Winnen is moeilijk. Slechts een paar gaan met een goed gevoel naar huis

door: Olav Heuts

(Grote Prijs Ger Hermans , 27 september 2020)

 

Cisco Pels (winnaar A) en Olav Heuts (winnaar B) praten na.
Telefonisch en Corona-proof...

 

Bloemen

Olav: ha die Cisco. Beetje aan het nagenieten nog?

Cisco: ik gooi net de bloemen weg!

O: jij had tenminste bloemen. Wij B’s komen er weer bekaaid af. Dat krijg je bij zo’n combi-race. Maar mooie prijsjes wel van Ger.

C: zeker. Ik was op dinsdag voor de koers nog bij Ger in de zaak. Hij was toen net de cadeautafel aan het samenstellen.

O: jij dacht: als ik die prijs alvast bij hem kan ophalen hoeven we niet meer te koersen?

C: haha nee. Ik kwam er voor mijn achterwiel. Er moesten nieuwe lagers in. Maar dan zou ik mijn wiel even moeten missen. Dus ik zei: daar wachten we even mee, want zondag is een hele belangrijke wedstrijd.

O: dus met een beetje pech had je niet eens meegedaan? Grappig. Bij mij had het ook niet veel gescheeld of ik was er niet bij geweest. Ik moest mijn jongste dochter helpen met een werkstuk voor school en ik had een beetje gezonde tegenzin. Het is dat Ruud van Straten nog appte dat hij me op de afspraak verwachtte. Zondagochtend heb ik toch maar besloten om te gaan. Ik verwachtte er helemaal niets van.

C: het kan gek lopen.

Sprintgebeuren

O: hoe verliep de race voor jou?

C: in het begin ben ik wel meegegaan met ontsnappingspogingen. Ik hou er wel van om de forcing te maken, maar dat is bij de GP Ger altijd moeilijk. Ik zag ook dat andere pogingen mislukten. Er zat niet echt geloof in. Niemand was sterk genoeg om weg te komen. Jack van Honschoten probeerde het natuurlijk, maar op Sloten lukt je dat bijna niet in je eentje. Hij kreeg denk ik ook niet de goeie mensen mee. Marlin Burkunk had ook de benen niet zo volgens mij. Op een bepaald moment wist ik wel dat het een sprint ging worden. Toen heb ik me daarop voorbereid.

O: die GP Ger is toch een beetje een rare wedstrijd. Als B kom je niet weg en de A’s willen niet met je op stap. Vorig jaar werd het eindeloos rondjes draaien en wachten op de finale, zo was mijn herinnering tenminste. Dit jaar ben ik iets meer voorin gaan zitten. Dat gaf me iets meer zicht op de actie. Toch maar alert blijven, want als er geheel onverwacht toch een B mee springt met een groepje A’s, dan kun je het verder shaken. Ik zag dat Ruud het probeerde met een paar verdienstelijke pogingen. Hem gunde ik het wel, dus dat liet ik begaan totdat mijn moment misschien zou komen. Ik zette in op de laatste rondes of de sprint. Intussen reed ik best wel lekker, al vond ik het weer niet mijn taak om A’s terug te halen. Beetje zuinigjes dus.

C: toen er op twee derde van de koers geen groep weg was gekomen heb ik het een beetje afgewacht. In de laatste ronde zat ik vrij achteraan, maar ik kon wel snel naar voren komen. Ik ging in derde positie het viaduct op. Er zat wel iemand vooraan en ik vroeg me toen af of ik toch niet te laat ging komen.

O: ja dat was Peter Giljam. Die zag ik aangaan op het viaduct. Rinus Cerfontain ging er ook achteraan. Toen werd het opletten geblazen.

C: dat zag er wel dreigend uit ja. Peter had 20, 30 meter te pakken bij de bocht.

O: hij wilde een korte sprint met jou en Rinus niet afwachten hoorde ik.

