Verslag IJsselmeer 2018

Van links naar rechts: Bert Zwaving, Jan Repko (winnaar), Jan Maarten Deurvorst, Koen Denecker en Rinus Cerfontaine, halverwege de IJsselmeerdijk. Foto: Marlin Burkunk (toen nog geen lekke band)

 

DIE LAATSTE BRUG: IK MOET DOOR, MAAR IK KAN WEL HUILEN

Een bui is van Amsterdam naar Den Oever getrokken en wij zaten eronder. ’s Ochtend om 7 uur met de pont naar Noord. Een oude traditie in ere hersteld. Toerrijders en wedstrijdrijders gaan gezamenlijk naar Bolsward om daar rillend koffie met gebak te eten. De hele rit in de regen. Drinken, een bidon per uur, is noodzaak tegen de kramp van de lange afstand, maar het water loopt er linea recta weer uit. De kou en de nattigheid leiden naar overvloed aan water-stopjes.
 
En dan begint de wedstrijd die geen wedstrijd mag heten. Lange rechte stukken waar de gevechten zich afspelen, onderbroken door korte bestanden in de bebouwde kom. Water-stopjes doen we niet meer. Wie het eerste op de Hollandse Brug is wint de enige echte Trappist-klassieker: Het Rondje IJsselmeer. Een tiental jaar geleden ben ik voor de eerste keer vol huiver aan deze wedstrijd begonnen. Ergens in de Noordoostpolder werd ik eraf gereden en mocht ik samen met de andere verslagenen in een treurige en afgematte kolonne naar huis fietsen.
 
Dit jaar hoor ik tot de kanshebbers, maar dat zijn alle mannen die aan de start verschijnen. En select groepje winnaars en onverschrokkenen. Bert jarenlang de koning van de IJsselmeer. Vorige keer plaatste hij bij Lelystad een demarrage op een enigszins onoverzichtelijk rotonde. Ik kon hem volgen. Maar niet langer dan een kilometer of tien. Ik kon zijn wiel niet houden en zag hem, met zuidwestenwind kracht 6 of 7 zo, met 34 kilometer per uur uit het zicht verdwijnen. Rinus heeft de IJsselmeer ook al gewonnen. Als je met hem de Hollandse Brug op gaat ben je verloren. Zijn versnelling en tactisch inzicht zijn onovertroffen. Marlin had vorig jaar mogen winnen. Hij sleurde het peloton na de Ketelbrug in twee stukken en ging er 30 kilometer later in zijn eentje vandoor. Helaas voor hem was er één man beter. Sander Baars sloopte met enkel demarrages het achtervolgende peloton en wist Marlin voor de finish bij wist te halen. Jan Maarten de ijzervreter en zelfverklaarde diesel, die een innovatief trainingsprogramma volgt. En ten slotte Koen, die zijn trainingskilometers het liefst aflegt in de Californische heuvels en categorisch weigert deel te nemen aan tochten korter dan 150 km.
 
Met dat stelletje dus zou ik moeten afrekenen als ik wilde winnen. Kort na Bolsward toonde Marlin al zijn aspiraties voor de overwinning. Hij bleef achteraan hangen, wat ik dan weer geen goed idee vond, en dat leverde enkele interessante duels op: wie durft zijn benen het langste stil te houden terwijl de anderen vlot doorrijden? Voor de het overige verliep het traject in slopende harmonie. Een straf tempo maar niemand die een echte aanval durfde te plaatsen. Langs de Oostvaardersplassen zouden we windkracht 4 of 5 tegen hebben, alleen vooruit met een paar man achter me zag ik dat niet zitten. Ik had me gericht op een aanval na de laatste bocht met wind in de rug en op de sprint op de Hollandse Brug. Korte heuvels zijn namelijk mijn specialiteit en misschien kon ik brug-op Rinus ook wel de baas.
 
Eén voor één haken de renners af totdat alleen Rinus en ik overblijven. Marlin krijgt een lekke band en Jan Maarten stopt uit behulpzaamheid. We zijn nog met vier. Koen verliest hier en daar wat meters maar weet telkens op wilskracht weer aan te sluiten. Op de klinkers in Lelystad plaatst Rinus een versnelling. Bert kan niet volgen. Koen kruipt op zijn tandvlees naar Rinus en mij toe. Met drie man door. Koen kan en wil geen kopwerk meer doen. Na enige druk neemt hij toch een paar keer over. Bij de Oostvaardersplassen laat hij ons gaan. Rinus en ik maken de laatste twintig kilometers gebroederlijk af. Kop over kop. Drinken en eten. Wachten op de finale.
 
De laatste bocht, nog 4 kilometer te gaan. Ik demarreer naar 54 km per uur. Rinus kruipt schijnbaar achteloos in mijn wiel. Wat nu? Plan B: sprinten op de brug. Vorig jaar had Rinus de lange afstand slechter verteerd dan ik. Ik plaats een paar demarrages zonder echt diep te gaan met als doel verzuring van Rinus' benen, maar met het risico dat ik zelf de klos zou zijn.

We komen bij de lange Hollandse Brug. Ik weet me in het wiel van Rinus te manoeuvreren. We gaan langzamer en langzamer. Totdat Rinus het niet meer houdt. Hij springt onder aan de brug weg. Ik weet zijn wiel te pakken. Het voelt goed, de buit is binnen. Dan: kramp in mijn rechter hamstring! Ik moet door, maar ik kan wel huilen. Rinus valt stil, heeft hij ook kramp? Ik moet er overheen en hem mentaal een dreun geven. De pijn verbijtend zet ik aan. Ik heb direct honderd meter. Rinus heeft opgegeven en ik kan rustig, maar met pijn in mijn benen naar de finish.

Jan Repko