Een wesp is de nieuwe buizerd en beslissend in de koers van het jaar

door: Olav Heuts

(1e Nazomerkoers 2020 (B) – 5 augustus 2020: mylaps) 

 

Het Corona-koersseizoen is op 1 juli alsnog van start gegaan als ik de kalender inspecteer. De wedstrijdcommissie heeft er geen gras over laten groeien. Elke week race. Is er nog wel een zomerstop? Daar staat het: vanaf 15 juli 2 weken vakantierust. Daarna: 1e Nazomerkoers op 5 augustus 2020. Die moet ik hebben.

 

De 1e Nazomerkoers is eigenlijk mijn enige kans. Dat zit zo. De eerste races van het seizoen zijn doorgaans voor de crossers. Die komen wedstrijdfit de winter uit. Net als de schaatsers; op hun best begin maart, en sowieso sterk in het bochtenwerk naar links. Met mijn duur- en gravelritten in de winter mis ik de explosiviteit zo vroeg in het seizoen. Zo rond mei zijn er de sprintkanonnen die al vanaf het laatste rechte stuk op de macht aangaan. Geen beginnen aan voor een lichtgewicht als ik. En dan heb je altijd nog de koerskapiteins. Hun race-inzicht en sluwheid is sowieso een wapen. Geen trap te veel. Tot in de finale. Later in het seizoen is het de tijd van de polderstoempers; met hun dikke poten in staat tot lange ontsnappingen. In dit vlakke waailand ben ik nu eenmaal in het nadeel. Kan ík eigenlijk iets? Steil omhoog. Zuid-Limburg bijvoorbeeld (op de Cauberg staat een scherpe tijd). Of de Vlaamse kasseienklimmen (maatjes Ivo, Hugo en Frans herinneren zich nog mijn beslissende demarrage op de Paterberg in Vlaanderens Mooiste, editie 2019). Onverharde steile gravelbeklimmingen in Girona: ook lekker (weet ik sinds een gravel trip met Maats vorig jaar). Pocket climber. Ik zit in het goede lichaam, misschien niet in het goede land.

 

Kritische zelfanalyse leidt tot pijnlijke keuzes. In het Trappist wedstrijdschema moet ik het hebben van de eerste race na de zomervakantie. Ik reken erop dat de meeste Trappisten in hun vakantie de benen verpesten met musea of Pieterpad-wandelingen, zwaar tafelen, veel drinken of weinig training. Wellicht in combinatie. Als ik in de vakantie nu wat extra’s doe en messcherp terugkom, heb ik misschien een kans. Anticyclisch denken.

 

Vorig jaar heb ik mijn theorie aan een empirisch onderzocht. Ik vond bewijs: de 1e Nazomerkoers op 6 augustus 2019 was voor mij.

 