C: dat was hem nog bijna gelukt, maar op het laatste stuk was het beste eraf en kon ik er overheen. Ik had nog wat over en toen kon ik het mooi afmaken. Waar zat jij precies?

O: in de laatste ronde moest ik Bernard Schaap in de smiezen houden. Toen hij naar voren ging ben ik op zijn wiel gaan plakken. Maar op het viaduct was het druk en ik moest een ander wiel kiezen. In de binnenbocht kwam opeens ruimte en toen ben ik er vol voor gegaan. Bernard was ik al voorbij, maar ik haalde ook nog een pak A’s in. Ik was er zelf verbaasd over. Jij was helaas onbereikbaar met Rinus en Sjoerd Harleman, maar ik kwam nog heel dicht bij Peter.

C: positioneren! Dat is toch de truc. Als je nog wat over hebt, is positioneren ook veel makkelijker.

O: dat zal best. Maar jij won met twee lengtes.

C: ja het ging wel hard in het laatste rechte stuk. Ik zag later dat ik 61 per uur deed in de sprint.

O: volgens jouw Strava was het 62,6 per uur gemiddeld in de laatste 200 meter. Maar de maximumsnelheid was 60,1. Strava was denk ik ook van slag. En het was windje mee. Je hartslag was 176 zo te zien. Bij mij ook zoiets. Er zat dus denk ik nog wel meer in Cisco! Maar waarom zou je, als je met twee handen in de lucht over de streep kan komen? Genoeg is genoeg.

C: ik ben redelijk rap ja. Maar ook zwaar.

 

Handgespaakt

O: wat weeg jij?

C: in mijn topjaren woog ik rond de 82, 83 kilo. Nu zit ik op de 98.

O: ik pas ongeveer in jouw bovenbeen. Trekt die fiets dat wel?

C: daar zeg je wat. Twee jaar geleden heb ik mijn carbon fiets toch maar ingeruild voor een aluminium Ger. En ik heb speciale wielen. Ik heb wel drie wielsets kapotgetrapt. Mavic, Scope, allemaal veel te slap. De spaken braken gewoon. Tegenwoordig moet alles superlicht zijn hè.

O: licht is top. Marginal gains!

C: niet voor mji dus. Twee jaar geleden heb ik bij Handgespaakt nieuwe wielen laten spaken. 32-spaaks. Dat is stukken beter. Maar ik moet zelf gewoon nog een paar kilo’s eraf.

O: dus bergop ben jij eventueel te kloppen?

C: ja. De Klimkoers Beverwijk doe ik dus nooit.

O: Beverwijk zegt-ie! Dat is toch geen klimmen?

C: vergis je niet, met al mijn kilo’s. Dat moet allemaal toch omhoog.

O: bij gebrek aan hoogte hier moet ik het wel hebben van Beverwijk. Dit jaar was ik er dichtbij verdorie. Ik had er echt naartoe geleefd. In de laatste ronde heb ik het toch verkloot toen Ard van Straten er nog vandoor ging. Daar heb ik wel slecht van geslapen zeg. Zandvoort ging ook niet zo denderend, dus ik had totaal geen verwachtingen van de GP Ger. Nederigheid helpt soms.

C: Zandvoort ligt mij wel. Mooi dat het doorging dit jaar. Ik was weer beter in vorm daar en deed mee voor de winst. Ik had me alleen een beetje verkeken op de sprint van die nieuwkomer. Ik had niet in de gaten dat hij erbij zat in de kopgroep. Maar van Zandvoort heb ik wel de wisselbokaal. Toen ik drie keer gewonnen had, mocht ik hem houden. Het is eigenlijk de enige beker die ik nog heb. Ze hebben wel mijn naam verkeerd geschreven.

 

Naar de kloten gaan, dan zet je een stap.

O: rij je verder veel koersen?

