De domste renner

door: Ruud van Straten

(Verslag 8 juli 2020, 3e zomerwedstrijd B: zie mylaps)


Marlin heeft er vanuit het A-peloton bij stil gestaan (zie verslag), nu dan vanuit het B-peloton belicht; De prijs voor de domste renner. Laten we beginnen bij het begin, de eerste wedstrijd van het seizoen. Ik moet zeggen dat mijn zelfvertrouwen een behoorlijke knak had gekregen in de tijdrit-trainingen. Ik ben aan alle kanten zoek gereden. Mijn benen voelde als dik gebakken frieten en mijn bloed als mayonaise. En zo ook tijdens de eerste wedstrijd op een mooie zonnige woensdagavond. Ik ben één keer mee gesprongen met onder andere Theo, Frans en Ard, maar na een beurt op kop, moest ik ze laten gaan. Ik had een hartslag 186 en geen kracht meer in de benen. Dus ik moest het anders aanpakken. Er waren vele aanvallen en de laatste 4 rondes zelfs een kopgroep van 5 die erg kansrijk was. Ondertussen had ik mij verstopt in het peloton. Pas in de laatste 500 meter had ik mijn gezicht weer tegen het venster gedrukt. Het resultaat was een 2e plaats. Met zeer slechte benen (Slim!) Er waren deze wedstrijd twee enthousiaste aanvallers, Ard en vooral Frans (introducé). De prijs voor de strijdlust ging dus naar…Patrick? Volgens mij was hij er zelf het meest verbaasd over.

 

Een paar dagen later was de tweede wedstrijd, op zondag middag. De benen voelde al wat beter en dit uitte zich al snel in een iets dommer strijdplan. Na de laatste 6 ronden met Mart rondgereden te hebben, waande ik mij winnaar (dom!) maar bleek 2e (toch een beetje slim!) En jawel, de prijs voor de domste renner werd in mijn schoot geworpen. Helaas zonder de bijbehorende fles wijn. En als kers op de taart, stond ik keurig eerste in het klassement van het zomerblok. Nog twee wedstrijden te gaan, dus ik lag lekker op koers.

 

Een zeer rustige stem in mijn hoofd vertelde mij dat ik iets slimmer moest gaan koersen. “Alleen dan maak je serieus kans op de ontbijtkoek van het zomerblok.” Ergens in de diepste krochten van mijn hoofd, hoorde ik een zachte, maar duidelijke hysterische lach…. Dit had een waarschuwing moeten zijn, maar ik negeerde het. Laten we deze twee stemmen Rede en Ongebreidelde Hysterie noemen. Rede had de laatste dagen het hoogste woord “Houd je rustig Ruud, wees slim, alert , smijt niet met je krachten, de benen zijn goed, nu het koppie erbij houden.” Ongebreidelde Hysterie liet zich niet horen.

 

En toen was het woensdagavond zeven uur. Het regende, het was fris. Dit zijn de omstandigheden waar ik van houd. En daar was het weer, het kwam ergens van waar het hoofd aan de nek vast zit, heel zacht, maar hoorbaar, die lach…. Er was geen tijd om er over na te denken, we gingen van start. Gelukkig met een rustige opwarmronde voor de nieuwelingen. Maar die ronde zat er nog niet op en Ard zette eens stevig aan. Rede melde zich “rustig aan Ruudje, pak een wiel en laat je niet gek maken.” “Natuurlijk laat ik mij niet gek maken, we zitten in de 2e ronde” dacht ik nog. En daar kwam Ongebreidelde Hysterie uit zijn spelonk “Ruud, je benen zijn goed, maak de koers maar een beetje hard.” Voor ik er erg in had gaf ik een snok op kop, even de anderen testen. Maar Rede kwam tussenbeide en gaf mij te kennen het koppie erbij te houden. Dus ik liet me afzakken.

 

Ik had een mooi overzicht over de groep. Het viel mij op dat er een aantal mannen zich als oude vrouwtjes door de bochten wrong. “Maak daar gebruik van Ruud. Elke bocht wat druk zetten, kijken of er gaten vallen” was het advies van Ongebreidelde Hysterie. En ja hoor, daar ging ik, elke scherpe bocht ging ik op ¾ al flink op de pedalen. Er vielen gaatjes. Al snel reed ik met 2 of 3 man kop over kop voor het peloton uit. “Houd je rustig idioot!” daar was Rede weer. Hij werd al snel de mond gesnoerd “Nee dit is goed, ze durven niet, doe er je voordeel mee” Na een halve ronde waren we weer terug gepakt. Rede was opeens niet voor rede vatbaar. Hij was laaiend, maar toen mijn hartslag wat zakte, werd hij ook kalmer. “Goed Ruud, de benen zijn warm, houdt je ko…. “Hey daar heb je Olaf en die geeft gas, ga met hem mee, hij is sterk.” krijste Ongebreidelde Hysterie er dwars doorheen. En ja hoor, 2 tellen later reed ik met Olaf kop over kop. Dat wisten we zo ongeveer een ronde lang vol te houden. Olaf liet weten dat zijn benen dit niet gingen volhouden en we werden teruggegrepen. Op datzelfde moment gingen er drie man vandoor, waaronder mijn broer Ard. Rede greep dit met beide handen aan “het is je broer, ga maar achter in de groep op adem komen.” Drie ronden lang kon ik van deze luxe zetel gebruik maken.  Ik hoorde een tevreden gehum van Rede en Ongebreidelde Hysterie was nergens te bekennen.