Daar ging een zomerse klimstage in Andalusië aan vooraf. De familievakantie werd zo uitgekiend dat ik om de dag mijn favoriete beklimming in de regio kon doen. El Madroño. De A-397 vanaf San Pedro de Alcantara richting Ronda slingert mooi omhoog. 20 kilometer klimmen tot de Puerto de Madroño, zo’n 1.100 meter hoger. Tussendoor uitzicht op de Costa del Sol en Gibraltar. Niet steil (gemiddeld 5 à 6%), wel vrij lang. En warm. Mits ik voor het ontbijt ging was ik buut vrij (“Jullie slapen toch uit. En op de terugweg haal ik de broodjes.”). Via Strava kende ik Ramon, een goede fietser uit Bilbao die jaarlijks in Andalusië vakantie viert. Vedergewicht, net als ik, maar door zijn dagelijkse siësta ritten veel meer hoogtemeters in de benen. Om de dag liet ik mij door deze vriendelijke Baskische beul omhoog geselen. Uithuilen mocht pas aan de koffie met pan con tomate bij Bar El Navasillo, ergens na de top van de klim. Vanaf daar ging het dan terug, in een snelle afzink naar zeeniveau: 20 minuten als ik zijn ideale lijn hield (ik vond 75 per uur wel hard zat) en er geen vrachtwagens voor ons zaten. Aan het einde van onze vakantie opperde Ramon om onze laatste rit te gebruiken voor een aanval op ons PR. Klimtijdrit Madroño dus. Geen ontkomen aan. Dat ging pijn doen. En pijn deed het. Bij de start van het Strava-segment ging Ramon meteen los. In zijn wiel blies ik mezelf al vroeg op; na 10 minuten in het rood liet ik hem maar gaan. Spijt dat ik zo vroeg kostbare vermogens had verspeeld. Vloekend dat ik me niet aan mijn eigen strijdplan had gehouden. Ik wilde net omdraaien naar het zwembad (ja, opgeven) toen ik nog ergens een berustend maar degelijk ritme vond. Je eigen tempo omhoog rijden, was dat niet wat de klimmers altijd zeggen? Door het snelle begin had ik wel een beetje marge op mijn oude tijd. Als ik nu niet te veel zou terugvallen viel het misschien nog mee. Het laatste kwart kon ik er nog wat tegenaan gooien, in de laatste kilometer zelfs een serieuze versnelling, staand op de pedalen. Al met al nog goed voor 4 minuten verbetering van mijn PR. Ramon stond boven al zijn eigen feestje te vieren. Hij vond dat er voor mij meer had ingezeten als ik niet zo’n zware huurfiets had gehad. Spaanse elegantie. De koffie was voor mij.

 

Dat Madroño strafkampje had wel iets gedaan qua FTP. Vijf dagen na de Madroño kwelling stond ik met dikke aderen op mijn dunne kuiten aan de start voor de 1e Nazomerkoers bij de B. Ik besloot het even aan te zien. Vluchters werden gelukkig steeds bijgehaald. Op 3 ronden voor het einde dacht ik te zien dat Jasper iets van plan was. Ik ging achter hem aan; snoeihard door de laatste binnenbocht. Het was echt een splijtende demarrage en ter hoogte van de finishkeet waren we goed los. Het bordje bevestigde: 3 ronden. Best lang nog, maar niet onmogelijk met zijn tweeën. Maar al bij het bos liet Jasper gaan. Ik meende te horen “veel plezier nog”, maar misschien was dat hallucinatie. Ik was een moment verbijsterd: mij zo achterlaten, dat kan-ie toch niet maken? Drie ronden is nu wel echt ver. Zelfmedelijden maakte plaats voor hoop: dit is je kans jongen! Ik gaf alles. Het lukte me om twee ronden een straf tempo te rijden en alleen vooruit te blijven. Dat kwam natuurlijk vooral door aarzelingen in het peloton. Wie gaat die gast halen? Ivo en Hugo waren ongetwijfeld aan het afstoppen; zij stonden toch al op het punt om te bezwijken voor de verlokkingen van een transfer naar de A en hoefden zelf niet meer zo nodig. Van patron Jasper had ik kennelijk ook de zegen. Kort voor het ingaan van de laatste ronde sloten Johan en Rieks aan. Rieks deed nog een poging om de zaak op te blazen, maar dat kwam hem duur te staan. Met Johan ging ik de laatste 500 meter in. Voor de laatste bocht werd ik door Johan handig op kop gemanoeuvreerd. Ik zag de groep nu toch wel vrij hard aankomen en was er niet gerust op. Mijn pokerface is waardeloos, dus ik besloot van kop af een eindsprint in te zetten. Johan zette even aan, maar liet hem lopen. Ik vergat te juichen.

 

Mijn eerste bloemen dus. Ik kon er niet van slapen. Die demarrage in het wiel van Jasper joeg me de hele nacht nog de stuipen op het lijf. Die drie rondes in het rood voelde ik ook nog. Maar pain is temporary, glory is forever. En glorieus was het. Mooi ook dat mentor Peter, die mij enkele jaren geleden op de fiets had gezet en had geïntroduceerd bij Trappist, die dag bij de A won. Het moest zo zijn.

