Het scheelde geen haar

door:  Sjoerd Harleman

 

Verslag ARC Ulysses, 15 mei 2019 (mylaps

 

Het mooie van Trappist is dat er door het jaar heen verschillende wedstrijden op ander grondgebied plaatsvinden dan het gebruikelijke circuit Spaarnwoude. Zo kan er gekoerst worden op de Nedereinse berg, Sloten, Amsterdam Noord (Ulysses), Zandvoort en Beverwijk. Op laatstgenoemde locatie ben ik afgelopen jaar een keer als tweede geëindigd bij de A. Dat maakte dat ik voor 2019 een eerste plaats bij een wedstrijd van de A’s als doel had gesteld.

Van de wedstrijd in Beverwijk kan ik mij nog herinneren dat het een harde wedstrijd was waarbij ik, onder leiding van sterke Marlin, de eerste 90% van de koers in de kopgroep heb gezeten en waarbij er in de laatste 10% nog twee renners bij ons aansloten. Een van die twee renners is er toen met de winst vandoor gegaan.

Na een sterke winter en dito voorjaar voelde ik dat het goed zat met de vorm. Bij de wedstrijd Nedereinse berg ontbrak echter die vorm. Op zoek naar het goede gevoel gaf de wedstrijd bij Ulysses uitkomst.

Na een drukke werkdag, me thuis snel omgekleed en vervolgens gehaast richting Amsterdam Noord. Ik had die dag op Strava gezien dat de sterke medevluchter van die ene dag in Beverwijk (Marlin), een dag eerder de wekelijkse wedstrijd bij Ulysses had gewonnen. Goed mogelijk dat die nog met zuur in de benen zat als hij aan de start zou staan.

Strakke koppies aan de start in Amsterdam Noord. Geen parcoursverkenning voor mij die dag. Ik was al snel van huis naar Noord gefietst en dacht dat de eerste ronden niet bepalend zouden zijn voor de einduitslag en ik in het peloton zou kunnen verkennen.

Interessant parcours. Je kan relatief snel uit het zicht zijn, een verraderlijk klimmetje gevolgd door een gevaarlijke bocht en na een lichte kombocht een lang recht stuk tot de finish. Hoe zal de koers verder verlopen vandaag vraag ik mij af. Probeer je krachten te verdelen zeg ik tegen mijzelf. Niet op alles mee springen. Wel mee draaien. Na wat kopbeurten gevolgd door het herstel in de groep kreeg ik meer vertrouwen in mijn benen. Tot op het moment waarbij er twee of drie renners een kleine voorsprong hadden en er één bij het insturen van de bocht na de klim een te grote klap maakte met het voorwiel, wat een lelijke valpartij tot gevolg had. Ik zag vanaf de brug nog net iemand een Julian Alaphilipe-achtige val maken tegen de bomen/struiken naast het parcours. Met het peloton reden we de groep hard voorbij zodra een acuut levensbedreigende situatie was uitgesloten. “Rijden!” riep iemand uit het peloton, die op dat moment alleen maar kanshebbers op de overwinning weg zag vallen (ik was deze persoon overigens niet).

De schrik zat er na het zien van de val even in, maar na 500 meter was het weer gebruikelijk koers. Een ronde daarna merkte ik al dat ik zat te bedenken op welk punt men op dit parcours zou moeten vertrekken om het te kunnen halen tot de finish. Op het lange rechte stuk stond wel wind tegen, maar wanneer er ergens in het stuk na de klim en voor de kombocht een listige aanval zou worden ingezet, had die misschien wel kans van slagen.

Het einde van de wedstrijd naderde. Verschillende aanvallen werden geplaatst, die vervolgens ook weer in de kiem werden gesmoord. Halverwege de een na laatste ronde werd nog een serieuze aanval ingezet door sterke renners. De mannen hielden goed stand. Bij het passeren van de streep hadden ze nog een 100 meter voorsprong. Dat zou nog hard werken zijn om die terug te halen. Ik deed een beurt, gevolgd door een aflossing van Marlin. Op het volgende moment waagde Peter de sprong waarbij het nog maar 50 meter was naar de koplopers was. Ik besloot ook nog een keer alles te geven om in zijn wiel mee te springen. Nog voor de kombocht kwam ik in zijn wiel, waarbij ik net kon uitpuffen. Het gat was met ingaan van de kombocht nog maar twintig meter. Eenmaal uit de bocht zette Peter nog een keer flink aan. Ik merkte dat ik jus over had en nog aardig door kon trappen. Daarop sprong ik over Peter heen en snelde langs de koplopers. Ik reed over de linkerkant van de weg de longen uit m’n lijf. Diep blijven zitten. Onder de wind door. De streep naderde en ik keek naar rechts…gewonnen!!! Na de streep keek ik naar links waarbij ik een wiel zag. Wat was dat nu…. Ongeloof! Heb ik gewonnen of ben ik net op de streep voorbijgereden? Hoe kon er nog iemand naast me zitten? Daar was helemaal geen ruimte voor. Peter en ik waren toch weggereden uit het peloton? Een ronde lang fietste ik in onzekerheid uit. Dit was echt super close voor mijn gevoel. Maar wat had ik nou aan gevoel?! Als ik nu toch tweede was geworden voelde ik me bestolen.


Bij aankomst bij de finish wachtte ik op het verlossende woord… GEWONNEN! Maar wie was nu diegene die me nog bijna van de overwinning had beroofd? Bas Klein werd tweede op 0,0036 seconden.

Bas Klein, was dat niet de renner, die op die bewuste dag een half jaar eerder in Beverwijk, de winst voor de neus van Marlin en mij had weggekaapt? Het maakte deze winst extra zoet. Wat een fijn gevoel.