Strategie bepalen

door: Sjoerd Harleman

(verslag 12 aug 2020 2e nazomerwedstrijd A, mylaps

 

Fietsen doe ik omdat ik houd van fietsen, maar ook omdat ik houd van eten en bier drinken. Of ik nu alleen fiets of samen met vrienden, het maakt me niet zo veel uit. De heerlijke ontspanning door inspanning, het materiaal, de natuur, de snelheid, de conditie, de afstanden die je kan afleggen, de verschillende gemoedstoestanden die je kan ervaren in een en dezelfde rit, etc.

Afgelopen jaar een paar keer op een mountainbike gezeten, zelf heb ik een crossfiets waarmee ik het heerlijk vind om door het bos te rijden. Al ligt mijn eerste liefde bij de racefiets.

Naast alle soorten fietsritten die je alleen kan doen (toeren, rustige rit, intervaltraining, lange afstand), zijn de trainingswedstrijden een hele fijne aanvulling. Het spelelement is gewoon hartstikke leuk. Iedereen heeft zijn eigen verhaal na de finish. Iedereen heeft een bepaalde strategie aan de start van de wedstrijd.

Mijn strategie was, zoals altijd eigenlijk, om de hele wedstrijd lekker mee te rijden. Niet schuwen om op kop te komen of om mensen terug te halen. Maar ook proberen om de concurrentie te lezen en af en toe het juiste wiel te kiezen. Op die manier zorgen voor een goede positie voor de sprint en leren van fouten in andere wedstrijden.

De week ervoor was er iemand een ronde voor het einde weggereden op een goed moment. Het viel helemaal stil en niemand wilde zijn laatste energie verspelen om de rest terug te rijden en zelf daardoor kansloos te zijn voor de sprint. Die wedstrijd had ik een vriend van mij geïntroduceerd (met hem rijd ik ook wel bij Sloten) en hij zou me bij het neerleggen van het strijden om plek 2, in goede positie voor de sprint brengen. Het spijtige resultaat, na twee pedaalslagen te moeten overslaan doordat mijn pedaal de grond raakte in de laatste bocht voor start finish, was plek 5.

Nu moest het toch beter. Met inrijden reed ik nogmaals door de laatste bocht en dacht “als het sprinten wordt, in de apex van de bocht één pedaalslag laten lopen of de bocht helemaal aan de buitenkant nemen, zodat je de snelheid wel vast kan houden en kan doortrappen”.

Toen de wedstrijd eenmaal begonnen was zat ik er al snel lekker in. Zo nu en dan even flink kopwerk doen, maar ook niet te gek. Nog een keer in de ontsnapping geweest met een man of 5, met onder andere de hardrijder die de week ervoor had gewonnen, maar we bleven niet weg. Tegen het einde van de wedstrijd (met nog 4 ronden te gaan) begon ik na te denken over of ik niet deze week moest proberen om weg te rijden voordat het een sprint zou worden. Het was tenslotte de week ervoor ook op die manier gegaan. Mits je geen vriend hebt meerijden die zich wil wegcijferen en een koploper op het einde terug wil halen, is het met een peloton van nog geen 20 man toch vooral een wedstrijd van ieder voor zich. Maar wanneer is nou het juiste moment om te gaan en kan ik een snelheid van ongeveer 43-45 km/h vasthouden voor 2, 1 of minder dan 1 ronde. Wat is op dat moment de juiste strategie? Je wil tenslotte niet over de finish komen, duidelijk geen aanspraak hebben gemaakt op de overwinning, teleurgesteld zijn over het verloop van de wedstrijd omdat er voor je gevoel meer in had gezeten en jezelf een domme renner vinden. “Een domme renner”, the worst nightmare of all the Trappist members. Ik overtuig mezelf nog dat je, door de hele wedstrijd echt mee te doen met de koers en het kopwerk niet schuwen, een domme renner kan zijn met verzachtende omstandigheden. Toch liever slim zijn en winnen.

Het rondebord liep af van 3 naar 1. Na start finish moesten er nog vluchters worden teruggepakt. Voor de eerste scherpe bocht is het voor mij dan nog ok om ook nog een keer kopwerk te doen, waarna er een halve ronde hersteld kan worden voor een eventuele sprint. Op ¾ van de laatste ronde werden de koplopers bijgehaald en viel het even stil. Niet lullen maar poetsen dacht ik. De dood of de gladiolen. Rammen, liever alles geprobeerd hebben en 20ste eindigen dan slapeloze nachten. Nu niet de laatste bocht voor start finish op het randje doorrijden, maar de bocht die daar parallel aan loopt halverwege de ronde. Windje in de rug op het stuk na de bocht en dan alles er uit op het lange rechte stuk, met daar wind tegen. Een paar keer toch omkijken, terwijl ik weet dat je dat niet moet doen. Laatste bocht door en zien dat het peloton die bocht pas ingaat wanneer jij er al uit bent.

Bam! Winst! Lekker!