En toen zij Ruud: “ze zitten vlak achter ons”

door: Theo van der Neut

(verslag Nedereindse Berg - B)

 

De wedstrijd op de Nedereindse Berg stond in mijn agenda omcirkeld. Pas voor het 3e jaar opgenomen in het wedstrijd programma, maar samen met Zandvoort voor mij toch wel de meest aantrekkelijke koers. Het venijnige klimmetje, altijd wind en ook nog krappe haakse bochten. Kortom een uitdagende rit.

Ik was weer behoorlijk zenuwachtig zaterdag. Ik zal niet in details treden voor wat dat in mijn lichaam teweeg brengt, maar ik vraag mij wel af wanneer dat een keer ophoudt. Het gaat tenslotte bij ons om ‘het laagste van het laagste niveau’ op wielergebied om Wim de Lange nog maar eens aan te halen. Het gaat dus echt nergens over. En toch nerveus.

Bij de Bees slechts 12 deelnemers, helaas, deels oude bekenden waarvan ik een redelijke inschatting kan maken van de te verwachten tegenstand. En deels nieuwelingen, hoewel Ruud, Niels en Michel dat nauwelijks meer zijn, maar Hugo en Erik zeker wel voor mij.

Ruud ken ik helaas voldoende, Niels heeft een verschroeiende sprint en met Michel ben ik er 2 seizoenen geleden eens tussen uitgepiept. En als Ruud zijn eigen kwaliteiten tekort schieten, wat bijna niet voor te stellen is, kan hij altijd terugvallen op broers, neven, andere familieleden en vrienden.

Hugo heeft al 2 keer gewonnen dit seizoen, is dus ook een geduchte concurrent. Erik is de grote onbekende voor mij, daarbij droeg hij een imponerend oranje tricot van de Wielerunie. Zelf ben ik nooit verder gekomen dan een Trappisten shirt.

Van de beter bekenden, Natascha, Eric (2x), Hanne, Piet en Joost, vreesde ik voor de sprint van enkelen en voor eventuele uitlooppogingen van anderen.

Eerst een neutrale ronde om voor My Laps nog even de puntjes op de ‘i’ te zetten. En zo konden wij ook nog even ervaren hoe het met de weer forse wind zat. Flinke tegenwind op het stuk na de finish en gek genoeg ook op het deel van het parcours daarna. Nieuw dit jaar was dat er ook voor de bergpunten gestreden kon worden. Wie het eerst het 18 meter hoogte verschil had overbrugd kreeg een bergpunt.

Vrijwel direct na de start ging Hugo er vandoor, de voorsprong was een meter of 50 en de eerste bergpunt was al snel binnen. De groep volgde en hoewel de bergpunt reeds vergeven was werd er toch hard over de klinkertjes gereden. De afstand tot de koploper bleef gelijk dus ook de 2e bergpunt was binnen voor Hugo, maar vervolgens sloten wij allen weer aan. Volgende ronde weer sprinten voor de bergpunt, nu was het Niels die als eerste de streep passeerde. Ik sprintte niet mee maar bleef wel attent van voren, er zou immers zomaar een gat kunnen ontstaan. De volgende passage was het Hugo weer en omdat er stevig door werd gereden was na de vierde sprint een breuk in het peloton een feit. Joost, Hugo, Ruud, Niels, Michel en ik in de voorste groep.

Aanvankelijk werd er nog hard gekoerst, maar naar verloop van tijd werd er door Niels, Hugo en Michel om de beurt gestreden voor de bergpunt en voor de rest viel het tempo terug. Toen vond Ruud het kennelijk welletjes. Direct na een volgende klim zette hij op de voor hem kenmerkende manier aan. Ruud kijkt dan niet op of om en trekt flink door. Ik sprong in zijn wiel. Toen hij iets vaart minderde nam ik over en al snel bleek dat wij een gaatje hadden. Kop over kop reden wij door, de bergpunten werden eerlijk verdeeld.

Wij waren in de veronderstelling dat wij een flink gat hadden met de 4 achtervolgers. Het enige wat er ontbrak was informatie hoe lang er nog gereden moest worden. Plots hoorden wij de bel voor de laatste ronde. Ik nam de kop over en op de twee stukken tegen de wind in leek het er niet op dat Ruud nog over wilde nemen. Toch niet aan het linkeballen, dacht ik nog. Wij naderden het klimmetje. Ik was als eerste boven en toen zij Ruud: “ze zitten vlak achter ons”. Ik keek om en ja hoor: een meter of 40. Verdikke! “Kom op Ruud, nog één keer”. Ruud schreeuwde nog iets van ‘gaan’. Ik zette vol aan. Ik dacht nog ‘300 meter tegen de wind in, dan zo’n beetje voor de wind en dan de afdaling naar de bocht en vervolgens de finish. Dat moet kunnen’.

Toen ik de bocht uit kwam, durfde ik voor het eerst naar achteren te kijken en bleek dat ik alleen was. Een fijn gevoel, maar jammer dat Ruud mij niet vergezelde.