Vogelvrij

door: Mike Cooper.
(verslag 1e zomerwedstrijd A; mylaps)

 

Een eenzame nachtegaal zong luidkeels en muzikaal in het wedstrijdbos die juni-avond. Maar tijdens het inrijden voor de 1e zomerwedstrijd FC Trappist waren er bange gezichten. Niet omdat de nacht ervoor honderdduizend bliksemschichten een ravage hadden veroorzaakt op het parcours. Het bosje van Wheeler Planet was gespaard gebleven van het code oranje onweer. De bange gezichten werden veroorzaakt door een ander natuurfenomeen.

 

In clubblad #3 wees Perry van Dijk ons op het feit dat vis- en zeearenden steeds vaker in Nederland te bewonderen zijn. Maar voor de wedstrijdrenners van de Trappist is er maar één roofvogel van belang: De Buizerd (buteo buteo).

 

"Hij heeft jongen, waarschijnlijk," zei een renner bij het inrijden.

"Erger, denk ik," zei een ander. "Hij is een zij."

 

En toen: "Zij had je bijna!" Erik van de Heuvel keek om en zag Buteo Buteo een schijnaanval op mijn helm plegen in de laatste inrij-ronde. Ik had niets door. "Maar waarschijnlijk was je helm zo aero dat ze geen plek vond om vast te houden." Kijk, daar koop je zo'n ding voor: de ultieme bescherming.

 

De Buizerd van Wheeler Planet is een jaarlijks terugkerend fenomeen. Soms zijn vogel-onvriendelijke renners nauwelijks accuraat met hun waarnemingen en noemen het de 'Bastaardarend' (ook een indrukwekkend vogel) oftewel een Klotebeest. In de vroege zomer heeft dat beest jongen. En hij vindt de solo-renner een bedreiging voor zijn kroost en hij valt aan. De doorgewinterde wedstrijdrijder zonder klauwschade op de helm heeft een nieuwe helm.

 

"Als we allemaal samen rijden dan valt-ie niet aan, toch?"  vroeg sprinter Tim Boudrie. "Het wordt een sprint," zei ik, maar ik had zijn snode plan door. Tim in de sprint kloppen gaat mij nooit overkomen. En ik wist inmiddels dat mijn helm buizerd-proof was.

 

In de koers waren er veel aanvallen, en het tempo lag hoog. Marlin wilde weg, Peter Giljam wilde weg, Hans van Keimpena wilde weg, en Jo Thewessem ook. Bas Klein bleef een tijdje weg. The Mystery Riders (de ex-B's waarvan ik de namen nog niet ken) ook. Maar het mocht allemaal niet baten. Alle onafhankelijke geesten waren gepareerd door een mengeling van enthousiastelingen die geen ontsnapping dulden.

 

Tot drie ronden voor het einde: ik reed weg. En een kwartronde later werd ik weer teruggepakt. Maar er was goesting voorin. Twee Mystery Riders sprongen met verve in de counter en pakte een paar honderd meter. Ik ging dan ook achter hun aan, gelukkig niet achtervolgd. Ik reed wat meters in hun respectievelijke wielen, en zodoende werd ik prachtig gelanceerd. Ik demarreerde en begon meteen mijn ding te doen. Heerlijk afzien, time-trial-style en maar hopen dat er onenigheid in het peloton zou ontstaan.

Kennelijk was het zo. Een solo van Marlin zag ik steeds dichterbij komen achter mij. Ik keek ook heel vaak om in mijn roes van uitputting: gelukkig, geen Rinus... Uiteindelijk kon ik voor de streep de tijd nemen om mijn overwinning te vieren. Trots mompelde ik tegen mezelf na twee rondes solo: "The Eagle Has Landed".