Wie fluit daar in het peloton?

door: Marthijn Licher
(verslag 2e nazomerwedstrijd B,  22 aug 2018; zie voor uitslagen en tijden: MyLaps)

 

Het is vanavond de tweede keer dat ik mijn comeback maak in het peloton. Vorig jaar had ik dezelfde wedstrijd bij de B`s gereden en daarna Beverwijk bij de A`s. Helaas bleef het daarbij. Een jonge tweeling en een leuke baan, er bleef te weinig tijd over om goed te trainen, net als de voorgaande drie jaren. Het is alles of niets.

Jarenlang was het wielrennen een goed beoefende hobby; het gaf structuur aan mijn leven en invulling aan mijn jaar.  Voordat het seizoen begon moest ik minstens een x-aantal duizend kilometers in de benen hebben en net als de meeste A`s raakte ik in paniek als ik een griepje had of om andere redenen 10 dagen niet kon fietsen, ik was hopeloos uit vorm, moest weer bij nul beginnen. Ik werd daar knap chagrijnig van.

Daar ben ik noodgedwongen van afgekickt. Het eerste fietsloze jaar zuchtte ik nog hardop bij het zien van iedere wielrenner, maar tijdens het tweede jaar ging Zandvoort al ongemerkt aan mij voorbij.

Mijn vriendin heeft er alles aan gedaan om mij weer terug in het zadel te krijgen, dat was het best voor iedereen. Dus net als vorig jaar heb ik mijn fiets meegenomen op vakantie en heb ik kilometers gemaakt en na een paar weken ook weer genoten.

Dus meld ik mij weer op Spaarnwoude. Bij de B`s. Heb geen idee waar ik sta, weet alleen dat het vorig jaar lukte om mee te komen. Er staat een mooi peloton aan de start, met een kwartet goed getrainde vrouwen en een hoop onbekende gezichten voor mij. Wel leuk om de bekende gezichten weer te mogen begroeten.

Het is een aardige wedstrijd. Er zit goed de vaart in, er zijn vele uitlooppogingen, maar ik zie al snel dat de kracht en samenwerking ontbreekt voor een goede ontsnapping. En dit is ook het voornaamste verschil tussen de A`s en de B`s: de snelheidspieken van de demarrages liggen lager en zo is de boel eenvoudiger bijeen te houden. Er wordt ook weinig aan gedaan om groepjes de ruimte te geven om te ontsnappen. Bij een gat van 100 meter wordt er weer eendrachtig samengewerkt om vooral samen naar de finish te rijden. Er rijdt zelfs iemand rond die fluit als er iemand demarreert. Als dat bij de A`s gebeurt zou je al snel een snedig stukje van Mart kunnen verwachten of je verdwijnt ergens in een bocht.

Eendrachtig gaan we de laatste ronde in en voor mij komt er nu wel een kans als alles goed valt. Ik heb altijd een paar scenario’s klaar liggen en ik hoop scherp genoeg en sterk genoeg om daar één van goed uit te voeren. Halverwege de laatste ronde een demarrage. Perfect, want alles wordt weer op gang getrokken en komt op één lijn. Ik zorg er voor om op het laatste stuk in vijfde positie te beginnen en ruimte te bewaren op uit het gedrang te kunnen komen. Nu maar wachten op de eerste versnelling. Die komt en ik spring meteen in zijn wiel. Ruud van Straten (toch?) is zo vriendelijk om tot de bocht door te rijden in een goed tempo en bij het uitkomen van de bocht volgt de grote test: ben ik nog explosief genoeg en houd ik het vol tot aan de lijn? Het is heel stil als je op kop rijdt en je hebt geen idee wat er achter je gaat gebeurt of komt. Maar de benen houden het vol en dan komt het besef dat je gaat winnen en dan komt ook meteen de twijfel of er niet toch nog iemand voorbijschiet, want dat is vaak genoeg gebeurd. Maar ik win en dat is heel fijn.

Nu kijken hoe het bij de A`s gaat op Beverwijk.