 

Maar ook aan drie ronden komt een eind en onder leiding van Olaf werd het groepje ingerekend. En daar was hij weer Ongebreidelde Hysterie “Dit is een mooi moment, go, go, go! Hoe komt het toch dat deze stem mij zo direct weet aan te sturen? Daar ging ik weer, moederziel alleen. Ongebreidelde Hysterie had zijn zweep ter hand genomen en stond vanaf de bok mijn hersens te geselen. Met hysterische stem gilde hij “Je hebt een mooi gat, ongeveer 20 seconden. Zet hem op cruise control. Als je nu tempo blijft rijden, halen ze je nooit meer in” Rede kwam met zijn rustige stem nog even tussendoor “Echt wel, dit ga je niet halen, je verkloot je klassement” Mijn klassement! Nou ja dan maar voor de strijdlust! En wie weet voor de winst. De benen voelde bijzonder goed, die strijdlust is wel voor minder uitgereikt. Het strijdplan werd gewijzigd.

 

Rede ging in een hoek zitten mokken. Hij zei nog iets als “dat appje van Joost, dat je vroeger maar 1 keer per seizoen de prijs van de strijdlust kunt winnen. Jij had hem zondag al he!?. Is dit dan nu wel slim?”  Ongebreidelde Hysterie was in zijn element en riep “Natuurlijk doen ze daar niets mee. Het staat toch niet in het reglement. En daarnaast; Marlin gaat keer op keer met die fles wijn naar huis” Rede was nog niet overtuigd “ het mag bekend zijn dat een belangrijk onderdeel in het toekennen van de strijdlust willekeur is?” stelde hij op vragende toon. “De jury is niet gek hoor. En trouwens, ze zullen wel blij zijn dat ze nu alsnog de wijn van zondag kunnen overhandigen.” En dat gekibbel in mijn hoofd ging zo nog even door. Bijna 2,5 ronde lang. Ik zag een paar keer Olaf op kop van de achtervolgende groep sleuren. “Hoe kan een man die niet mee kan in de vlucht, toch iedere uitlooppoging neutraliseren?” vroeg ik mijzelf af. Toen werd ik terug gepakt. Het groepje leek kleiner geworden en ging heel hard over mij heen. Ik moest na mijn vlucht gelijk weer vol in de beugels, maar wist een wiel te pakken.

 

Al snel zakte het tempo. Ik hoorde dat schrille hysterische stemmetje weer in mijn hoofd “Je hartslag is nog lekker hoog, je benen kunnen nog wel wat hebben, kijk die mannen, ze zijn kapot, je maakt ze kapot! Ik denk dat je het nog een keer moet proberen.” En daar ging ik weer, vol met mijn snoet in de wind. En tot drie ronde voor het eind bleef Ongebreidelde Hysterie mij aanvuren om te blijven aanvallen. En toen kwam heel resoluut Rede weer aan het woord “Ruud je hebt nog drie ronden om je benen te sparen en mee te doen voor de prijzen. Dat is genoeg met je huidige vorm, stop met deze waanzin en focus op de laatste 500 meter!” Hij had gelijk ik wist het. Ik ging achter in de groep fietsen en gaf mijn benen wat rust. Dat lukte ongeveer een ronde. Wat er daarna gebeurde was het toppunt van domheid. Ik ging weer in de aanval, meerdere keren, met Olaf, met Ard, met Michiel, waanzin! Het leidde natuurlijk tot helemaal niets en dat wist ik ook heel goed. Op het lange rechte eind, voor de laatste bocht, zette ik mij op kop van de groep. Het tempo er een beetje in houden, volgens mij help ik Ard daar mee. En het was ook een beetje straf voor mijzelf. Zulke goeie benen en dan dit er mee doen…. Ard wist met een machtige jump de winst te pakken en ik wist ook nog iets te doen wat op sprinten leek. “Maar goed, voor Ard de winst en voor ons de strijdlust” piepte Ongebreidelde Hysterie.

 

En toen kwam het moment van de prijsuitreiking. Nummers 10 t/m een, bla, bla, bla. En de strijdlust gaat naar! Michiel! Huh, wat, Michiel? Ik verstijfde, sloeg dicht, trad buiten mijzelf. Ik zag ons daar staan. Ard en Marlin met hun bloemen, ik met een bleek smoeltje en tussen ons in Michiel. Ik hoorde hem in de verte vragen “Waar heb ik dat aan verdiend?”

Ik liep met een lege blik in mijn ogen naar de auto. Stak mijn fiets in de achterbak. Mijn hand greep in iets zachts, klei op mijn wiel…., ik veegde mijn hand af aan mijn shirt en ging zitten, met mijn natte zeem op de stoel. Ik stak de sleutel in het contact en zag ze toen pas goed. Duidelijker kon het niet; Lege handen…. De radio ging aan, John Cougar Mellencamp zong  “Oh Lord, what did I do To deserve these empty hands.” Een hysterische en schrille stem nam weer bezit van mij.

Ik gilde: “IK BEN DE DOMSTE!”