AAN - SLUI - TEN AAN HET NAJAAR

door: Thomas de Groot

 

We hebben net een periode achter de rug met temperaturen tussen de 30 en 35 graden. Maar dan is het toch alweer tijd om ons te richten op het najaar. De dagen worden merkbaar korter. En nu ik dit stukje schrijf duurt het nog maar 74 dagen voor dat gehannes met de klok weer moet gebeuren. Vandaar dat, ook al zitten we nog vol in de vakantie periode het tijd was voor de eerste najaarswedstrijd.

Dat we nog in de vakantie periode zitten was te merken aan de opkomst. Bij de A kwamen er zes rijders. Ook bleken de Mylaps mannen met vakantie. En werd ons gevraagd om te onthouden op de hoeveelste plek we binnen kwamen. Daar is natuurlijk maar een antwoord op mogelijk nr. 1. Bij de B waren er meer dan genoeg rijders om er een leuke wedstrijd van te maken. Maar om dat de A's met zo weinig waren, besluit de wedstrijdcommissie bij monde van Erik om de A's en de B's samen te laten rijden. Met Jacques bespreek ik voor de start nog snel even de tactiek. Het zou een grote sprint naar de finish worden voorspelt hij. Ik hou het er op dat je moet zorgen om met de A's mee te zitten als die vertrekken.

Ronde een (1) verloopr rustig.  Wel wordt er goed doorgereden. Ik kreeg het gevoel dat de B's iets te bewijzen hadden t.o.v. de A's want het tempo bleef er in de beginfase lekker inzitten. En ik zag alleen maar nummers boven de 50 vooraan rijden. Er probeerde ook een paar mannen weg te rijden. Maar zolang het nummer boven de 50 was, bleef ik zitten.

Maar al snel konden de A's het niet meer droog houden. En de eerste schermutselingen begonnen met lichte tikjes tegen het peloton. Ha... daar gaan we dacht ik, want ik hoopte op een ontsnapping van de A's waarbij er stevig doorgereden zou worden. En zo geschiedde. Na ongeveer 20 minuten lekker warm gereden te zijn, zie ik wat A's weg rijden. En ze hebben een gaatje. Ik gun ze dat stukje, want ik wil niet voor jan en alleman het gat dicht rijden. Maar ze moeten ook niet te ver weg rijden! Ik schakel zwaarder en ploef er vandoor "full gazz" want er wordt best doorgereden. Het kost wat moeite om de aansluiting te vinden. Maar eenmaal bij het groepje sluit ik als 5e aan en rij ik naar voren. Ik zie dat Michiel (een B renner) ook mee is. Dus ik wordt in ieder geval tweede denk ik. Ik meld me vooraan, want ik heb er belang bij dat er wordt doorgereden.

Er ontstaat een vruchtbare samenwerking. Het lijkt op momenten wel een ploegen tijdrit. Maar soms zomaar ineens fietst iedereen weer even door elkaar en worden er nieuwe posities ingenomen. Bij het aflossen vraag ik mij telkens af wat de meest efficiënte methode is om je af te laten zakken? Hou je dan meteen de benen stil, om vervolgens weer flink gas te moeten geven om het laatste wiel niet te missen? Of vertraag je maar iets, zo dat het laatste wiel makkelijk te pakken is, maar je langer in de wind rijd? Het is lood om oud ijzer volgens mij. Je hoop dat je als vanzelf meegezogen wordt door de renners voor je. Maar dat is niet zo. Als het hart gaat kost het gewoon elke keer weer een flinke inspanning om het laatste wiel te pakken. Een, twee, drie, vier, vijf en aan-slui-ten. Het duurt bij mij altijd even voor het ritme er in zit en ik durf in te voegen zonder te veel te kijken. Een maal aan het wiel kan de spanning er wat af. Dat mag ook wel want de kuiten beginnen in middels wat te krampen. Het voelt als een van de eerste wedstrijden die ik rij zo'n drie jaar geleden.

De inspanningen werpen hun vruchten af. We zijn los, en het peloton is niet meer te zien. 30 seconden! Roept Ruben van af de kant. En later 45 seconden! De druk gaat er wat van af, en de kuiten mogen wat herstellen.

Nog drie ronden. Als ik dat maar een beetje elegant door kom! Nog twee.. En dan de eindfase. De A's nemen niet meer over, en laten mij plaats nemen achter Michiel. Ik zit in een zetel voor de winst. Michiel rijd onverstoorbaar door en signaleert niet om afgelost te worden. Ik laat hem een lange beurt maken, en zit lekker in zijn wiel. Na de laatste extreem rechtse bocht van de binnenronde gaat het wat langzamer. Ik kan niet meer met goed fatsoen in het wiel blijven hangen vind ik, en ik sta mijn zetel af. Maar op moment van aflossen laat Michiel het lopen! Ik heb meteen een gat. Dat is eerder gebeurd, maar dan moet je nog het voorlaatste rechte eind door zien te komen en dat is geen pretje! Maar het gat houd stand, en ik fiets als eerste met de handen in de lucht over de streep.

Na de wedstrijd vertelt Michiel dat hij dacht gewonnen te hebben. Hij zag mij aan voor een A renner. Ik vind het erg jammer voor hem, want ik gun hem een overwinning. Als je weg bent met een groepje moet je zorgen dat Michiel mee is, die wil rijden, hij geniet ervan. Met hem kan je zaken doen zeg maar. De fles wijn is daarom voor hem.