GP Zandvoort 2018, A

 

door: Teun Veeken

Al zes keer reed ik Zandvoort. Al vaker behoorde ik tot de favorieten, maar altijd botste ik op tegenstanders die beter waren of het beter speelden dan ik. Dinsdag 29 mei was mijn zevende keer en ik wilde graag winnen.

 

Zandvoort heeft altijd iets speciaals. Je ziet er renners die je verder haast nooit ziet, renners die alleen Zandvoort rijden, die er speciaal ruimte voor maken in hun agenda, en renners die speciaal vanuit Rotterdam afreizen voor de mooiste klassieker op de kalender van FC Trappist.

 

Grote afwezige is Mart Dominicus. In de eerste plaats mis ik hem vanwege zijn rol in de koers: altijd goed voor een mooie ontsnappingspoging. In de tweede plaats natuurlijk omdat zijn briljant gestileerde frustratie een zegen is voor het clubblad. Het leidt tot schitterende epistels waarin ik dankbaar figureer.

 

Het weer is drukkend. Er hangt onweer in de lucht, elders in Nederland is het noodweer en code oranje. Voorafgaand aan de wedstrijd is er een minuut stilte voor John Griët en daarna worden we bezorgd toegesproken om toch vooral voorzichtig te zijn en ons gezond verstand te gebruiken. Er staat nauwelijks wind en een regenbuitje voor de start heeft ervoor gezorgd dat de baan er nat bij ligt. Dit alles, in combinatie met de lengte van de wedstrijd (anderhalf uur plus drie ronden), zorgt ervoor dat de start alleszins behoudend is. De eerste rondjes lijken vooral in het teken te staan van opwarmen en verkennen. Helaas kan dit niet voorkomen dat er halverwege het tweede rondje twee renners totaal onverwachts onderuit schuiven. Later blijkt de chicane waar het gebeurt een gekende plek des onheils te zijn. Even later treft twee B-renners hetzelfde lot en ook Peter Giljam viel jaren terug al eens op exact dezelfde plaats. Het lijken redelijk onschuldige schuivertjes, maar het voorval heeft zijn weerslag op de renners: de onzekerheid sluipt erin en er wordt veel geremd.

 

Na ruim een uur wedstrijd begint het echt hard te regenen en dan lijkt er ook wat pittiger gekoerst te worden. Er rijdt een drietal weg, onder wie Sander Baars en Bart Bijvoet, maar de ordetroepen van het peloton houden de afstand overbrugbaar. Ik doe, net als Peter Giljam, een poging om er naartoe te springen, maar er wordt onmiddellijk gereageerd en ik heb geen zin om met een sliert renners in mijn wiel het gat te dichten. Ik besluit te wachten en alles komt na een ronde of vijf weer bij elkaar. Mike Cooper rijdt alleen weg en krijgt wat ruimte, maar ook hij stuit op een onverbiddelijke en eendrachtig samenwerkende harde kern die ‘samen ronddraaien en gaten dichtrijden’ tot hoogste doel lijkt te hebben verheven.

 

Ik val nog aan, probeer een breuk te forceren, maar het lukt niet. Alles blijft bij elkaar. Ik begin te vrezen dat het zal uitdraaien op een massasprint, iets waar ik weinig vertrouwen in heb. Enigszins met de moed der wanhoop demarreer ik nogmaals, met iets minder dan tweeënhalf rondje te gaan. Tot mijn verbazing zie ik dat er niet onmiddellijk wordt gereageerd en ik zet door. Als ik even later omkijk, zie ik dat er zich een renner heeft losgemaakt uit het peloton en de achtervolging inzet. Het peloton laat lopen, maar de eenzame achtervolger geeft niet op. Het blijkt Sander Baars, die al een aardig jasje had uitgedaan bij zijn eerdere ontsnappingspoging. Bovendien is hij de winnaar van vorig jaar en blijkbaar geeft dit hem ongekende krachten, want hij ontwikkelt een behoorlijk tempo en lijkt ietsje dichterbij te komen. Er ontwikkelt zich een mooi man-tegen-mangevecht dat ongeveer twee ronden duurt. Gelukkig heb ik nog iets over. Het lukt me om nog een tikje te versnellen en hem op veilige afstand te houden.

Op de laatste heuvel weet ik dat ik ga winnen. Een prachtig gevoel.

Na afloop volgen de felicitaties en de verbroedering. Doorweekte en moegestreden renners in een paddock, ieder met zijn eigen verhaal. De voorzitter kijkt trots toe. Ik moet nog met de trein naar huis en omdat het onophoudelijk regent, krijg ik van Sander een lift naar Haarlem. De onttroonde kampioen zet zijn grootste concurrent liefdevol op de trein. Mooie club, FC Trappist.