Zomerzonnewende

door: Thomas de Groot
(verslag 3e zomerwedstrijd B, 20 juni 2018)

Op het nieuws hoorde ik voor de wedstrijd het bericht dat deze week de officiële astronomische zomer zou beginnen. Oftewel de zomerzonnewende (21 juni 2018 12:07). Ik vind dat altijd een beetje een dubbel moment. Vanaf nu worden de dagen weer korter, maar je weet dan ook meteen wat voor een tijd het is... tijd voor de "Langste dag wedstrijd". En er was al schemering. Met een prachtige halfvolle witte maan aan de blauwe hemel.

Het waaide stevig. Ik was daarom blij dat ik vanuit Amsterdam richting het circuit een stuk achter twee beulen tegen de wind in mee kon rijden. Helaas moest ik alsnog het laatste stuk alleen fietsen. Maar ik was op tijd bij mijn werk weggegaan, dus ik hoefde niet te haasten.bEenmaal op het circuit ging de administratie soepel. Iedereen kent de dril met de chips inmiddels wel. En met oud routinier Marja leek het innen van het startgeld een fluitje van een cent.

Tijdens het testrondje dat ik reed, viel de wind eigenlijk best mee. Note to self: Ontsnappen op de rechte einden richting het Noorden met de wind mee. De buizerd was er ook. Ik hoorde en zag haar een aantal keren. Dat is altijd goed om het adrenalineniveau in het bloed te laten stijgen. Maar mijn knalgele helm lijkt zij niet zo spannend te vinden. 

Bij de start was er wat consternatie over de lengte van de race. Er werd zelfs geopperd om te stemmen over de lengte. Maar de wedstrijdleiding was onverbiddelijk. Het zou 5 kwartier duren + drie ronden. Na de start van de A's wilden we al naar de streep kruipen, om maar geen meter te veel te hoeven fietsen denk ik. Maar dat mocht niet. Mylaps zou kunnen denken dat je al een rondje achter de kiezen hebt!

Bij het eerste rondje viel mij de eeuwige sneeuw in de laatste bochten van de binnenronden op. Hebben we dan al zo veel geklommen? Als niemand daar maar een Stefan Kruiswijkje doet. Later hoorde ik dat het geen sneeuw was maar de zaden van een populier. Ook geen goed idee om daar populieren te zaaien?!

Ik vond de wedstrijd traag beginnen. Ik vermoed dat iedereen wilde sparen voor het extra halve uur. Maar dat lukt mij altijd slecht om te sparen. Dat zal wel iets met geduld te maken hebben. Ik sprong lekker met de meeste ontsnapping mee. Daarbij laat ik de eerste ontsnapper vaak lopen, bij de tweede die dan aansluit word ik onrustig en als dan het gat groot genoeg wordt hou ik het niet meer en probeer ik er heen te springen. Zo reed ik samen met iemand (sorry, naam weet ik niet) een aantal ronden voor het peloton uit. En later waren we er ook weer met een clubje vandoor. Daar werd mij verweten: “Neem eens over joh!” Maar toen ik overnam zat er niemand in mijn wiel?!

Ik geloof dat bij de zesde ronde voor het einde Michiel en Arjen er samen vandoor gingen. Ik had al gezien dat Michiel de benen had want die bleef maar ontsnappen. En Arjen zijn fiets zag er snel uit. Ze pakten al snel wat afstand.  “Dit kon hem wel eens zijn”, dacht ik. Er achteraan dus, en het liefst zonder de meute mee te nemen. Klik klak klik naar 52x13 en met lichte kramp in de kuiten ben ik zo hard als ik kon weg gesprongen. Eenmaal bij de heren heb ik meteen overgenomen om mijn goede wil te tonen. Er ontstond dan ook een mooie samenwerking, en het peloton was na een tijdje niet meer te zien. Of toch? Tijdens de op een na laatste ronde werden we ineens ingehaald door een hard rijdend tweetal?! Een voorbode van het peloton? Neen, het waren twee ontsnapte A rijders. En achteromkijkend was daar ook ineens de rest van het A peloton, terwijl wij in de laatste ronde beland waren! Als ze maar niet de B's hebben meegenomen dacht ik nog. Maar de B's zijn nette jongens en meisjes die doen zoiets niet. We werden ingehaald door het A peloton, die vervolgens leken te denken  “zo die hebben we te pakken!” En ze hielden de benen stil. We werden ingesloten. Toen heb ik gevloekt, mijn excuus daarvoor. Maar zo snel als de A's kwamen aanvliegen, zo snel waren ze ook weer verdwenen?!. Achterom kijkend was er alleen maar leeg asfalt, als een heldere hemel na een flinke onweersbui. En gelukkig waren mijn B makkers er ook nog. Het jammere was nu alleen dat ik voorop reed, niet de meest ideale positie om aan een sprint te beginnen. Michiel nam op mijn aandringen toch over. Maar leek daar bij te denken “O jee niet handig”, want hij hield prompt de benen stil. De snelheid raakte eruit.Durf ik daarin mee te gaan? Worden we dan niet alsnog door het peloton gepakt? Aaargg ik durf niet”, en ik ging toch weer voorop rijden. Dan maar zo goed als ik kon de snelheid omhoog brengen, zodat ik niet totaal verrast zou worden. Daar gingen we de laatste bocht in. Arjen trok de sprint aan voor Michiel en ze pakten samen meteen een paar meter. Bij mij was het mooie er eigenlijk al af. Met kramp in de kuiten alles op alles, om net voor de meet Michiel toch te passeren. “Je hebt hem ... mooi!” riep hij.

Na de wedstrijd vertelde Michiel hoe mooi hij het vond om met een groepje weg te zijn. Net als bij schaatsen als je het zeven keer probeert, lukt het misschien de achtste keer. Het is ook mooi om in de kop samen hard te mogen fietsen met mensen die aan elkaar gewaagd zijn. Samen tegen de anderen. De minderheid tegen de meerderheid. En tegelijkertijd ieder voor zich. Een heerlijk primair oer-gebeuren dat je laat ontsnappen aan het dagelijkse.