerste rechte stuk schakelde ik meteen op. Daardoor kwam ik wat hard in de eerste bocht en liet ik het even lopen. Daarna ben ik lekker stevig op de trappers gaan staan terwijl ik toch probeerde wat over te houden voor de laatste bocht naar de finish. Het voelde allemaal redelijk. Maar omdat ik zonder snelheidsmeter reed, had ik geen idee hoe hard ik was gegaan.


Toen kwam het wachten, want de A's moesten ook hun ronde rijden. Na het treingeraas van de dichte wielen van de A's en het gereken van Marja, volgde de uitslag. Het was een vreemde ervaring om dan m’n naam maar niet te horen. Tot op het laatst, als winnaar dus! Dat voelde onwerkelijk, want tijdens de laatste tijdrit werd ik nog ingehaald door Theo!

 

Maar er moest nog meer gekoerst worden. We vertrokken redelijk kort achter de A's die de eerste ronde niet zo’n haast hadden. Stefan dacht een kans te zien en demarreerde als een gek naar de A's. Misschien met het idee om aan te sluiten? Toen ging Theo er vandoor, volgens mij ook al in de eerste ronde. Ik dacht het gat even dicht te rijden en maakte mij geen illusie over een mogelijke ontsnapping aan het begin van de wedstrijd. Ik had immers goed op de sprint geoefend.


Maar zoals me dat wel vaker overkomen was, veranderde mijn eenvoudige actie toch in een ontsnapping. Ik kwam bij Theo en bleef een beetje achter hem hangen met het idee dat het toch niets zou worden. Maar hij spoorde aan en riep dat als we Stefan zouden pakken, we met ons drieën zouden zijn en een kans zouden maken. Ik dacht: ik rijd ‘submax’ mee en als we gepakt worden kan ik uitrusten en mij opmaken voor de sprint.


Het verliep anders. We haalden Stefan bij en met ons drieën werkten we goed samen, waardoor de ontsnapping stand hield. Ook Christiaan, gelost uit de A, reed nog een tijdje aan ons wiel mee. Na een aantal ronden haakten Stefan en Christiaan af en waren Theo en ik met ons tweeën. We bleven goed aflossen op de lange einden. Het peleton zagen we niet meer. En tot mijn grote verbazing waren daar al vlug de laatste drie ronden.


Toen ging ik een beetje in de spaarstand om genoeg over te houden voor een sprint. Want ik had Theo al diverse sprints zien winnen. Maar ook dat liep anders. Ik liet het niet op een sprint aankomen. Theo had laten weten niet de benen te hebben. Dus bij mijn laatste overname op het voorlaatste rechte eind sprong ik weg. Zo hard ik kon beukte ik door en keek niet achterom. Maar ik twijfelde ook. Ben ik te vroeg gegaan? Pas in de laatste bocht keek ik om en zag dat ik alleen was. En kon ik met de benen stil en de handen in de lucht over de finish.


Thomas de Groot