Ik wil winnen

door: Jan Repko

(verslag Grote Prijs Ger Hermans, september 2019) 

 

Vanaf het begin zijn er ontsnappingspogingen die stuk voor stuk gesmoord worden door het peloton. Ik zit bij de helft van de pogingen. Jack en Marlin zijn nog actiever. Mijn benen voelen moe en zwaar. Ik wil winnen, maar ik zou niet meer weten hoe. Wegkomen lukt niet en ik word steeds zwaarder en slapper.

 

Nog vier rondes te gaan. Jack, Marlin en nog een paar mannen zijn los. Ze rijden niet door maar het peloton staat ook stil. Ik spring er naar toe. ‘Rijden!’ roep ik ‘er wordt achter ons niet gekoerst!’. Verbaast kijken ze achterom. Pas na een tweede aanmaning zet de groep zich in beweging. We gaan hard. Dit is de ontsnapping van de dag. Ik laat me van kop af zakken en kijk achterom. Shit. Het peloton komt weer dichterbij. Ik houd de benen stil. Het peloton sluit aan. Als het tempo weer gedaald is, glip ik voor de zoveelste keer weg. Stevig tempo maar niet te hard. Wie gaat er mee? Ik kijk om. Jack en Marlin zitten in mijn wiel. We hebben een gaatje en werken goed samen. Korte beurten kop over kop. Na een halve ronde zie ik het peloton niet meer.

 

Nog twee ronden te gaan. De benen zijn dik en moe. Ik wil niet meer. Misschien moet ik Jack en Marlin maar zeggen dat ik op ben en vragen of ik in hun zog naar de derde plaatst mag liften. Als ik nu opgeef heb ik voor niets gefietst. Jack is sterk. Hij fietst met twee vingers in zijn neus terwijl ik op sterven lig. Ik ben moe dus Jack en Marlin zijn ook moe. Ik kan winnen. Marlin is een godswonder ’s ochtends gewonnen bij de Kampioen en nu weer in de aanval. ‘Tussen’ hoor ik Marlin roepen als we bij het viaductje zijn. Hij is geen sprinter en zijn tank is leger dan die van mij. Als Jack me er af rijdt, wordt ik opgeslokt door het peloton. Misschien mag ik voor spek en bonen meerijden en dan word ik derde. Ik kijk om, het peloton is uit zicht. Doorfietsen. Kop over kop.

 

De laatste weken fiets ik als een watje. Het maakte me niet echt uit wie er won. Maar deze wedstrijd wil ik winnen. Waarom? Het is de GP Ger Hermans. Vanochtend mijn benen geschoren. Het schijnt sneller te zijn. Mijn sprint was dit jaar niet goed waarschijnlijk omdat ik te zwaar trap. Dus vervang ik de 23-11 door een 25-12. De tweede bidonhouder schroef ik er af. Uit de kast pluk ik het strakste shirtje dat ik kan vinden. Een plan heb ik ook: in de laatste ronde er alleen vandoor.

 

Laatste ronde. Het is wel leuk als Marlin wint. Hij zal blij zijn. Twee keer winnen op een dag dat is niet niks. Daar zal hij wel vrolijk van worden. Misschien kan ik hem helpen om te winnen. Een lafaard ben ik. Ik moet zelf winnen. Op het viaduct met nog 500 meter te gaan zit Jack op kop. Ik neem niet over. Ik schakel naar een lichter verzet. Een paar weken terug in eenzelfde situatie won Jack met een sprint van kop af. Op het laatste rechte stuk gaat Jack staan. Hij begint aan zijn sprint. Ik reageer direct. Met een grimas drijf ik mijn benen de sprint in. Deze keer moet ik winnen. Ik vlieg langs Jack. Ik zie de finish en schakel bij. Ik voel de wilskracht door mijn lichaam stromen. Ik kijk achterom. Ik heb een fietslengte voorsprong.