Berg is van den Heuvel

door: Erik van den Heuvel

Doe je mee, vraagt Joost, daags van tevoren.
Helemaal niet op het netvlies gehad.

Maar zeker. Een van de leukste koersen van vorig jaar.
Kort klimmetje, mooi. Veel wind tegen, niet mooi.

Twaalf of dertien A’s, negen B’s. Elk apart. Gelukkig.
Wordt het een andere wedstrijd van.

Hanne, lichtste van allemaal, gaat als eerste vooruit.
Geen kans. Twee rondes, al weer terug.

Waarom ga ik kort daarna? Hopen op aanvulling.
En ja hoor. Even flink bijtrappen om ze niet meteen te lossen.

Joost en Wim. Mooi tempo, goed ritme. Rouleren op dezelfde plekken.
Theo lek, zegt Wim. Jammer voor hem. En de anderen achter ons.

Laten meteen wat stoom af. We draaien rustig door.
Op de klim twee toeschouwers: veertig seconden.

Ronde later: een minuut.
Hoeveel rondes al? Hoeveel rondes nog?

Klimmetje gaat steeds weer soepel. Wind blijft rot.
Joost kan sprinten. Wim? Joost’s wiel dus.

Nog drie rondes. Bidon overboord. Gauw nog halve kilo.
Laatste ronde. Wim probeert het voor de klim.

Mooi niet denk ik en haal hem op. Bovenaan Joost op kop.
Afdalen naar de laatste bocht, laatste rechte eind.

Zou daar iemand ooit langzamer rijden dan wij nu?
Bocht. Vlak. Joost zet aan. Springplank.