Vuilnisbelt - bron van geluk

door: Sander Baars 
(verslag Nedereindse Berg - A)

“Kom je nog zaterdag?”, vraag Jan Maarten. Hij zit lekker in zonnetje voor zijn huis. Ik woon om de hoek en we maken een praatje. Ik antwoord dat ik dolgraag kom. “Ik ben gek op vuilnisbelten!”, roep ik terwijl ik weg fiets.

 

De Nedereindseberg is samen met Beverwijk mijn favoriete parcours, of beter: het zijn mijn favoriete regionale vuilnisbelten. De personen die bedacht hebben een wielerparcours aan te leggen op de oude melkpakken, aardappelschillen, lege blikjes en vieze luiers uit de omgeving verdienen hulde. En ze hebben op beide parcoursen ook nog klinkerstroken aangelegd. Een standbeeld zelfs

 

Er zijn volkeren die een berg of een vulkaan eren. Ik eer de tot wielerparcours omgebouwde vuilnisbelt. Het toppunt van Hollandse organisatiekunst. Bedacht, getekend, gebouwd, een beheerder aangesteld, met passende subsidieregeling. En dit alles in de tijd dat het duurzaamheidsdenken nog iets was voor muffe, bleke types, op sandalen. De Nedereindseberg is wel het toppunt van deze Hollands glorie. Zeg maar de Tesla onder de omgebouwde vuilnisbelten. Alleen de naam al: Nedereindseberg. Dat er onder deze naam een oude vuilnisbelt schuil gaat, aan de rand van een kleurloze Utrechtse woonwijk, versterkt mijn liefde alleen maar. Briljant.

 

Thuiskomen

Aankomen bij de Trappisten voelt als thuiskomen.  De sfeer is losjes bij de start. Niet dat nerveuse gedrang en gefriemel voor een KNWU koers. De zon schijnt. De vuilnisbelt blinkt. Er zijn vandaag twee prijzen te verdienen. Het bergklassement (wie als eerst de krijtstreep na een klinkerklimmetje passeert) en natuurlijk de koers.

 

Ik heb een doel: de koers winnen. En een voornemen: lekker actief voorin meekoersen. Huub wint de eerste sprintjes voor de bergprijs. Hij rijdt zelfs alleen weg en raapt zo karrekvrachten punten op voor het bergklassement. Ik aarzel. Zal ik naar hem toespringen? Hij de bergpunten, ik de koers? Ik ken Huub niet en het voelt ook wel erg vroeg. Huub wordt uiteindelijk weer ingerekend. Ik probeer te ontsnappen, mee te springen, naar een kopgroep te rijden en wat al niet meer zij. Maar zonder succes.

 

De slag

Op driekwart koers glipt Bart weg. Dat doet hij handig. Is dit de slag? Ik zit vooraan en wacht. Bart rijdt gestaag door. Ik wacht. Er komt iets van een achtervolging op gang. Bart wordt ingerekend. Ik probeer het nog een paar keer tevergeefs. Ik begin mij wel een beetje zorgen te maken. Ik zou graag in een kopgroepje zitten, i.p.v. met het peloton op de meet af stormen. Mart muist er vandoor. Mart die voor de koers nog vertelde over een langdurig ziekbed. Zou dat allemaal theater zijn geweest? “Ach jongen, ik ben zo ziek geweest, verwacht niks van mij” en dan “boem” naar de winst?

 

Wederom het wachten. Het peloton is bijeen. De koers wordt gemaakt en gedragen door maximaal een tiental renners. Mart rijdt alleen vooruit. Het peloton wacht. Huub trekt weer een sprintje voor de bergprijs. Ik ga in zijn wiel mee en zet door als we boven zijn. Rinus en Peter doen hetzelfde. We hebben een gaatje. “Rijden!”, schreeuw ik. En dan doen we. Volle bak. Het gaatje wordt iets groter. Nog drie ronden te gaan. We komen niet echt weg, maar het peloton ook niet echt dichterbij. Marlin sluit aan. Vlak voor het viaduct worden we toch teruggepakt.

 

Mart is nog alleen weg. De achtervolgers en de kopgroep hebben best een inspanning gedaan. Nu moet het gebeuren. Ik zet weer aan voor de klim en zet bovenaan door. Ik heb een gat. “Rijden!”, zeg ik tegen mijzelf. Ik kom bij Mart. “Meerijden!”, zeg ik op mijn inmiddels bekende vriendelijke toon. Ik hoor niet wat hij zegt. Dan maar zonder Mart. Twee ronden rijd ik alleen. Bij de bochten zie ik dat mijn voorsprong groeit. Winst.    

 

Ceremonie

Er is een heus podium. Ik krijg zoenen van een “rondemiss” met stoppelbaard, in bezweet wielerpakje. Hij bloemetje van het tankstation, aanvaard ik in grote dank. We poseren professioneel en doen net of een mensenzee het podium toejuicht. Zonder het te benoemen eren wij in deze ceremonie de geesten van de Nedereindseberg.  Het afgelopen uur is er ook al behoorlijk geofferd door de Trappisten. In stilte zeggen wij dank. De rust op de Nederreindseberg keert terug. De vuilnisbelt die berg werd. Bron van geluk.