 

De 1e Nazomerkoers is dus niet zomaar een koers. It has my name on it. Zou mijn recept dit jaar ook werken? Ik vond in elk geval dat ik een titel te verdedigen had. Maar gold mijn anticyclische theorie nog? Zou de vakantiestop ditmaal wel in mijn voordeel werken? Een Spaans trainingskamp zat er dit jaar niet in. Corona had de vakantieplannen danig verstoord. We bleven in de buurt. Geen hoogtestage. Niet ideaal. De kans dat andere Trappisten op Franse campings lagen uit te buiken leek mij ook gering. Ik moest iets. Ik had de eerste Zomerkoersen leuk mee gehobbeld, maar niet echt potten kunnen breken. In de 1e Zomerkoers zat ik met Ard, Theo, Arjen, Christiaan en een sterke introducee in de ontsnapping van de dag. We hadden er rondenlang goed de vaart in, maar op het laatste rechte stuk werden we uit het niets bijgehaald door een ontketend peloton. Nota bene aangevoerd door Ruud; zonder meer indrukwekkend, maar het was vooral Bernard die profiteerde. Ik mocht mijn handjes dichtknijpen met een tiende plek. Leuk joh, aanvallend koersen. In de 3e Zomerwedstrijd was ik wat besluiteloos. In de regen bleven Ard en Ruud de boel beurtelings bestoken met demarrages. Ik vond het allemaal aan de vroege kant en had de benen niet voor een lange vlucht. Maar als het te gek dreigde te worden moesten ze even tot de orde worden geroepen. In hun wedstrijdverslagen beweren de broertjes dat ik daar nogal de hand in had. Dat lijkt mij wat veel eer. Ard had het zelf dik voor elkaar: hij ging er vandoor met de sprint en het Zomerblok.

 

Wilde ik de 1e Nazomerkoers editie 2020 naar mijn hand zetten dan moest ik het echt over een andere boeg gooien. De Corona-maanden waren goed geweest voor het duurvermogen, maar het intensieve werk was duidelijk verwaarloosd. Ik moest anders trainen. Ik moest echter vooral anders koersen. Niet gek laten maken door al die ontsnappingen; niet laten verleiden tot een avondje “lekker in de aanval”. En hopen dat het peloton zijn neus zou ophalen voor deze wedstrijd. Als iedereen zijn kaarten zet op Beverwijk, de koppeltijdrit of het clubkampioenschap, wie zou zich dan druk maken om een Nazomerkoersje in vakantietijd?

 

Ik had drie weken voor wat intensieve blokjes. Een paar snelle ritten met de jonge honden van de No Breakfast Cyclling Club hielp ook. En de West-Vlaamse Noordzeekust was dan wel geen Andalusië, maar de eenzame Belgische kanalen met tegenwind waren wel goed voor de mentale pijn. Als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan. Ik monteerde nog een verse ketting en koos mijn strakste shirt. De focus was er. Mentaal zat het goed.

 

Het weer is fijn. De opkomst groot. Mooi. Het zal mij niet gebeuren dat ze later zeggen dat het lekker punten pakken is in een deelnemersveld van 10. Wel veel korte sokjes weer. Jammer, maar bijzaak. MyLaps werkt niet vandaag. Tant pis. Knop om.

 

We rollen. Al vroeg dienen zich ontsnappingen aan. Ik laat het begaan maar blijf alert. Ard en Theo blijven lang weg maar het lijkt mij wat voorbarig. Erik Alexander is met Patrick en Barry actief in de achtervolging. Als alles weer compleet is, is het wachten op een uitbraak van Ruud, maar die houdt zich vrij gedeisd. Hoewel het tempo vrij laag ligt, zit de koers tamelijk op slot. Een verschroeiende demarrage zou de boel lekker opschudden, maar ik vermoed dat iedereen nog te fit is en vol de achtervolging zal inzetten.