C: normaal gesproken wel. Zaterdag op Sloten of zondag bij De Kampioen. Ik ben nog niet helemaal waar ik zijn moet. Ik ben eerder dit jaar een maand ziek geweest. Niet heftig, maar het duurde heel lang. Ik denk dat het Corona was. Ik had in elk geval alle symptomen: geen reuk, geen smaak, ik was moe. Ik raakte 6 kilo kwijt.

O: precies wat je wilde toch?

C: dat is wel de methode ja. Maar het duurde heel erg lang. Toen ik daarna op de fiets stapte kwam ik niet vooruit. 25 per uur, harder ging het niet. Na 30 kilometer ben ik snel naar huis gegaan.

O: knap dat je daarna weer de vorm te pakken hebt gekregen.

C: ik ben er nog niet. Nu kan ik af en toe meezitten in een vlucht, maar het lukt me nog niet om de koers te maken. Daar moet het wel naartoe.

O: de forcing?

C: precies. Je moet echt weer een paar keer helemaal naar de kloten gaan. Dan zet je een stap.

 

Wielerfamilie

O: zeg Cisco, ik heb mijn huiswerk gedaan natuurlijk. Jij was echt een groot talent toch?

C: beetje wel ja.

O: vertel.

C: mijn vader fietste.

O: Hans Pels was legendarisch toch?

C: Hij heeft heel veel gekoerst. Olympia’s Ronde, het NK op Zandvoort. Hij was altijd beresterk. Op zijn vijftigste nog een six pack en 15 kilo lichter dan ik nu. Helaas kreeg hij ALS. In 2010 is hij overleden. Twee dagen na de geboorte van mijn dochter.

O: jeetje. Klopt het trouwens dat hij ooit nog de Vredeskoers heeft gereden?

C: dat weet ik eigenlijk niet.

O: de Vredeskoers was tijdens de koude oorlog de belangrijkste rittenkoers voor amateurs. Deze Internationale Friedensfahrt ging door Oost-Duitsland, Tsjechië en Polen. Het was in de koude oorlog de Oostblok-tegenhanger van de Ronde van Frankrijk. De winnaar kwam bijna standaard uit het Oostblok natuurlijk. Olaf Ludwig won hem twee keer zag ik. Jens Voigt in 1995. Ger wist te vertellen dat jouw vader hem ook heeft gereden.

C: wat leuk! Het was mij niet bekend, maar het zou goed kunnen. Mijn vader koerste vaak in het buitenland. Vooral in België. Daar bleef hij dan vaak een paar dagen en logeerde hij bij mensen of in een klooster. Hij was zo vaak in België dat ze hem soms waren vergeten als hij weer op Sloten kwam. “Hé, fiets jij ook nog?”, zeiden ze dan.

O: daar kregen ze vast spijt van…                                                                                   

C: in zijn latere jaren kwam het voor dat hij in een jaar zo’n 40 keer op Sloten won. Op zolder hingen altijd zijn trofeeën en kransen, maar dat deed hem weinig. Op een keer had hij voor een verbouwing een container staan. Vanaf zolder werden alle wedstrijdprijzen zo in die bak gekieperd. Alles weg.

O: zonde; daar had je een mooi museum van kunnen maken. Maar door hem ben je gaan fietsen?

C: inderdaad. Eerst ben ik gaan meetrainen met pa en de Oostzaan ploeg. Mijn eerste wedstrijd bij de Nieuwelingen was het kampioenschap van Amsterdam. Die won ik meteen. Daarna had ik mijn eerste criterium, in Steenbergen. Daar stond de nationale top aan de start. Wat heb ik daar afgezien! Ik zat steeds in het laatste wiel, maar heb hem toch uitgereden. Als Nieuweling en Junior heb ik gereden voor Olympia en de Noord-Hollandse selectie, met uitstapjes naar de nationale baanselectie. In mijn tweede jaar als neo ging ik naar De Volharding in Utrecht. Daarna kon ik de overstap maken naar de semiprofs van Team Bert Story-Piels, ik reed daar rond 2000. Dat was Topcompetitie, redelijk hoog niveau.

