Als de pijp bij Ruud leeg lijkt, versnel ik en sla ik een gat

door: Ivo Rigter
(verslag Clubkampioenschap B, my laps

Maarten Ducrot beweert dat een peloton wielrijders een op zichzelf staand organisme is dat kan denken, voelen en zelfs praten. Als dat klopt, dan is het de stem van het B-peloton die ik voorafgaand aan de belangrijkste koers van het jaar het luidst hoorde roepen: “ik heb er zin in!”

Woest van de goesting rolden de B-Trappisten het circuit op. Bij zeker 10 coureurs bespeurde ik een onverholen ambitie de clubkampioen 2019  te worden: allemaal kanshebbers in mijn ogen. En dan liet ik de dekselse outsiders (Johan? Joost, Eric? Erik?) nog buiten beschouwing.

Ook ik bezat de gebruikelijke goede hoop na 2 uur koers als eerste de meet te passeren. Handjes in de lucht, bloemen en felicitaties ontvangen, pure vreugde kortom. Wat zou dat…zucht…geweldig zijn! En resultaten uit het verleden hoefden toch zeker geen garantie te bieden voor het gebruikelijke falen? Want fietsen is leuk en gezellig, zeker bij Trappist, maar het uitblijven van winst begon gelijk de brandharen van de eikenprocessierups hoe langer hoe meer te jeuken. Nooit won ik een wedstrijd! Bij Trappist niet, nergens niet. Zou het er dan gewoon niet in zitten, dat winnen? Was ik niet de Lebusque uit De Renner van Tim Krabbé? Zouden schouderklopjes, een gemompeld: ‘sterk gereden’, en een paar keer per jaar een fles biologische wijn mee naar huis niet het hoogst haalbare zijn? Voor altijd de domste renner?

Afijn, het B-peloton dus. En de koers. De belangrijkste van het jaar, maar dat zei ik al. De A start. B wacht de gebruikelijke halve minuut, en op teken van Joost gaat het los. En hoe! Meteen schiet het naar koerstempo (ja lezer, dat ligt bij de B indrukwekkend hoog) en na een halve ronde wordt het nog rustig peddelende A-peloton ingehaald. Het kinderachtige genoegen om eens te roepen: “B!!!, rechts houden”. B kon het niet laten. Je hoort de A bijna denken: ‘stakkers, ze weten niet hoe warm of het is, en hoe ver’. Een enkeling laat zich verrassen en waait er af, maar komt bij als het tempo zakt naar standje postbode. Dat duurt niet lang, want het gaat snel weer harder, en gedurende 20-30 minuten regent het aanvallen die allemaal in de kiem worden gesmoord. Na 40 minuten schiet Rieks weg, ik rij er met een paar anderen naartoe, en er ontstaat een fijne kopgroep van 6: Michel, Rieks, Ruud, Theo, Tim, en ik. De samenwerking is uitstekend, het peloton maakt zich kennelijk geen zorgen en al snel is er een comfortabele voorsprong opgebouwd.

Na 1,5 uur koers en nog 6 rondes te gaan, is duidelijk dat de winst voor één van ons zessen zal zijn. Omdat Tim steeds meer moeite heeft met kopwerk en ik vermoed dat hij een aardige sprint heeft, probeer ik hem een paar keer met een tempoversnelling overboord te zetten. Hij blijft echter knap bij. Met nog 3 ronden te gaan blijft het goed draaien. Ruud probeert nog een jump, ik probeer iets, maar voel dat ik zeker geen hele ronde alleen vooruit kan blijven. In de laatste ronde rijdt Tim lang op kop (anders mocht hij van zichzelf niet meesprinten, zo verklaarde hij later. Een echte gentleman, die Tim!) met een prima tempo. Ik pak het laatste wiel en probeer net als de rest het geduld te bewaren. Vlak na de voorlaatste bocht heeft Ruud het gehad en waagt de sprong. Ik kan kennelijk als enige zijn wiel pakken en zit op rozen. Als de pijp bij Ruud leeg lijkt, versnel ik en sla ik een gat. Kennelijk zit de rest naar elkaar te kijken en ik rij als een bezetene richting de laatste bocht, waar ik even achterom kijk. Het is nog niet gedaan en het zuur schiet in mijn benen. Op het rechte stuk durf ik niet om te kijken en geef ik voor alle zekerheid alles! Niks over om stijlvol met twee handjes in de lucht de streep te passeren. Slecht één hand van het stuur en een rochelende oerkreet kan ik eruit persen: jaaaghrffmpf!!!

Na afloop vang ik onder enkele de A-rijders wat ontevredenheid op over de koers. Te gezapig zou het zijn. Misschien omdat het te warm was, en te ver. Zo niet bij de B. Wederom hoorde ik dat peloton met één stem spreken: “wat is er lekker gekoerst!”