Denkend aan roosteren gingen mijn gedachten naar een goede barbecue

door: Ard van Straten
(verslag Beverwijk B 2020, mylaps)

 

Zaterdag 29 April stond de Klimkoers Beverwijk op het programma. Traditioneel een zware koers. Het wegdek, de strijd om de bergprijs en het minuscuul heuveltje maken dat je langzaam gekookt wordt. Ik noem het een minuscule heuvel, maar feitelijk is dat nog een overschatting, het is een uit de hand gelopen molshoop. Maar toch, als je er zo een veertig keer op moet, gecombineerd met de klinkertjes, is het toch een sluipmoordenaar, wat ook wel bewezen wordt door het feit dat het altijd een uit elkaar geslagen slagveld is aan het einde van de koers. Voor mij, als zwaargewicht in het peloton is het niet de ideale koers. Ik was ook nooit hoog geëindigd in deze wedstrijd, altijd moet ik passen in het laatste deel van de finale. Ik was dus met weinig ambitie afgereisd.

 

Vooraf was er bij afwezigheid van Bernard één topfavoriet, Olav, hij had de lichaamsbouw voor dit parcours. Ik herinnerde dat hij vorig jaar al erg sterk reed, maar de kopgroep had gemist. Maar zijn versnelling in de laatste ronde was indrukwekkend en hij haalde toen delen van de kopgroep nog in, mij en alle anderen spartelend achterlatend. En dit jaar leek hij sterker dan ooit, met winst tegen Bernard in een eindsprint (dan kun je wat in de B!). En de outsiders: Theo (altijd in zware koers), Ruud en Jan-Maarten, die vorig jaar won. Voor mij was voornaamste doel de koers hard te maken, dat geeft mij meer voldoening dan de hele koers in het wiel hangen. Daarnaast, mijn broer Ruud kan dit parcours goed aan, zeker als de koers hard is, dus hij had daar in ieder geval baat bij.

 

Na de start roerde als eerste Peter zich, hij demarreerde en pakte de eerste punten voor de bergprijs. Toen hij teruggepakt was pakte direct Tim het initiatief voor de punten en daarmee was het spel op de wagen. Ik zag dat Ruud ook al hier en daar een puntje mee pakte. Toen het tempo toch wat flauw werd besloot ik te demarreren. Al snel had ik een seconde of 10, wat keurig iedere ronde werd doorgegeven boven op de klim! Na een paar ronde maakte Theo de oversteek en samen reden we door. Theo was sterk, en ik begon inmiddels aardig de benen te voelen. Maar onze vlucht werd in het peloton toch als een te hoog risico gezien, dus na een ronde of 7 zag ik het peloton weer op 20 meter achter me en liet me afzakken. Theo ging door en de groep vond dat vooralsnog goed.

 

Ik liet me naar de laatste positie van de groep zakken, even proberen wat te herstellen. Maar al snel zette Jasper aan, een voor mij onbekende rijder, maar hij voerde het tempo hoog op. De groep brak in tweeën en ik zat achterin. Niet goed, en ik twijfelde even. Maar met Ruud en Olav voor de breuk moest ik oversteken. Met een harde sprint wist ik het gat te overbruggen, zonder mensen mee te nemen en vlak voor de klim sloot ik aan. De mannen zetten door en op m'n tandvlees hield ik het wiel. Boven was wel duidelijk dat de breuk was gevallen als we doorreden. De eerste forcering had ik ternauwernood overleefd! Theo was inmiddels door de versnelling bijgehaald. De man is ijzersterk, want terwijl ik de pijn in de benen nog voelde zag ik Theo de kop alweer nemen en mensen aansporen door te gaan.

 

