Thomas gaat een mooie aanwinst zijn voor het A-peloton volgend jaar.

door: Erik Steijn 

(verslag 3e nazomerwedstrijd 5-9-2018; mylaps) 

Nog even en de zomer is voorbij.
Nog een maandje koersen en dan kan de racefiets aan zijn haak tot het voorjaar. Deze avond rijd ik mijn laatste wegwedstrijd van het seizoen, ik ga immers volgende week 14 dagen op vakantie naar Engeland. Ik neem dan mijn gravelbike mee, een Kona Jake met een aangepaste setup, zodat hij lekker loopt op zowel on als off road. Natuurlijk is het jammer dat het wegseizoen erop zit, maar de deur naar de cross gaat wagenwijd open, dus niet getreurd. En ik wil ook graag weer op de baan rijden. Mijn baanfietsje hangt, na de aanschaf en amper een handvol beurten, al bijna 8 maanden aan zijn haak. Lijdzaam moest hij toezien hoe alleen de wegfiets en de fixed van hun haken af mochten voor een ritje in de frisse buitenlucht. Maar het zieligst van al mijn fietsen is de tijdritfiets. Die heeft zijn haak al bijna anderhalf jaar niet verlaten. En nu de ARK voor de deur staat ga ik op vakantie! Vette pech voor het tijdritmonster.

Door mijn zoektocht naar “Ik ben wie ik ben, maar wie ben ik dan?” is het serieus fietsen er dit jaar helaas een beetje bij ingeschoten. Maar nu ik weet wie ik ben en de kansen en valkuilen zichtbaar zijn geworden, zal ik het fietsen meer dan ooit hard nodig hebben om in balans te blijven. De stofjes die het fietsen bij mij, en ieder ander, losmaakt, kan ik heel goed gebruiken om het functioneren in het dagelijks leven in goede banen te leiden. Het is allemaal een kwestie van finetunen, net zolang aan de stelschroefjes draaien, totdat alles geruisloos en gesmeerd loopt. Toch zal er heus hier een daar een haperingetje of een kraakje te zien of te horen blijven. Het is een levenslang proces dat bijstellen verlangt zolang de machine beweegt.

Dus mijn laatste wegwedstrijd vond plaats aan het einde van een natte dag. Het vocht hing zwaar tussen de bomen langs het parkoers. Als een ragfijne nevel die je pas voelt als er diep wordt ingeademd. Voor mijn astma niet de ideale omstandigheden, een pufje was op zijn plaats. De hele zomer heb ik niet hoeven puffen! Het kurkdroge weer was een zegening voor mijn ademhaling. Ook kan ik me niet herinneren dat ik zolang zonder ondershirt gefietst heb. Voor een wielrenner was het een fantastische zomer!

De opkomst was niet hoog, maar met 30 mannen en 1 vrouw, verdeeld over de A en B, hoorde je ons niet klagen. Er kon geen verstoppertje worden gespeeld. Het B-peloton vertrok, nadat de A’s uit het zicht waren verdwenen. Joop zette direct de toon door eens flink door te trekken, vakantie en ziekte hadden hem wellicht wat overmoedig gemaakt.

Menigeen zat direct met rollende ogen op de fiets en hoopte dat het slechts bij een openingsstuiptrekking zou blijven. Helaas, er werd flink door gejast en al in de tweede ronde roste ik een gat dicht naar een gevaarlijk uitziende kopgroep. Met mij sloot uiteindelijk iedereen weer aan om meteen weer in de beugels te moeten voor een volgende, dreigende vluchtpoging. Niet iedereen was al voldoende hersteld van de eerste inspanning om deze tweede op te kunnen vangen. Het brak en niet zo zuinig ook.

Vijf dapperen reden bij ons weg en ik zag dat het niet de minste waren. Joop, Thomas, Eric (VDH), Giel en Daan (introducé) waren weg gepoeft en even zoveel renners vlogen er aan de achterkant vanaf, lekker dan! Het restje mocht zich peloton noemen en kon aan de achtervolging beginnen. Binnen een paar rondjes wapperde Joop met een grimas uit de kopgroep. Het door Thomas opgelegde tempo was hem te hoog. Eigen schuld dikke bult! De weersomstandigheden, de eerste inspanning, het tempo… alles deed me zeer. Slechts sporadisch kwam ik op kop terecht waar ik met grote moeite de snelheid kon vasthouden. Dat het snel ging, bleek halverwege de koers toen we het A-peloton voorbij reden. Die keken vreemd op van onze escapade. De kopgroep bleef lang in het zicht, maar we verloren gaandeweg de strijd. Thomas gaat een mooie aanwinst zijn voor het A-peloton volgend jaar.

Met nog drie ronden te gaan, begon het gluren naar elkaar. Er werd niet meer vol doorgereden, wat mij wel goed uitkwam. Even een beetje adempauze. Er restte ons niets anders meer dan sprinten om de vierde plaats en de puntjes. De benen gaven aan dat er voor mij van een echte sprint geen sprake meer zou zijn. Zwaarder dan 52x13 wilden de beentjes echt niet. Ik kon mij ook niet voorstellen dat de anderen nu nog sap in de benen hadden. Een sprint van uitgewrongen dweilen zou het worden. Joop loste zijn openingsschuld in door hard op kop te gaan rijden tot de laatste bocht waarna de overblijfselen probeerden een sprintje te trekken.

Uiteindelijk wist Daan als introducé de sprint van de kopgroep te winnen. Hij en Giel kunnen volgend jaar gewoon de B-renners opnieuw komen geselen maar het ook best eens bij de A proberen.

  

P.S.
Het verslag van het wedstrijdverloop vanaf de tweede ronde is samengesteld op grond van de verhalen van anderen na de finish. Ikzelf had last van diverse aandoeningen ooit beschreven door de Almachtige Kneet. Ik noem u:

  • het snot voor de ogen
  • met het hol open
  • het karretje in de poep