De euforie van mijn putsch

door: Huub Roelvink

(wedstrijdverslag 3CV, vrijdag 19 juli, 2019, Meyruies)



Vandaag de derde en laatste etappe van de 3CV, de koninginnenrit van 140 km uit De Renner. In alle vroegte opgestaan voor vertrek om 8 uur vanaf de camping. Voel me eigenlijk nog verrassend fris, ik had gedacht al flink vermoeid te zijn na 2 dagen koers, maar omdat we verder heel rustig aan doen, lijkt het herstel goed te gaan en ik heb er weer zin in. Of zou het mijn herstelshake zijn, die wonderen doet? We rijden rustig naar Meyrueis en van daar uit 25 km geneutraliseerd door de schitterende Gorges de la Jonte naar Le Rozier, waar we afslaan richting Les Vignes. We rijden nu door de Gorge du Tarn. 

Na de echte start in Les Vignes direct een vinnige klim van 8 km, waarbij Djoen meteen een schifting wil aanbrengen door straf tempo te rijden. Op aangeven van Jan besluiten we niet echt te happen, wetende dat Djoen toch geen trek heeft om 100 km alleen voorop te gaan rijden en het tempo zakt terug, zodat er een aantal mannen weer aansluiten, Hans, Mart, Marlin, Marthijn en Peter meen ik.
Vervolgens gaat Mart op avontuur door het hoogland en blijft een tijdje alleen vooruit. Hij gaat voor de sprintpunten en ik ben weer te laat met het opmerken van de streep en verspeel kostbare energie met m'n loze sprint. Er wordt niet echt hard gereden en er sluit nog een ploegje mannen aan. Oa Theo, Joost en Jan-Maarten, geloof ik, maar ik heb het niet heel scherp in beeld.
In de afdaling naar Meyrueis blijft het vrij dicht bij elkaar, we hebben hem eerder gedaan en hij gaat nu makkelijker voor mijn gevoel, ondanks het grind in sommige bochten. Klim naar Lanuéjols maakt ook niet echt grote verschillen, iedereen wacht toch tot de Mont Aigoual eraan komt. Bij da ravitaillering is iedereen weer samen en rijden we naar de voet van de Mont Aigoual. Daar legt Djoen meteen het gas erop, en de eerste 5km hang ik aan een zijden draadje en vraag ik me af of ik het ga redden om in zijn wiel te blijven.
Ik wil deze keer niet nog eens lossen en bijt me hard vast en zie flink af. Alleen Jan en Peter kunnen ook mee. Peter gaat er vrij vroeg vandoor, vanwege zijn derailleurproblemen is hij niet langer in koers en mag hij de wedstrijd niet beïnvloeden, dus we laten hem gaan (niet dat we konden volgen denk ik, zeker niet op dat moment).
Na nog een km of 5 a 10 afzien ben ik toch weer een beetje hersteld, ook omdat het tempo van Djoen wat terugzakt. "Ineens weet ik dat ik ga demarreren" (T. Krabbé). Het verrast mezelf eigenlijk, omdat ik eigenlijk overtuigd was van het feit dat ik helemaal stuk zat. Op iets van 5 a 6 km km van de top geef ik er een harde snok aan, op een iets vlakker stuk en ik zie meteen dat Jan en Djoen volstrekt geparkeerd staan, ik heb meteen een gat van een meter of 100. Dat geeft me nieuwe spirit en ik stamp hard door en probeer mijn hartslag en ritme goed te controleren zodat ik me niet opblaas en toch het tempo hoog houd. Dat lukt aardig, de eerste kilometers overheerst de euforie van mijn putsch, maar de laatste kilometers sterf ik vele doden. De top komt als een godsgeschenk en als ik af en toe achterom kijk zie ik ze nog steeds niet en dat geeft een enorme kick. Nu nog een km of 20 dalen, zo hard mogelijk, want ik weet dat Jan harder daalt dan ik, er rijdt ook nog een stukje een slome auto voor me, die ik na een paar bochten kan passeren. Af en toe zijn er kleine stukjes vlak en omhoog en schiet de kramp in mijn dijen, ik ben soms bang dat ik het niet ga redden....maar op een gegeven moment heb ik Jan nog steeds niet gezien en weet ik dat ik het ga halen. Geweldige verlossing aan de eindstreep, helaas met 45 seconden voorsprong uiteindelijk niet voldoende om Jan te passeren in het algemeen klassement (hij had 2 minuten), maar superblij met m'n dagzege...