Daarmee was de koers situatie een groep aan kop met 6 man, Theo, Olav, Ruud, Arjan, Jasper en ik. Erachter reed nog een groep van 4 en Jan Maarten reed los daar nog achter, daar moest iets gebeurd zijn. Ik kende Jasper niet zo goed, maar hij toonde zich erg sterk. We reden kop over kop en bouwde snel een geruststellende voorsprong op, waarbij ik langzaam geroosterd werd. Denkend aan roosteren gingen mijn gedachten naar een goede barbecue. Als je vlees langzaam lange tijd op lage temperatuur verwarmd, worden de sterke (taaie) vezels langzaam omgezet naar collageen, waardoor ze zacht als boter worden. Dit proces moest in mijn bovenbenen nu ook gaande zijn, langzaam had de taaiheid plaatsgemaakt voor een pappige substantie. Ondertussen begon Ruud wel zijn taaiheid en voorliefde voor lange zware koersen te tonen. Iedere klim leek hij harder omhoog te gaan, en ik zat in het wiel van Olav af te zien. Mijn blik was intussen vernauwd tot niets anders dan de afstand tussen zijn en mijn wiel. “Geef hem max een half wiel, max een half wiel” bleef ik herhalen in mijn hoofd. Om in de afdaling weer te herstellen en voorbereiden op de volgende klim. Het vlakke stukje tegenwind pakte ik af en toe nog de kop, geen rustmomenten toestaan. Dit sloopwerk had er inmiddels voor gezorgd dat Arjan er af moest. Kort sprak ik nog even met Ruud. Met twee ronden te gaan zou ik mijn laatste aanval plaatsen op de klim, alles of niets, je weet het nooit. Maar het zou ook Olav in het defensief dwingen, en dan zou Ruud het op de laatste klim wellicht kunnen afmaken. Maar soms gaat het anders dan gedacht, Olav zag ik vlak voor de klim zwaar schakelen, dus ik begreep dat hij ging versnellen. En om weg te komen had ik een verrassing nodig. Dus ook bijgeschakeld en het wiel weer gepakt. Olav gaf een enorme punch, dit was de kritieke klim besefte ik, de klim waar ik in eerdere jaren het dus moest laten lopen, het werd wat zwart voor de ogen maar de teleurstelling van eerdere jaren gaf de energie om binnen enkele meters te blijven.

 

Gelukkig liet Olav het in de afdaling even lopen en kon ik zijn wiel weer bereiken. Ruud en ik schakelde razendsnel van tactiek (wij kunnen dat in één blik), als ik nog één klim overleefde was ik ineens kansrijk, ik ben explosiever. Het tempo zakte richting de laatste klim, goed voor mij, ik probeerde te herstellen. Op de klim zette Olav weer aan, maar in de wetenschap dat het de laatste klim was kon ik het wiel (bijna) houden. Boven hield hij weer even in. Ik keek om, het was een mooi moment voor Ruud om aan te vallen. Maar hij zat ook stuk. herstellend in de afdaling kon ik me goed voorbereiden op de laatste kilometer. Binnen was het nog lang niet, maar de kansen waren aanmerkelijk groter dan voor de klim. Jasper kon ik niet goed inschatten, Olav is een springveer, dus als het tempo te ver zakt durfde ik een korte sprint niet aan. Dus ik besloot van ver aan te gaan en dan maar te zien waar dat toe leidt. Ik liet een klein gaatje, en wachtte op het moment dat de groep even de benen stil zou houden. Toen dat gebeurde ging ik er, met nog ~400 meter te gaan, volle bak overheen. Ik begreep van Ruud dat er even werd gekeken wie er naar het wiel zou springen en deze twijfel was net voldoende om een gat te slaan en zo naar de overwinning te rijden. En daarmee onverwacht één van de doelstellingen gehaald die ik nog had in het fietsen, ik wilde één keer een “echte Trappist klassieker” winnen. In Beverwijk achtte ik de kans het kleinst gezien het parcours en historische resultaten, maar dat maakt het des te mooier!

 

Olav was achter mij tweede geworden en Jasper completeerde het podium. Na afloop bleek dat Ruud de bergkoning was geworden. Zo waren de prijzen goed verdeeld en eerste plaatsen binnen de familie gebleven! Ik was blij met de bloemen, nu kon ik die overhandigen aan Jan-Maarten voor de koppeltijdrit, waar Ruud en ik ze ten onrechte hadden gekregen. Het leek dat wij de snelste waren, maar na betere analyse van MyLaps bleek dat Jan-Maarten en Jelle ons met 7 seconden voorsprong verslagen had. Dus die bloemen waren verdiend!

 

Ik hoorde dat er achter ons nog van alles gebeurd was. Jan Maarten had kort na de start moeten laten lopen, reed dus ver achter het peloton in het begin van de koers. Maar was later aangesloten bij de kopgroep, en nadat we lapten weer aangesloten bij de achterblijvers. En op die manier toch nog naar een zesde plaats gereden. En Tim leek kansloos gelost van de achterblijvende groep, maar kon, via een korte lift met de kopgroep in de laatste ronde toch Joost weer achterhalen. Beverwijk leidt tot een koers met verhalen!