 

De slotfase nadert en Frans probeert het met Arjen. Ook zij krijgen wat ruimte maar blijven binnen schootsveld. Het gaat nu toch wel richting de 45 minuten en hier en daar zie ik wat nervositeit. Erik van Steijn roert zich, net als de altijd actieve Eric van den Heuvel en ook Michiel. De achtervolging wordt nu ingezet en daar gaat Ruud. Frans en Arjen zijn eraan. Ruud gaat erop en erover denk ik. Dat lijkt mij wel een goed moment om mee te springen. We slaan een gaatje. Minder dan drie ronden te gaan. Mooi scenario. We rijden kop over kop door de Buizerdpassage. Strak gaat het door de bocht naar links en over het lange rechte eind. Halverwege stokt opeens het tempo bij Ruud. “Ik ben gestoken door een wesp!”. Ik ga door en pak op snelheid de bocht. Ruud is weg. Ik ben alleen, met twee ronden te gaan. Het gat is niet erg groot. Wil ik dit? Ik passeer de keet. 2, daar staat het. In het bos laat ik me inlopen. Ruud zie ik niet meer. Raar verhaal. Die buizerd had ik voor de vakantie nog wel gezien, met zijn vrouw zelfs. Vandaag niet. Een wesp is andere koek.

 

Opletten nu. De bel voor de laatste ronde. Waar zitten die sprinters eigenlijk? Het tempo gaat nu echt omhoog. Het lijkt mij wel wat om in de laatste ronde stiekem weg te lopen, à la Joop in 1985. Bernard heeft blijkbaar dezelfde gedachte, want hij plaatst een flinke versnelling na de Buizerdpassage. Het wordt gecounterd. Ik blijf maar in de buurt. En zit door de hele actie nu onverwacht in een leuke positie. Op het rechte stuk is het dringen geblazen. “Ai ai ai, dit wordt spannend. Ik zou zeggen ik ga rechtstaan, maar dan zie ik nog altijd evenveel", hoor ik de onvolprezen José De Cauwer zeggen.

 

Ik zie Ard aan de buitenkant de laatste bocht opdraaien. Dacht altijd dat hij liever de binnenbocht heeft. Aan de binnenkant zit ik inmiddels. Gok ik nu mis? Windje mee kan ik op het kleinste achterblad schakelen. Fijn, die nieuwe ketting. De binnenbocht loopt lekker. Bernard zie ik door het midden de bocht uitkomen, wel 4 posities voor me. Zijn fluor Cannondale en shirt lijken mij een mooi richtpunt. Ik sta, ben rap op snelheid en zie tot mijn verbazing dat ik 3 man pak. Ik heb nu zelfs Bernard bij zijn staart. Een schreeuw achter me. Theo? Voor mij bedoeld? Nee, ik zit goed op mijn lijn. Door nu. Ik ben er voorbij. Daar is de keet. Maar waar blijft die godverse streep? Komt Bernard nu toch nog bij? Streep. Waar zit dat wiel? Blik naar rechts. Ik zie Bernards blik naar links. Wie heeft ‘m? Het voelt goed, maar kwam hij nog terug? Shit, MyLaps deed het niet toch? Uitgerekend nu.

 

 

Al uitrijdend bespreken Bernard en ik de uitslag. Hij weet het ook niet. Ook de jury kan geen uitsluitsel geven; het was millimeterwerk. Hoe moet dit nu? Daar is Ruud. Die wesp had hem tot opgave gedwongen. Terug bij de keet heeft hij de finish gefilmd. Wat een held. Ook spannend: intuïtie is leuk, maar beelden liegen niet. Dit kan ook uitlopen op een deceptie. Vijf hoofden rond een iPhone. Geen tijd voor Corona. Er moet een still van de beelden aan te pas komen. Het scheelde niets. Bijna niets. Maar het was genoeg.

Tijd voor enkele voorzichtige conclusies.

Dat de buizerd zich niet laat zien zegt niets. Een nietige wesp gaf op 5 augustus 2020 de doodsteek aan een mogelijk beslissende vluchtpoging. Gelukkig niet aan Ruud, anders hadden we nooit geweten wie de winnaar was. En de 1e Nazomerkoers verdient stilaan het predicaat ‘monument’. Bij de volgende editie moet er dan wel worden gejuicht. Wij noteren dus de 1e week van augustus 2021.