Catch Me If You Can

Verslag Langste Dag Wedstrijd: Trappist A.

door: Mike Cooper

Het was mooi weer voor een lange wedstrijd. In het grote pak van de A ging het redelijk rap. Voorin waren en veel wisselende pogingen tot ontsnapping. Maar het hele peloton leek gefixeerd op één renner: de winnaar van meerdere kampioenschappen van Amsterdam en niet te vergeten podiummedailles tijdens het NK voor de Elite op de baan in 1999: voor de Kierin, Omnium en Sprint. Mister Cisco Pels. Toen Cisco aanging, ging iedereen. Toen vluchters poogden, moest Cisco het opknappen.

Rappe mannen

Er waren uiteraard andere rappe mannen in vorm aanwezig: Joop Vangangel — winnaar van de 1e zomerwedstrijd — die recentelijk 850 km in 3 dagen heeft getrapt om de boel op pijl te krijgen. Giel Kortekaas die het hele seizoen goesting toont bij de koersen van de Trappist, De Kampioen en WVA. Ook geblokte coureurs zoals Tim Boudrie, Marthijn Licher, Dirk Gerritsen, Peter Giljam en Daan Blekemolen waren van de partij. En vergeet niet de Reus van Haarlem: Wouter Jan Kleinlugtenbelt (podiumbeest van het Noordhollandse marathon schaats en skeeler scene). Dus na vijf kwartier koers leek het duidlelijk: het wordt een sprint bij de A.

“Oh shit”

Tot en vreemd moment met ongeveer 6 rondes te gaan. Rassprinter Tim Boudrie ging even aan en er viel een gaatje. Ik sprong naar hem toe, en wij gingen even samen fietsen. Wij waren per ongeluk ontsnapt. Ik hoorde Tim letterlijk “oh shit” tussen zijn tanden zeggen. Lang geleden hadden Tim en ik meerdere yolo ontsnappingen samengedaan, door ontevredenheid met labiel pelotongedrag. Ik vermoed dat Tim zich een beetje verplicht voelde om met mij mee samen door te rijden, For Old Times’ Sake. Na een paar rondjes waren wij natuurlijk gepakt. “Inderdaad, het wordt een sprint,” dacht iedereen.

De Spartelaars

Hugo Bakker en Ard van Straten waren er hier niet mee eens. In de counter sprongen zij hard weg met zowat 4 ronden te gaan. Ik sloot aan. Met zijn 3’en maakten wij voortreffelijk vaart. Vol geloof toefden wij mannelijk voort. Maar terugblikkend in ieder bocht was het duidelijk: het peloton was met ons aan het spelen, net als een tijger met een kuiken. Zij lieten ons lekker spartelen.

Terruggepakt

De bel. Laatste ronde. Binnen een kwartronde was het zover. Wij waren teruggepakt. Accurater gezegd, waren Hugo en Ard gepakt. Ik zag het uit mijn ooghoek gebeuren. Ik schudde mijn hoofd en liet mijn schouders hangen, om duidelijk te laten zien dat ik het ook opgaf. Het peloton nestelde zich weemoedig in Ard’s achterwiel.

Wiel in de fik

Vervolgens, even uit het zicht in de bochtige sectie, ging ik trappen alsof mijn eigen achterwiel in de fik stond. Het deed pijn. (Bijna zoveel pijn als de koppeltijdrit rijden met Jack van Honschoten 😉 Ik keek snel achter me en zag wat lucht. Door dus: time trial style!

Dat laatste bocht naderde. Ik vloog erin met volle bak. Wat vindt u van de door u recentelijk gekochte Continental GP5000s? De grip is adequaat in extremis, dank u.

Op het rechte stuk keek ik even om. (Ja, dit keer wel Rinus.) Ik zag aanstormende bloedruikende schuimbekkende Vikings op volle snelheid. Ik trapte nog harder. En bereikte de lijn. Geen handen omhoog, geen fancy moves. Wel een mooie overwinning. Supernice!

Epiloog    

Ik weet niet wie blijer was na de wedstrijd: ikzelf of Ard van Straten. “Het hele peloton hing in mijn wiel!” schreeuwde hij stomverbaasd. “Dachten die malloten dat ik het gat ging dichtrijden ofzo??” Snel daarna had kennelijk Joop Vangangel achter mij aan gesjeesd, tevergeefs. Vervolgens kwamen Cisco, Tim en hun sprintgroupies op gang om mij vervolgens net niet te pakken op de streep. “Ik ben zo blij dat jij het gehaald heeft!” zei Ard.

Ik ook man: ik ook.

Stats:
Afstand: 77 km
Gemiddelde snelheid: 41,2 kph
Gemiddelde W/kg: 3,26
Lievelings film: Catch Me If You Can
Favoriete profrenner van nu: Taco van den Hoorn
Photos: Peter Giljam