La Marmotte? Tis van de Zotte...

In de Marmotte geldt: hoe vlakker, hoe vervelender. Hoewel dan ook zou moeten gelden ‘hoe steiler, hoe leuker’. Dan is het eigenlijk vreemd dat de meeste deelnemers achteraf vooral klagen over de steilste passages. In ieder geval dankt de Marmotte haar faam zeker niet aan de eerste zeven kilometer. Dat is de RN 91 van Grenoble naar Briancon: een kaarsrechte weg die lichtjes daalt. Automobilisten voelen zich hier uitgedaagd om de snelheid van hun voertuig en vooral de lengte van de levenslijn te beproeven met creatieve inhaalmanoeuvres en onvoorspelbare versnellingen. Dus hier is het voor ons vooral overleven geblazen. In het gehucht Rochetaillée mogen we gelukkig naar rechts. Vanaf hier begint de klim. Officieel dan, want ook nu stijg je slechts honderd meter in acht kilometer: en die klimmeters worden bijna volledig opgeëist door een stuwdam die als een muur achter het dorp Allemont staat. Deze klim wordt beloond met een niemandal-ritje langs het meer van Verney en een heuse afdaling. Dan begint het echt.

het allersteilste stuk
De Marmotte is genadig en vol barmhartigheid. Om er in te komen doet zij er elke kilometer een percentagetje bij. Eerst 7, dan 8, 9 en 10. En rust. Gratis krijg je het bergdorpje Rivier d’Allemond (geen schrijffout: de t is om onnavolgbare redenen veranderd in een d) erbij. En dan komen we op het allersteilste stuk van de Marmotte. Maar de Marmotte heeft ook gevoel voor humor. Want dat steile stuk is een plotselinge afdaling in de klim. Wel eentje met drie gevaarlijke haarspeldbochten. Daarna overbruggen we in drie kilometer 295 meter (van 1225 tot 1520 meter). Op 1600 meter hoogte weer een stuwmeer: Barrage de Grand Maison en daarna is het een beetje voort kabbelen naar boven.
Wat er daarna gebeurt, is nog niet helemaal duidelijk. Normaliter gaat de Marmotte over de Croix de Fer (2068). De afgelopen twee jaar was de weg naar St. Jean afgesloten in verband met wegwerkzaamheden. De Marmotte ging over de Glandon (1925 meter). Die ligt anderhalve kilometer voor de Croix de Fer. Twee jaar geleden besloot (JMD) het er toch maar op te wagen en af te dalen. Het ging heel lang goed tot ik een bordje zag: “Danger de Mines” of zo iets. Bij de eerste knal, in de verte, herinnerde ik mij de smalle gevaarlijke tunnels die nu waarschijnlijk iets minder smal maar des te gevaarlijker zouden zijn. Daar stopte mijn eigenwijsheid. Die werd bestraft met een extra col (de Col de Mollard) en een niet afgemaakte Marmotte.

Klaas Jan Bakker in memoriam
De officiële Marmotte gaat ook in 2007 via de Glandon. Dat is zeker. Waarschijnlijk wij dus ook. Dat we daardoor 150 meter minder hoeven te klimmen, lijkt een voordeel. Daar staat tegenover dat de afdaling van de Glandon verraderlijk is. Al twee jaar op rij is er een fietser gestorven bij de officiële Marmotte. Twee jaar geleden was dat Klaas Jan Bakker (http://forum.fok.nl/topic/725773 ). van de Groningse wielervereniging WV de Kannibaal. In een van de eerste haarspeldbochten na de pas gleed hij weg, stortte tien meter naar beneden en kwam met zijn hoofd tegen een betonnen paal. Hij was op slag dood. Vorig jaar is een vrijwilligster overleden die juist als taak had de fietsers te waarschuwen voor een scherpe bocht. Toch vloog er iemand uit de bocht, tegen de Française aan. Dood.

De wind is hier altijd tegen
Wie eenmaal over de pas is, weet dat het nu menens is. Vanaf nu is er geen weg terug. De Marmotte is ook meedogenloos. Je kunt haar niet afsnijden of bedonderen. Er zijn geen sluipwegen. Er zijn nu nog maar twee opties. Of je gaat de verschrikkelijke Galibier fietsend op of je bindt je fiets op de rug, kijkt waar de zon staat en trekt over bergen en gletsjers op goed geluk richting Alpe d’Huez.
Een tweede nadeel van de route via de Glandon ten opzichte van de Croix de Fer is dat je negen kilometer westelijker uitkomt in het Maurienne-dal. Dat wil zeggen negen kilometer meer ellende. Een dal is natuurlijk nooit goed of fout, maar dit dal is volledig ingericht als bedding voor snelweg en spoorlijn richting Frejus tunnel en Italië. We fietsen weliswaar niet op de tolsnelweg maar op de Route Nationale ernaast, maar toch. Het zijn 22 lange kilometers vals plat naar boven (van 500 meter hoogte in St Etienne tot 712 meter bij de voet van de Telegraphe). De wind is hier altijd tegen. Ook al is die mee. Hier is het dus heel fijn als je met een groepje bent. Kan je samen kijken naar alle benzinestations, zware industrie, rangeerterreinen en vrachtwagens.