O: zijn er nog renners uit jouw lichting doorgebroken?

C Bij Story-Piels heb ik bijvoorbeeld samen gereden met Gert Jakobs, Danny Stam en John Thalen. Van mijn generatie is ook Thorwald Veneberg. Hij werd Nederlands Kampioen bij de Beloften in 2000 en is later bondscoach geworden van de nationale wegploeg. Ik zal ook nooit vergeten dat ik eens in het wiel zat van Mario Cipollini.

O: mooie Mario. Over dijbenen gesproken!

C: het ging bergop en hij was niet bepaald een klimmer, maar ik zat een partij af te zien in zijn wiel! Het was een driedaagse koers in Duitsland en er stonden 50.000 mensen langs de kant, dus ik wilde zeker niet lossen.

O: wel een mooie carrière gehad dus.

C: absoluut. Ik heb het twee jaar volgehouden, maar voor mij zat een doorbraak er niet in. Het niveau lag ook zo hoog. Toen ik een vriendin kreeg en ging werken ben ik gestopt. Wanneer ben jij eigenlijk begonnen?

O: veel te laat. Ik heb mijn hele jeugd gevoetbald. Ik was niet slecht; altijd in de eerste jeugdelftallen van RKVV Venlose Boys, een tweede klasse amateurclub. Niet super technisch, wel altijd de mouwen opstropen. Als ze mij voorbijgingen, kwam ze me nog drie keer tegen. En een aardige trap. Wielrennen kijken deed ik wel. De Tour van 1980 en de grote Raleigh-ploeg van Peter Post heb ik echt gevolgd. Dat kwam door mijn zussen; die fietsten wel, bij Toerclub Venlo. Zij waren fan van Henk Lubberding en Frits Pirard. Met mijn vader en zussen gingen we naar het criterium van Boxmeer, daags na de Tour. Dat was de eerste koers die ik zag. Peter Winnen aanmoedigen. En Robert Alban van La Redoute, dat vond ik zo’n mooie klimmer. Mooi shirt ook.

C: wanneer kwam die fiets dan?

O: het voetballen was een beetje in het slop geraakt en toen de kinderen kwamen ging ik hardlopen. Ik kreeg een rugblessure en bij de fysio kwam ik Peter tegen. Hij is zo’n beetje mijn buurman en ik zag hem altijd voorbijfietsen of buiten sleutelen. Hij heeft me aangemoedigd en geholpen bij de aankoop van mijn eerste tweedehandsje. Mijn eerste rit met Peter en Jasper Spiering liep al meteen uit de hand met 100 kilometer. Uren weg natuurlijk. Thuis wisten ze direct hoe laat het was: deze nieuwe hobby ging veel tijd kosten. Maar mijn rug was ok en ik was helemaal verkocht.

.

Winnen is moeilijk

C: en sinds wanneer rij je dan wedstrijdjes?

O: sinds vorig jaar. Toen nam de buurman me mee naar de woensdagavondkoers bij Trappist. Ik vond het meteen heel leuk. Maatjes Ivo Rigter en Hugo Bakker waren net eerder al lid geworden, dus zij konden me een beetje vertellen wat de mores is en op wie ik moest letten.

C: en dan nog winnen ook!

O: haha, ik doe mijn best. Maar ik haal de schade nooit meer in natuurlijk. Een wedstrijd winnen is wel heel erg gaaf hoor. Voor jou is het misschien niet meer zo bijzonder, jij hebt al zoveel prijzen gepakt. Als je dan die GP Ger wint, doet dat nog iets met je?

C: ja zeker wel. Ik was echt heel blij met deze! Winnen is gewoon heel moeilijk. Het is meer tegenslag dan wat anders. Al bereid je je nog zo goed voor: er staan er 30 man aan de start en er gaan er maar een paar met een goed gevoel naar huis.

O: mooi gezegd! Ik ging met een heel goed gevoel naar huis.

C: maar wel zonder bloemen dus.