Beverwijk bij de A.

door: Bas Klein
(verslag Beverwijk - A, 01-09-2018; zie voor rondetijden mylaps)


De mooiste Trappisten koers van het jaar bleek samen te vallen met de verjaardag van onze dochter. Ai. Isa zou haar feestje graag op haar verjaardag zelf vieren. Dat zou voor mij betekenen; geen wedstrijd. Na een kort gesprekje met Isa begreep ze dat Beverwijk veel voor mij betekent en leek haar een feestje op zondag toch eigenlijk ook wel erg leuk. Dan moest ik alleen wel m’n best doen. Het liefst winnen, maar top 5 was ook goed.  Mooi, het vizier kon op de vuilnisbelt.

De wedstrijdcommissie had besloten om de officiële finish van het parkoers aan te houden. Sprake van een bergsprint was er toch al niet en daar ligt natuurlijk ook de mylaps lus. Al na twee ronden reden er drie man weg; Marlin, Mart en Sjoerd. De mannen gaven vol gas en in het peloton werd getreuzeld. De kopgroep had in no time een voorsprong van 40 seconden bij elkaar. Toch wel bijzonder. Op Spaarnwoude krijgt niemand meer dan 10 à 15 seconden voorsprong, terwijl het daar voor een peloton een stuk eenvoudiger is om snelheid te maken en vluchters terug te grijpen. Voor wie dit nog niet wist zou het besef later komen.

Na een snelle ronde in het peloton zagen we dat de kopgroep nog steeds even hard reed en we niet dichterbij waren gekomen. Het peloton werd zich bewust van de zware taak die te wachten stond om de kopgroep terug te halen. De samenwerking kwam met horten en stoten op gang en we liepen in op de vluchters. Na een seconde of 15 van de voorsprong te hebben afgesnoept, bleef het verschil min of meer gelijk. Het tempo in de kopgroep lag kennelijk wat te hoog voor Mart, hij waaide terug. Ook in het peloton kon niet iedereen het tempo bijhouden en zaten verschillende renners op het tandvlees.

Bovenop de klim, aan het einde van de bocht kon Djoen een wegsturend achterwiel niet meer ontwijken en vloog hij het hek in. Ook Jan en Gerard gingen onderuit. Het bebloede aangezicht van Djoen zag er niet fijn uit, maar gelukkig konden de mannen op eigen kracht opstaan en teruglopen naar de kleedkamer.

De val zorgde voor wat consternatie in het peloton. Met een kleinere groep werd doorgereden, maar echt hard ging het niet meer. Ik kwam op het stuk vals plat met klinkers van kop, toen Sander hard over nam. De renners in zijn wiel lieten een gaatje. Dat zag er link uit. Sander liep uit en had al 50 meter te pakken. Ik besloot ook te springen. Ik zette vol aan op de klinkers en trok ook de asfaltbocht bovenop door. Ik kwam iets dichterbij. Ook de afdaling moest volle bak en beneden sloot ik aan.  Zwaar verzuurd, dat wel. Sander zag me aansluiten en gaf gas, we hadden een serieus gaatje geslagen.

Wegrijden was één ding, de koplopers bijhalen nog een tweede. Tsjonge wat reden die gasten al lang hard. Eerst met drie, nu met twee. De jump naar Sander zat me goed dwars en kans om te herstellen geeft dit rondje niet of nauwelijks. Sander was een stuk sterker in de kopbeurten die hij voor 2/3 van ieder rondje voor zijn rekening nam. Ronde na ronde kwamen we dichterbij. De kop kwam inmiddels goed in zicht.

De overnames van Sander deden inmiddels dusdanig zeer dat ik het risico liep eraf gereden te worden. Kak. Ik besloot m’n kaarten op tafel te leggen en riep dat als hij me mee zou nemen naar de kop, hij de koers mocht hebben. Ik deed een kopbeurt op de steentjes naar de finish en begon aan het oplopende stuk na de streep. Sander nam loeihard over en trok volle bak door. Ik beet m’n stuur bijna in tweeën, maar gaf niet af. Wat was dat?! Hij probeerde me gewoon keihard te lossen. Geen deal dus kennelijk. Bovenop de klinkers keek Sander om en gaf me een elleboog ter overname. Ja je zuster! Ik gaf Sander te kennen dat ik niet meer op kop kwam als hij probeert me eraf te rijden. Daarop besloot Sander de kop te pakken en het laatste stuk naar Marlin en Sjoerd dicht te poefen.

Na de samensmelting zakte het tempo flink. De koers was hard geweest voor ons alle vier. Op twee ronden van het eind ging Sander aan op het vals plat. Hij kreeg geen ruimte. Ook de vroeg vluchters hadden nog kracht over. Ook Marlin deed een poging. In de afdaling liet Sjoerd het gat vallen, maar Sander haalde hem terug. Het zag ernaar uit dat we er om zouden gaan sprinten. Sjoerd reed op kop, ik in het laatste wiel. Sander begon de sprint halverwege het asfalt voor de laatste bocht. Hij ging hard aan, maar het was nog ver. Hij trok de hele oplopende bocht ook door, maar viel uit de bocht wat stil. Marlin kwam uit het wiel en zette aan. Ik schakelde bij en gaf alles. Poeh wat een grote plaat. Ik versnelde en ging voorbij Marlin. De streep kwam dichter en yes! Ik had ‘em.

Bloemen voor Isa!