leren beenbeschermers en een flanellen trui
We zitten nu in St. Michel. De teller staat op 81 kilometer. Hier begint de zwaarste klim van de dag. Eigenlijk zijn de Telegraphe en de Galibier samen gewoon een klim van 7.5%. Een citaat uit een vooroorlogs krantenartikel over deze klim: “de renners peuzelden de berg op als mieren met de tanden van hun pedalen.” Ja, nu begrijp ik het.
Eerst 11 kilometer bos. Dan de Telegraphe. Een afdaling van 3 kilometer (van 1570 naar 1401) naar het dorp Valloire. Daar begint de Galibier. “De Galibier is door de natuur opgericht als monumentaal hoogtepunt voor de kampioenen”, schreef de beroemde Tourverslaggever Jacques Goddet. Die kan je in je zak steken. De eerste wielrenner die tijdens een tourtocht de Galibier bereikte was Emiel Georget. Dat was op 11 juli 1911. Hij droeg leren beenbeschermers en een flanellen trui met lange mouwen als bescherming tegen de kou. Over de 34 kilometer lange klim deed hij 2 uur en 38 minuten. Laat dat een troost zijn (vergeet even dat zijn fiets 15 kilo woog).

patatten zien
De eerste tien kilometers geven met een 5% stijging voeding aan overmoed. Tijdens de laatste zeven kilometer heeft niemand meer praatjes. Voor de meeste Marmotterijders is dit het breekpunt van de tocht. Hier stappen de eerste mensen af of krijgen een ander soort inzinking. Doorgaans heeft zo’n inzinking een poëtische naam als ‘man met de hamer, ’hongerklop’ of ‘patatten zien’, maar in alle gevallen is het gevoel niet fijn.
De zwaarte van deze finale wordt mede bepaald door de dunne lucht boven de 2000 meter. Mentaal word je extra op de proef gesteld, doordat je de top al kilometerslang kan zien liggen terwijl het verdomde ding geen meter dichterbij komt. Om je te pesten word je ook nog eens verleid door een tunnel die je anderhalve kilometer en 89 hoogtemeters extra ploeteren zou besparen, maar die je niet mag nemen op straffe van uitsluiting. Ja, ook bij ons.

de schepper van de Tour de France
Op de top (2646 m.) zet je dan uiteindelijk voet in een andere wereld. Volgens een boer uit de streek is er nog nooit een huwelijk geweest tussen iemand uit Valloire en iemand uit de Vallee de la Guisane. Het is maar dat je het weet. Aan de zuidkant van de tunnel staat een gedenkteken aan de schepper van de Tour de France Henri Desgrange (1865-1940).
Net als de Telegraphe hoort ook de Lauteret eigenlijk bij de Galibier. Deze verzameling restaurants, souvenirwinkels en hotels ligt op 2058 meter op het kruispunt van de Galibier-weg en, wederom, de N91 van Briancon naar Grenoble. De 46-kilometer lange afdaling naar beginpunt Bourg d’Oisans wordt onderbroken door een reeks tunnels en een klimmetje.
Die tunnels zijn link. Van felle zonneschijn (of dikke sneeuw als je echt pech hebt) kom je ineens in een slecht verlichte tunnel. Het devies hier is even je zonnebril omhoog wippen om het lichtverschil te overbruggen en vooral stevig doorrijden om niet ten prooi te vallen aan fietsers achter je. Die zien namelijk ook geen reet. Aan de voet van de Alpe d’Huez staat de teller op 161. Nog 14 kilometers te gaan.

lijdensweg in asfalt
Alle 21 haarspeldbochten van de Hollandse Berg (van de 25 keer dat de Tour de Alpe aandeed won acht keer een Nederlander) zijn genummerd. Hier begint het aftellen. Het voelt niet zo na zo’n lange tocht (dan is de hele col zwaar) maar het venijn zit vooral in de eerste twee kilometers met stijgingspercentages van boven de tien procent. Alleen een strook bij Huez kan, met elf procent, daaraan tippen. De toptijd van Marco Pantani (37 minuten en 50 seconden) op deze beklimming zal niemand nu halen. Wat heet. Wie nu nog onder het uur fietst, verricht een wereldwonder. Wat ik (JMD) me vooral herinner aan deze lijdensweg in asfalt is het gekreun en geploeter van al die gekken.


A-4tje waar op staat
Hoe de Zoetemelk-bocht vol lag met dertig oververhitte mannen die, zonder uitzondering, ongegeneerd alle gassen en vloeistoffen de vrije loop lieten. We waren te miserabel om ons te ergeren aan de stank en de derrie. Dat heeft weinig meer met wielrennen te maken eigenlijk. Zoals Peter Winnen zei na zijn zege in 1981: “Ik geloof dat deze beklimming vijf jaar van mijn leven heeft gekost.” Maar dan op 1880 meter hoogte heb je ook wat: een A-4tje waar op staat dat je, met je 11 uur 40 brons hebt gewonnen.


Jan Maarten Deurvorst ( PR: 9 u. 15)
Marlin Burkunk (PR 12 u. 36)
Klaas Fopma (foto 2 en 7)

Meer info >>
Direct on line inschrijven >>